vrijdag 20 oktober 2017

Interview Sean McMeekin over 100 jaar Russische revolutie: 'Kennelijk gunde de Russische archivaris me deze vondst' (Livre)

Honderd jaar na de Russische revolutie verschijnen talrijke boeken over dé gebeurtenis die de geschiedenis van de twintigste eeuw heeft getekend. Sean McMeekin presenteert in zijn versie een nieuwe visie. Lenin dankt de macht eerder aan fouten van zijn tegenstanders dan aan economische omstandigheden.

Het communisme is zo langzamerhand een vage herinnering in Europa. De ideologie heeft zijn aantrekkingskracht verloren in de rest van de wereld. Er zijn alleen nog een handvol dictaturen die in naam communistisch zijn: China, Cuba, Noord-Korea. Toch is de Russische revolutie die dit najaar exact honderd jaar geleden plaatsvond nog altijd relevant voor vandaag, vindt de Amerikaanse historicus Sean McMeekin.
'De erfenis van de revolutie is overal voelbaar', zegt hij via Skype. 'In Rusland in de slechte kwaliteit van de producten bijvoorbeeld, omdat die er niet toe deed in de planeconomie, waarin de overheid hoeveel en wat er moet worden geproduceerd. Alles wordt constant gerepareerd. Maar ook op ander niveau zie je de invloed. De communistische overheersing verklaart waarom Oost-Europa nu zo'n ruk naar rechts heeft gemaakt. Van Polen tot Hongarije: ongelimiteerd patriotisme en sociaal conservatisme vieren overal hoogtij.'
Het verhaal van de revolutie zelf is nog altijd een krachtige waarschuwing. 'De droom van sociale transformatie is van alle tijden. Kijk naar de weerklank die een econoom als Thomas Piketty heeft, met zijn oproep tot herverdeling van de welvaart. Maar je moet oppassen met waar je voor strijdt. De revolutie bewijst dat aan het eind niet iedereen krijgt wat hij wil – de idealisten van het begin nog wel het minst.'

McMeekins versie van de gebeurtenis die destijds de wereld schokte, is waarschijnlijk het beste boek dat dit jaar over de Russische revolutie verschijnt. Niet alleen omdat hij een even helder als meeslepend overzicht geeft van de voorgeschiedenis, de opwindende oktoberdagen en de jaren erna waarin Lenin de macht consolideert. Ook omdat hij alle nieuwe informatie heeft verwerkt die na de val van Sovjet-Unie uit archieven is opgedoken.
'En nog steeds opduikt', vult hij aan. 'Allerlei archieven zijn nog steeds gesloten. Je moet ook maar je weg weten in de immense archieven. En, het belangrijkste, geluk hebben. De archivaris van het Communistische Partij Archief is berucht om zijn humeur. Maar op een dag gooide hij letterlijk een stapel papier op mijn bureau. "Hier wil je misschien naar kijken", zei hij. Dat bleken getuigenverklaringen van de mislukte opstand van juli 1917, die waarschijnlijk nooit iemand voor mij heeft gezien. Kennelijk gunde hij me deze vondst.'
Daar komt bij dat de 42-jarige McMeekin tot de eerste generatie historici behoort die, opgegroeid na de Koude Oorlog, de gebeurtenis met een frisse blik kon bekijken. 'Iedereen ging altijd mee in de Marxistische theorie dat het tsaristisch regime wankelde door de slechte economische omstandigheden en dreigende ineenstorting van het leger in de Eerste Wereldoorlog. Dat is niet zo. Russen hadden in verhouding meer te eten dan Duitsers. En het leger stond op het punt de Duitsers beslissend te verslaan.'

