maandag 26 juni 2017

Interview Alfred Birney over zijn blessure en zijn succes (Boekblad)

Alfred Birney had gehoopt na dertig jaar schrijven door te breken als hij de Libris Literatuurprijs voor De tolk van Java zou krijgen. Hij wilde daar ook best wat vaker zijn schrijfkamer uitkomen. Het immense succes overtrof echter alle verwachtingen. Tot zijn spijt laat zijn gezondheid het niet toe om alle afspraken na te komen.

Waarom hebt u sinds twee weken optredens in boekhandels moeten afzeggen?
‘Het ging niet meer. Ik heb sinds oktober met een slijmbeursontsteking in mijn heup. Daar valt mee te lopen. Ik paste alleen mijn houding aan, waardoor mijn gewrichten rechts begonnen op te spelen. Zaterdag 10 juni ging het mis. Welmoed de Jong van De Geus trof me thuis in Den Haag kreupel aan. Ze weigerde me naar Den Bosch en Oss te brengen. Ik nam een pijnstiller en stapte toch in. In Den Bosch hoefde ik maar 150 meter te lopen naar boekhandel Heinen. Met een wandelstok links en een hand op Welmoeds schouder rechts haalde ik het nét. Het deed hartstikke zeer. En in Oss bij Derijks hetzelfde. Dat kon zo niet verder gaan. Dat spijt me nog meer voor de boekhandels en organisaties van festivals dan voor mezelf. De afspraken bij boekhandels zijn verschoven na het najaar, de festivals gaan niet door. Juist daar had ik zo’n zin in, omdat ik daar collega’s zie.’

Wanneer kunt u uw boekhandelstournee vervolgen?
‘Mijn therapeut en ik hebben een traject uitgezet tot eind augustus om mijn spieren aan te sterken. Ik heb de afgelopen vijf jaar zó hard gewerkt aan mijn boek. Ik heb niets anders gedaan en daarom mijn lichaam verwaarloosd. Al mijn spieren zijn weg. Als die terug zijn, kan ik naar een fitnessschool om verder te trainen en ook weer naar boekhandels. Ik maak voor nu twee uitzonderingen: een optreden bij Een Vandaag en afgelopen woensdag bij Broese. Ik was daar al voor een meet & greet, waarna ze me terugvroegen voor een lezing. Dat vind ik zo eervol. En er waren al zestig kaartjes verkocht. Utrecht is ook net te doen. Als het in Groningen was, zou ik helemaal verstijfd aankomen.’

U heeft de afgelopen weken ook veel gedaan.
‘Best wel. Op een zaterdagochtend moest ik vroeg mijn bed uit om naar de studio van BNR in Amsterdam te gaan – en daarna nog even naar boekhandels in drie steden. Het is echt veel. Ik ben alleen niet op tv. Ja, binnenkort Een Vandaag, dat is het eerste. Ik dacht altijd: je moet bij een van de populaire talkshows hebben gezeten, wil je succes hebben. Maar ik heb ze niet nodig gehad. Mijn boek stond toch op nummer een. Kennelijk helpt het nog steeds als de kranten veel over je schrijven, zoals is gebeurd.’

Deed u al die optredens in boekhandels met plezier?
‘O ja. Mijn boek ligt overal. Natuurlijk de Libris-boekhandels, maar ook AKO en Bruna – die niet direct instapten. Ik lig zelfs op Schiphol. Ik heb daar foto’s van gezien, heel mooi. En dan wil iedereen mij hebben, sommige winkels zelfs twee keer. Ook Derijks trouwens. Ik vind dat zo geweldig. Ik kom overal met een grote grijns binnen. Mensen verwachten misschien dat een geslagen persoon langs komt, De tolk van Java is zo’n serieus boek. En dan komt er een lachende, jongensachtige man binnen. Ik lig dan wel in de lappenmand. Ik heb zo’n pijn dat ik geen vijftien minuten in een boek kan lezen. Maar ik blijf heel vrolijk. Ik geniet echt van de bekendheid. Ik had dat nooit gedacht, ik ben toch een schuchter persoon.’