McMeekins boek De Russische revolutie vertelt daarom een andere geschiedenis. Bij hem creëren liberalen en sociaal-democraten uit eigen machtslust een chaos in Rusland, waarna de zeer doelbewuste en meedogenloze Lenin genadeloos gebruik maakt van hun aarzelingen en fouten. Omdat de communistische leider geen middel schuwde, inclusief schaamteloze financiering door de Duitse kapitalistische elite, wist hij de toevallige omstandigheden iedere keer naar zijn hand te zetten.
'De cruciale fout van leiders als Kerenski, die enkele maanden voor de revolutie premier werd, is dat zij zich niet los konden maken van de tsaristische oorlogsdoelen', zegt McMeekin. 'Hij begon daarom in juni een offensief tegen de Duitse troepen. En dat terwijl Lenin radicaal voor vrede pleitte – een geluid dat steeds meer soldaten veel liever hoorden. Niet alleen in Rusland trouwens, ook in het Westen. Maar daar drukten de officieren de oorlogsmoeheid de kop in door radicaal de discipline te handhaven.'
Ook was Kerenski – zelf immers een linkse politicus – te mild voor de communisten. 'Na de mislukte juli-revolutie had hij ze allemaal moeten veroordelen. De bewijzen waren overduidelijk. Dat blijkt uit de getuigenverklaringen. Maar Kerenski raakte er ten onrechte van overtuigd dat de legerleider Kornilov een staatsgreep plande. Hij arresteerde toen zijn generaal en liet de communisten vrij. Die toen een nieuwe revolutie konden plannen.'
En vergeet het Westen zelf niet. De Britten en Fransen hielden ook de nieuwe Russische regering te strikt aan eerder gemaakte afspraken, waardoor die wel dóór moest met de oorlog. De Duitsers steunden Lenin opportunistisch, in hoop vrede in het Oosten te kunnen stuiten en de oorlog in het Westen te kunnen winnen. Na de revolutie steunden de Britten de tegenstanders van de Roden te weinig, terwijl ze wél met Lenin een handelsakkoord sloten.
'Maar dat wil ik het Westen allemaal niet te kwalijk nemen', besluit McMeekin. 'Toen de chaos begin 1917 eenmaal was ontstaan, was er voor Rusland geen enkele gelukkige afloop meer mogelijk.'
(Eerder gepubliceerd in Livre Magazine)

Sean McMeekin (1974) is hoogleraar geschiedenis aan Bard College. Hij schreef een aantal bekroonde boeken over Russische, Duitse en Turkse geschiedenis in het begin van de twintigste eeuw, waaronder het veelgeprezen July 1914, Countdown to War.

donderdag 19 oktober 2017

Duitse selfpublishing-markt voorbeeld voor Nederland (Boekblad)

Ook dit jaar lijkt de selfpublishing-trend op de Buchmesse in belang te zijn gegroeid. De Duitse markt voor dienstverlening aan in eigen beheer uitgevende auteurs is een voorbeeld voor Nederland, waar de laatste jaren behalve Sweek weinig nieuws is gelanceerd.