U verwachtte dat een Librisprijs De tolk van Java meer lezers zou bezorgen. Maar het succes moet alle verwachtingen hebben overtroffen.
‘Ik stond vier weken op nummer 1. Vier weken! Deze week ben ik dan ingehaald door een detectiveschrijver die wereldwijd 33 miljoen exemplaren heeft verkocht. Daar kan ik natuurlijk niet tegenop. Ik was toevallig op een Libris-beurs toen ze me vertelden dat mijn boek vanuit het niets op nummer 1 kwam. Ik dacht: wat ís dit? Ik weigerde het te geloven. Ik moest het eerst, een dag later, officieel zien. En ja hoor, ik liet echte sellers als Nicci French achter me. Hoe kón dat? En dat ging vier weken zo door. Ik moet overigens zeggen: ik heb me nooit voor bestsellerlijsten geïnteresseerd en keek er nooit naar, maar wat staat er weinig literatuur in. Bijna niets. Dat vind ik zorgelijk.’

En wat is uw antwoord op die vraag: hoe kon dat?
‘Daar heb ik eigenlijk nog steeds geen verklaring voor. Paulien Loerts, de directeur van Singel Uitgeverijen, zei me dat alles precies op zijn plaats valt, maar ik weet eigenlijk niet wat ze daarmee bedoelt. Het maakt me ook niet uit. Ik ben vooral blij dat het verhaal nu zo breed wordt gedeeld. Maar misschien zijn er wel een aantal factoren te bedenken.’

Zoals?
‘Mijn uitgever Nele Hendrickx wilde me mediatraining laten doen. Waarom? Omdat ik dan wat vlotter op tv overkwam. Ik ben natuurlijk niet de makkelijke prater die direct zijn verhaal klaar heeft, zoals een programma als Pauw dat wil hebben. Ik ben bedachtzaam, ik moet eerst op gang komen. Toch moest ik enorm lachen om het voorstel. Ik ben mezelf, aan mij valt niets meer te verspijkeren. Maar toch: voor de Libris-uitreiking had ik een dankwoord uit mijn hoofd geleerd. Ik heb het wel vijftig keer gerepeteerd. Alleen, toen ik voor de microfoon stond, was ik alles kwijt. Ik wist alleen nog dat ik het Letterenfonds wilde bedanken. Later hoorde ik dat mensen dat geïmproviseerde gestamel charmant vonden. Het was zo anders dan al die snelgebekte mensen die je altijd op tv ziet, dat mensen mij misschien – hoe noemen ze dat tegenwoordig? – authentiek vonden. En authentiek, dat is de mode op dit moment. Ik kreeg op de avond van de uitreiking ook de indruk dat iedereen het me gunde. Er kwam helemaal geen kritiek.’

Het succes zal toch ook komen door het boek zelf?
‘Ook dat, ja. In korte tijd verschenen een aantal boeken over de dekolonisatie van Nederlands-Indië: De roofstaat van Ewald Vanvugt, De brandende kampongs van Generaal Spoor van Rémi Limpach en mijn boek. Het onderwerp is nu een issue, dat zijn cumulatiepunt vond in de bekroning van mijn boek – ook met de Henriëtte Roland Holst-prijs niet te vergeten. Ik ben, anders dan bijvoorbeeld Adriaan van Dis, de eerste overduidelijk Indische schrijver die zo’n belangrijke prijs wint. Het kan zijn dat veel mensen die zelf een verleden hebben met Nederlands-Indië daarom nu mijn boek gaan lezen. Vergeet niet: een tot anderhalf miljoen mensen zijn of zelf Indo’s of Molukkers of nazaten van Nederlandse militairen die daar hebben gevochten. Zeker de Indo’s zijn een onzichtbare, maar wel een enorme groep die jaar in jaar uit hebben gewacht tot iemand hun geschiedenis op schreef. Dat heb ik gedaan met De tolk van Java, zoals ze mij in boekhandels komen vertellen.’

Hoe behandelt uitgeverij De Geus u nu?
‘Als een vorst. Ik reis niet makkelijk, maar steeds komt iemand van de uitgeverij me ophalen en thuisbrengen. Ze rijden me door het hele land. Perfect. En ze blijven menselijk. Ze zeggen niet: je móét nu dit en dat. Ze zeggen: eerst aan je gezondheid denken. En ze doen van alles voor het boek. Voor Vaderdag hingen posters in zes steden: Leiden, Leeuwarden, Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Mijn snoet staat op het voorplat van de nieuwe aanbiedingsfolder. En in het najaar gaan ze door met campagne voeren.’

Willen ze ook oud werk heruitgeven?
‘Op de uitgeverij zijn ze dat nu aan het lezen. Ik denk dat er wel belangstelling voor is. Hier in Den Haag is de bibliotheek helemaal leeg. Al mijn werk is uitgeleend. En tweedehands exemplaren vliegen de deur uit, maar ik heb nog geen concrete plannen gehoord. Ik hoop in ieder geval dat het succes nog even aanhoudt. Ik heb om te beginnen veel zin om in het najaar alsnog naar alle boekhandels te gaan die ik nu heb moeten afzeggen.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 19 jun)

zondag 25 juni 2017

Tonke Dragts 'De zevensprong' binnenkort ook als educatieve game

'De zevensprong' van Tonke Dragt verschijnt op 5 juli als educatieve game bij uitgeverij Zwijsen. De game is bedoeld voor kinderen van 9 tot 12 jaar die met moeite hebben met lezen en kinderen met een leesachterstand, bijvoorbeeld door dyslexie.

Het idee achter de game is dat kinderen spelenderwijs het integrale boek 'beleven', zoals Zwijsen het noemt, en zo een grotere leesvaardigheid bereiken. Het lezen van de 304 pagina's – in de recentste heruitgave van uitgeverij Leopold – wordt afgewisseld met oefeningen, vragen, spelletjes en zelfs een tekenfilm (met cliffhanger!). Van een deel van het boek kunnen kinderen bij wijze van hulpmiddel passages laten voorlezen.
Kinderen kunnen de game meerdere malen spelen, waarbij ze het niveau kunnen aanpassen van AVI-niveau M5 naar E5 en daarna M6. De tekst is speciaal voor deze leesoefeningen met toestemming van de auteur door de uitgeverij bewerkt. De lees- en luisterteksten zijn wel hetzelfde als het origineel.
Onlangs bleek uit onderzoek dat multimedia in verrijkte e-boeken kinderen te veel afleiden. Dit product is echter een game en geen verrijkt e-boek, bezweert verantwoordelijk Zwijsen-uitgever Roel van Gestel. 'Kinderen kunnen zich niet laten afleiden. Nee, ze spelen de game waarbij ze ongemerkt het hele boek lezen en daar opdrachten over maken. Ze kunnen niets overslaan, ze moeten alles doen. De game daagt juist uit tot lezen.'
De prijs van de game is 59,95 euro. Veel hoger dan welke editie van De zevensprong ook. 'Vrij prijzig', erkent ook Maritge Wielaard, die namens Zwijsen de lancering van de game begeleidt. 'Je moet het dan ook niet vergelijken met een boek, maar met andere educatieve middelen ter verbetering van de leesvaardigheid. Zoals een typecursus, waar je ook allerlei vaardigheden leert.'
Met de lancering van de game vlak voor de zomervakantie – 5 juli is op de woensdag voordat de eerste regio in Nederland eraan begint – wil Zwijsen benadrukken dat de game ook geschikt is voor kinderen wiens leesvaardigheid tijdens zes weken afwezigheid drastisch inzakt. Zij kunnen hun leesvaardigheid op peil houden. 'Daarnaast is het bijvoorbeeld ook geschikt om mee te oefenen voor de eindtoetsen in groep 6, 7 en 8', aldus Wielaard.
De uitgeverij heeft voor De zevensprong gekozen omdat het een van de absolute klassiekers is uit de Nederlandse kinderliteratuur. Het boek dat precies vijftig jaar geleden verscheen, is nooit uit druk geweest. Dit jaar kwam de 33e druk uit. Er is een televisieserie, luisterboek (die volgend jaar ook weer op de markt komt) en musical van gemaakt. Ook verschenen vertaling in het Duits, Spaans, Engels, Deens, Koreaans en Japans.

'De zevensprong blijkt nog steeds populair', aldus Van Gestel. 'Veel ouders kennen het boek en verwijzen ook nog naar de televisieserie uit de jaren tachtig. Ondanks het feit dat ze vaak niet echt uit die tijd komen. Het verhaal staat nog steeds, als een modern sprookje. De gebruikerstesten die we met game hebben gedaan onder kinderen, wijzen ook uit dat het verhaal tijdloos is en dat kinderen van nu nog steeds de spanning voelen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 21 jun)

Zie ook:

vrijdag 23 juni 2017

Interview: DBC Pierre over schrijfhulpboeken: 'Alleen je eigen verhaal is uniek aan je boek' (Schrijven Magazine)

Waarom nog een roman schrijven als er al miljoenen zijn gemaakt? Dat heeft alleen zin als je je eigen gevoel er maximaal inlegt, vindt DBC Pierre. Met diezelfde instelling heeft hij een schrijfboek toegevoegd aan de vele die al zijn gemaakt. Zelden was een auteur openhartiger over zijn eigen schrijfproces.

Kun je beter schrijven op ecstasy of op opium? Zijn hallucinogenen misschien een betere optie? Of is het voldoende om simpelweg oververmoeid te zijn? De Brits-Australische schrijver DBC Pierre, bekend van de Booker Prize winnende roman Vernon God Little (2003), behandelt in zijn vorig jaar verschenen schrijfboek Laat ze maar denken dat je als schrijver geboren bent de invloed van alle mogelijke drugs op het schrijfproces – inclusief het verslavende effect van routine. Wat doen ze met je creativiteit? In welke fase van het werk kun je ze het best gebruiken?
‘Als je kiest [voor cocaïne]’, schrijft hij bijvoorbeeld, ‘zou ik zeggen: probeer het te verfijnen tot een perfecte routine, open de bladzij elke dag op dezelfde tijd, bepaal het aantal zinnen, en schrijf elke keer tot een specifiek doel. Hou het misschien kort, train jezelf om in die tijd gek te worden en hou er al na een half uur mee op, of hooguit na drie uur, want dat lijkt het gemiddelde maximum te zijn van een heleboel grote schrijvers.’

Het hoogst ongebruikelijk overzicht is typerend voor Laat ze maar denken dat je als schrijver geboren bent. Het is geen schrijfboek die nog eens alle do’s & dont’s opsomt, het is een persoonlijke verantwoording van de auteur van wat voor hem werkte bij de inmiddels vier romans en twee verhalenbundels die hij publiceerde. Dat is per definitie uniek, vindt hij. ‘Schrijvers praten onderling bijna nooit over schrijven. We vertellen wel eens anekdotes, maar echt uitleggen hoe we het doen? Heel zelden. Daarvoor is het te persoonlijk wat we allemaal doen.’
Dat DBC Pierre toch een schrijfboek heeft geschreven, is dan ook voor een deel toeval, legde hij uit tijdens zijn kort bezoek aan Nederland tijdens Crossing Border. Omdat de markt voor fictie was ingestort, ook in zijn Groot-Brittannië, wilde zijn uitgever voorlopig geen nieuwe roman van hem. Kon hij niet iets anders schrijven? Piekerend over die vraag schoten hem ervaringen te binnen op de vele schrijfcursussen die hij in de loop der jaren heeft gegeven.
‘Op cursussen creatief schrijven aan universiteiten hebben de studenten veel academische kennis van literatuur en literaire theorie. Maar praktische kennis van hoe je uit de problemen komt als je bent vastgelopen? Ze hebben geen idee. Aan de andere kant van het spectrum heb je de schrijfgroep van langgestraften in een gevangenis in Berlijn waar ik juist was toen ik over de vraag van mijn uitgever nadacht. Dat zijn absoluut geen hoogopgeleiden. Een daarvan vroeg me: hoe kan ik verder als ik midden in de nacht wakker vastzit? Hij vroeg dat als schrijver tot schrijver. Precies dezelfde vraag dus.’
Daar komt bij: in het begin van zijn carrière heeft hij zelf wel degelijk baat gehad bij schrijfboeken. Toen hij een jaar of vijftien geleden verbeten werkte aan zijn debuutroman, lukte het hem niet om er een boek van te maken. Hij had een stem, waarvan hij domweg wíst dat die uniek was. Maar hij had geen narratief. Het was een brij van geklaag. ‘Ik had een gids nodig. Iemand die me tips gaf voor dialoog, voor structuur – begin je verhaal met een big bang, voor ritme. Ik had techniek nodig. Dat vond ik in de schrijfboeken die ik doorbladerde.’

In de kern is dat ook DBC Pierre’s advies die in zijn boek voortdurend terugkomt: schrijf de eerste versie vanuit je gevoel, ga er dan aan schaven. ‘Het belangrijkste dat je hebt is je eigen gevoel. Het is het enige unieke aan jezelf: je eigen verhaal. Alleen als je dat op papier krijgt, kun je succes hebben in een markt waar ook de boeken van giganten als Shakespeare en Faulkner nog gewoon te koop zijn. Aan superieure techniek alleen heb je niets. Er zijn immers maar zoveel manieren om een verhaal te vertellen en die zijn allemaal al duizenden kregen verteld.’
De grootste uitdaging vindt de schrijver daarom: jezelf overwinnen. ‘Je moet alle angst, alle energie, alle duistere gedachten in je boek zien te krijgen. Hoe meer ervan op de pagina’s terecht komt, hoe beter. Als ik éérst de schrijfboeken met tips had gekregen, was het me nooit gelukt met Vernon God Little. En dan moet je volhouden. Dat voortdurende ongemakkelijke gevoel dat het schrijven oproept. Daar moet je dwars tegenin kunnen aan. Ik denk dat dat ook de reden is dat de alle schrijvers die ik ken zo aardig zijn. Ze zijn allemaal vernederd door de ervaring van het schrijven.’
Pas als die eerste versie is voltooid, moet een schrijver zich bekommeren om vragen als: klopt het plot? Werkt het personage? ‘Je hebt een diamant. Als je eerlijk bent althans wéét je van jezelf of je dat hebt of niet. En dan moet je die diamant op een ring monteren. Ook dat is een moeilijke klus. Want je moet de diamant niet dof of kapot maken dat iedere schittering ervan verloren gaat. Het is echt een evenwichtsoefening, waarbij je nooit uit het oog mag verliezen wat je boek goed maakt.’

DBC Pierre heeft geen enkele pretentie om te denken dat Laat ze maar denken dat je als schrijver geboren bent hét schrijfboek is. Integendeel, hij raadt aankomende schrijvers aan om er een handvol door te nemen. In ieder boek is iets te vinden waar hij wat aan heeft. ‘Sla gewoon over waar je het niet mee eens bent’, zegt hij zelfs over zijn eigen boek. Het is die instelling die het boek zo uniek maakt – niet alleen door de bespreking van de invloed van verschillende drugs op het schrijfproces.

Interessant is zijn advies om te mikken op een trilogie. Dan lijkt het boek waar het eigenlijk om gaat slechts een openingszet. Met als gevolg dat je extra je best doet om maximale zeggingskracht in je werk te leggen. Het boek moet immers drie delen lang boeien. En daarnaast: dat je het zogenaamde eerste deel tenminste afmaakt en niet blijft hangen bij de knagende twijfel: is dit het beste wat ik in me heb? ‘Sommige van de beste boeken worden nooit afgemaakt of zelfs niet geschreven omdat de schrijvers ervan zich te veel concentreerden op dat ene boek.’
(Eerder gepubliceerd in Schrijven Magazine)

zie ook:

donderdag 22 juni 2017

Hunspell wordt herschreven: op naar een betere spellingscontrole voor een miljard mensen (Taalunie:Bericht)

Iedereen wil een perfecte spellingscontrole. Beter dan de software erachter nu kan presteren. Maar dat is niet zo eenvoudig, legt Sander van Geloven uit. De Nederlandse ICT’er kreeg onlangs subsidie om de wereldwijd gebruikte spellingscontrole Hunspell te verbeteren.

Correct gespelde woorden die de spellingscontrole afkeurt omdat hij ze niet kent. Fouten die hij laat staan omdat de spelling in een andere betekenis wél goed is. Het ontbreken van suggesties ter verbetering. Een soms onlogische volgorde van suggesties. Enzovoorts. Sander van Geloven begrijpt dat spellingscontrole een slecht imago heeft. ‘Grote Nederlandse dagbladen publiceren bijna elk jaar een stuk waarin de auteur er tegen tekeer gaat, al gaat de helft van de klachten over grammaticale fouten en niet over spelfouten.’
Maar hebben mensen enig idee hoe ingewikkeld het is om een goede spellingscontrole te krijgen? De zelfstandig ICT-consultant zeker. Hij werkt al jaren aan deze software. Onlangs kregen een Macedoniër en hij 95.000 dollar subsidie van Mozilla Open Source Support – een fonds van het gelijknamige softwarebedrijf – om een geheel nieuwe versie van Hunspell te schrijven. Geld dat volledig opgaat aan de vele, vele uren arbeid die beiden erin moeten steken.
‘Je zou bijvoorbeeld ook een tussencategorie willen. Spellingscontrole geeft alleen aan of de spelling goed of fout is – of eigenlijk: goed en let op, hier is wat mee. Met een tussencategorie kun je aangeven bij een woord als “fijt”: het is correct gespeld, want het woord voor een ontsteking aan je vingertop, maar wellicht bedoel je “feit”. Daarnaast kun je zo alternatieven aangeven die beter Nederlands zijn zoals “beeldscherm” voor “monitor” en “ontspannen” voor “chill”. Of woorden die meer of minder formeel zijn. Zo’n tussencategorie kun je niet op een zondagmiddag ontwikkelen en invoeren.’

Hongaarse wortels
De naam Hunspell zal bij weinig mensen een belletje doen rinkelen. En dat terwijl vrijwel iedereen in Nederland het gebruikt – en door nog een miljard mensen over de hele wereld. De spellingscontrole is geïntegreerd in browsers als Firefox, Safari en Chrome. In Adobe-producten. In officeproducten als LibreOffice. En nog veel meer. Eigenlijk zit Hunspell verwerkt in bijna alles wat geen Microsoftproduct is. Deze softwaregigant gebruikt zijn eigen spellingscontrole.
‘Hunspell is twintig jaar geleden ontwikkeld door de Hongaar László Németh’, vertelt Van Geloven. ‘Vandaar de naam. Hij vond de bestaande opensource spellingscontrole niet goed werken voor zijn taal en schreef een verbeterde versie. Dat bleek goed te werken voor meerdere talen. Ook voor het Nederlands. In 2010 is Németh naar Nederland gehaald om voor een paar duizend euro een aantal essentiële functies die misten voor onze taal in de spellingscontole aan te passen.’
Inmiddels worden ongeveer zeventig talen in 130 verschillende varianten door Hunspell ondersteund. ‘Voor het Nederlands zijn de eisen voor samenstellingen een van de zwaarste. Je kunt ongelofelijk veel woorden aan elkaar koppelen. Nog moeilijker dan het Duits, mede omdat wij andere klinkerbotsingen hebben en ook woorden met verbindingsstreepje: re-integratie, aspirant-lid. Németh heeft dat zeven jaar geleden gefikst. Dat de spelling van die woorden niet spaak loopt met de regels voor afbreking.’
De Stichting OpenTaal, waar Van Geloven ook bij betrokken is, levert voor de Nederlandse versie de noodzakelijke bestanden aan: woordenlijsten en regels voor vervoegingen en samenstellingen. ‘Vooral dat laatste bestand is voor het Nederlands zeer groot. Onlangs hebben we een nieuwe versie van de woordenlijst ingeleverd bij de Taalunie: 500.000 woorden groot tegen 350.000 in de vorige versie. Als die het Keurmerk Spelling heeft gekregen, komt die beschikbaar voor gebruikers.’

Beter, veiliger, sneller
Inmiddels is het tijd om Hunspell vanaf nul opnieuw op te bouwen. In al die jaren is het organisch gegroeid volgens de wetten van opensource software. Dan brengt de ene softwareontwikkelaar een paar verbeteringen aan – tot hij bijvoorbeeld door de geboorte van een kind geen tijd meer heeft. Dan zet een bedrijf er een paar ontwikkelaars op om een paar dingen te veranderen zodat de software beter geschikt is voor hun werk. De Macedoniër en Van Geloven maken er opnieuw een coherent geheel van.
Hunspell moet zo beter, veiliger en sneller worden. ‘Neem de veiligheid. Hunspell is geschreven in C++, een relatief lage softwaretaal. Het voordeel daarvan is de snelheid. Lange woorden als “goederentreinwagondeuren” kunnen dan toch snel genoeg worden gevonden. Als het langer dan een paar milliseconden duurt, stopt de computer met zoeken omdat het natuurlijk niet de bedoeling is dat je minuten wacht tot je tekst is gecontroleerd. Lange woorden worden dan onterecht afgekeurd.’
Een bijkomstigheid van een lage softwaretaal is wel dat je veilig moet ontwikkelen. ‘Juist bij gebruik in webbrowsers wil je voorkomen dat makers van malware en ransomware je software kunnen misbruiken’, zegt Van Geloven. 'Voor de huidige versie van Hunspell zijn verschillende stijlen van C en C++ gebruikt. In versie 2.0 straks alleen versie 14 van C++ – én een codestijl zonder handmatige geheugenallocaties, zodat er minder kans is op security exploits zoals buffer overflows. Enfin, dit wordt een beetje technisch.'

Betere suggesties
Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat de gebruiker iets merkt van deze verbeteringen. ‘Ondanks de relatieve onbekendheid van spellingscontrole zou niemand zonder willen,’ aldus Van Geloven. ‘Niemand laat een sollicitatiebrief de deur uitgaan zonder die eerst te controleren op spelling. Ze weten daarbij dat woorden als “creëren” en “provinciën” worden verbeterd, maar zelf moeten nagaan of het “de” of “het” moet zijn. Die betrouwbaarheid moet absoluut gehandhaafd worden.’
Pas in een volgende fase willen de ontwikkelaars Hunspell ook voor de gebruiker merkbaar verbeteren – als ze daar opnieuw financiering voor weet te vinden. ‘Behalve het invoeren van een tussencategorie wil we ook links toevoegen naar taaladviessites. Spellingscontrole heeft een lerend effect: na een keer of wat dezelfde fout te hebben gemaakt weet je dat provinciën met één e is. Dat effect kan zo worden versterkt. Online is heel veel beschikbaar, maar mensen weten dat nu niet te vinden of het is te veel werk om zelf op te zoeken.’
Ook wil hij de suggesties verbeteren. ‘Soms is de beste suggestie de vierde optie. Dan staan daarboven woorden die veel lijken op het fout gespelde woord, maar nooit bedoeld kunnen zijn. De computer weet dat niet. Microsoft en Google kijken mee en verbeteren zo hun lerend algoritme. Hunspell niet, omdat wij absoluut niet met de gebruikers willen meekijken. Wij zijn afhankelijk van wat mensen ons laten weten. Er kan dus wel een systeem komen dat mensen automatisch vraagt om informatie door te geven – zonder dat wij hun documenten inzien.’

Grammaticacontrole
En dan willen gebruikers eigenlijk ook grammaticacontrole, zoals uit de reguliere klacht in dagbladen blijkt. Van Geloven: ‘Dat heb je bijvoorbeeld nodig om uitdrukkingen met spaties – “o pair” of “au pair?” – op te sporen. Hunspell kan alleen losse aaneengeschreven woorden controleren. Een oplossing daarvoor is LanguageTool, dat ook helpt om foute verwijzingen als “het hondje die” te corrigeren. Maar het detecteren van onjuist spatiegebruik staat daar nog in de kinderschoenen.’
(Eerder gepubliceerd op Taalunie:Bericht)

dinsdag 20 juni 2017

Alfred Birney doet het véél beter dan alle eerdere Libris-winnaars (Boekblad)

Een chronische blessure dwingt Libris-winnaar Alfred Birney om zijn optredens meer te doseren. Zijn uitgever De Geus gelooft echter dat het succes van De tolk van Java nog lang aanhoudt. Ook in een rustiger tempo kan Birney nog vaak acte de présence geven.

Deze week twitterde Boekhandel Broekhuis dat Birney al zijn boekhandelsoptredens moest afzeggen – waaronder bij hen in Enschede. Ook komt Birney niet naar het Drentse literatuurfestival Zomerzinnen. Gisteren kwam De Geus daarop met een officiële verklaring. 'Alfred Birney heeft een chronische blessure die hem nu parten speelt door het vele bezoeken van boekhandels en festivals en de lange dagen die daarmee gepaard gaan. Op medisch advies moet hij rust nemen en herstellen.'
Birney heeft echter niet alles afgezegd, bezweert zijn uitgever Nele Hendrickx. 'We nemen even pauze en later deze zomer staat hij er weer.' Bovendien heeft De tolk van Java echt een snaar geraakt, is haar overtuiging, waardoor het succes van de roman waarschijnlijk nog lange tijd aanraakt en Birney 'nog op heel veel plekken terecht kan'. De Geus verwacht het boek tot 'ver in het najaar' te kunnen blijven ondersteunen. 'Er staan al een aantal dingen in de steigers. Wat, kan ik nu nog niet zeggen.'
De week na de bekroning met de Libris Literatuurprijs belandde De tolk van Java op de eerste plaats van de Bestseller 60. Het hield die positie vier weken vast voor de roman deze week werd verdrongen door De dorst van Jo Nesbø. Ter vergelijking: sinds de start van De Bestseller 60 heeft nog maar een Libris-winnaar de eerste plek van de bestsellerlijst gehaald. Dat was vorig jaar Jij zegt het van Connie Palmen, die dat een week volhield. Hieronder staat een overzicht van de hoogste notering van iedere Libris-winnaar.
De Geus heeft inmiddels meer dan 50.000 exemplaren van de roman verkocht, zegt Hendrickx. 'De tolk van Java was het juiste boek op het juist moment. Tien jaar geleden had een roman over het Nederlandse koloniale verleden nog niet zo'n weerklank kunnen hebben, terwijl iedereen wel iemand in zijn omgeving kent die daardoor geraakt is. Het is een aspect van de geschiedenis dat lang onderbelicht is gebleven, maar waar nu iedereen over wil lezen. Dat geldt voor de Libris-jury die juist nu zo'n boek bekroond en dat geldt voor het lezerspubliek.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 16 jun)

Wat is de hoogste positie op de bestsellerlijst van eerdere Libris-prijswinnaars?
Jij zegt het - Connie Palmen (2016) 1e
Ik kom terug - Adriaan van Dis (2015) 2e
La Superba - Ilja Leonard Pfeijffer (2014) 3e
Dit zijn de namen -Tommy Wieringa (2013) 2e
Tonio - A.F.Th. van der Heijden (2012) 2e
De maagd Marino - Yves Petry (2011) 33e
Kleine dagen - Bernard Dewulf (2010) 20e
Godverdomse dagen op een godverdomse bol - Dimitri Verhulst (2009) 11e
Sleur is een roofdier - D. Hooijer (2008) 10e
Tirza - Arnon Grunberg (2007) 6e
Waar was je nou - K. Schippers (2006) 13e
Specht en zoon - Willem Jan Otten (2005) 12e
Een schitterend gebrek - Arthur Japin (2004) 5e
De langverwachte - Abdelkader Benali (2003) 7e