Bijna alle grote Duitse uitgevers hebben inmiddels hun eigen selfpublishing-imprint zoals in Nederland Singel Uitgeverijen Brave New Books heeft. Dat vertelde directeur Gerd Robertz van BoD (Books on Demand) bij het openingssymposium van de selfpublishing-afdeling in hal 3.0. Zo heeft Holtzbrinck Neobooks (e-only) en ePubli en werkt BoD zelf sinds twee jaar samen met Random House in de gezamenlijke imprint 26. ‘Dat is een enorm succes’, aldus Robertz.
Het gaat wat BoD betreft allang niet meer om auteurs in staat te stellen hun eigen boek in handen te hebben. Robertz: ‘Auteurs moet leren al vanaf het begin na te denken hoe ze hun boek bij de lezer krijgen. Niet alleen door via social media een fanbase op te bouwen, maar ook door metadata toe te voegen en een goede flaptekst te schrijven om te worden gevonden. Ze profiteren daarbij van een toenemende bereidheid van boekhandels om in eigen beheer uitgegeven boeken in voorraad te nemen. Bijna alle boekhandels doen dat. Weliswaar in de eerste plaats regionalia, maar ze kijken er absoluut niet meer op neer.’
Die noodzaak om méér te doen om van een eigen uitgave een succes te maken blijkt ook uit de stands in hal 3.0. Zo hebben ook het Verband der freien Lektorinnen en Lektoren (VfLL) en het Selfpublisher Verband een eigen stand. De eerste, een vereniging van zpp’ende redacteuren, probeert in een workshop aan te tonen dat de redactie belangrijk voor schrijvers is – en helemaal niet duur als men zou denken. De tweede probeert schrijvers samen te brengen onder het motto: eendracht maakt macht.
‘We hebben nu 274 leden’, zegt thrillerschrijver Roland Kirsch die namens het Selfpublisher Verband leden staat te werven. ‘Omdat veel zelfpublicerende auteurs hier komen, hopen we aan het einde van de Buchmesse boven de 300 te komen. Lidmaatschap is bijvoorbeeld belangrijk omdat het toch moeilijker is om boekhandels binnen te komen dan Robertz van BoD suggereert. We willen boekhandels overtuigen om een hoekje voor onze titels in te richten. Zeker zelfstandige boekhandels zijn welwillend. Ketens als Thalia en Weltbild zijn moeilijker.’
Er is ook een Nederlandse partij actief op de Duitse selfpublishing markt: MyBestseller. Dit Rotterdams bedrijf heeft echter geen stand meer in de Duitse hal. Directeur Peter Paul van Bekkum heeft er dit jaar voor gekozen onder de naam van zijn andere product een stand te nemen: Sweek – en wel binnen de CB-stand in de Nederlandse hoek, omdat CB mede-aandeelhouder van Sweek is. ‘MyBestseller groeit zeker door, maar niet zo hard in Duitsland MeinBestseller.de ontwikkelt zich eerlijk gezegd teleurstellend. De hevige concurrentie is daarvoor de belangrijkste verklaring.’
Ook voor Van Bekkum ‘ligt Duitsland ver voor op andere landen in Europa’. Hij klaagt niet over de groei van de markt in Nederland, maar het is opvallend dat Brave New Books geen navolging heeft gekregen. ‘Na de lancering kregen wij het verzoek van een aantal partijen of wij ook zoiets voor hen konden doen. Dat hielden wij toen af, maar ze zijn daarna ook niet in zee gegaan met bijvoorbeeld BoD. Ik kan hen alleen maar adviseren dat wél te doen. Ze krijgen zo veel manuscripten binnen. In plaats van die af te wijzen kunnen ze zeggen: begin eerst bij ons selfpublishingimprint.’
Zelf denkt Van Bekkum dat Sweek ook mogelijkheden aan uitgevers biedt om geld te verdienen – onder meer via het ontdekken van nieuwe titels. Precies een jaar na de lancering van de app om te lezen en schrijven heeft Sweek ongeveer 215.000 gebruikers. Ofwel: vier keer zo veel als begroot. De gebruikers komen uit meer dan 75 landen. Ongeveer 100.000 van hen zijn Spaanstalig. In Nederland liep het aanvankelijk heel moeizaam, maar het aantal gebruikers zit volgens Van Bekkum nu op 10.000.
‘Wij houden bij wat mensen daadwerkelijk lezen. Niet wat ze met duimpjes zeggen leuk te vinden, maar ook tot hoever ze lezen’, vertelt Van Bekkum. ‘Dat is interessante data voor uitgevers die natuurlijk altijd op zoek zijn naar nieuw talent. We zouden daarom partnerschappen willen met twee of drie uitgevers van verschillende signatuur. Een andere manier van samenwerken is bijvoorbeeld met schrijfwedstrijden. Wij doen er zeer veel, waarbij je een verhaal uploadt en meteen al je verhaal kunt delen, commentaar kunt krijgen etcetera. Ik denk dat over een paar jaar 5 tot 10 % van alle schrijfwedstrijden wereldwijd via Sweek loopt.’
Zo organiseerde Sweek onlangs samen met Ravensburger – niet toevallig een Duitse uitgever, die door de dynamiek op de selfpublishing-markt hiervoor openstaat – een young adult-wedstrijd. Inzenders, die hun verhaal hoofdstuk voor hoofdstuk op Sweek posten, moesten uiteindelijk ten minste 50.000 woorden tellen. De winnaar kreeg een uitgeefcontract. ‘Dat was een 16-jarig meisje. Zij brengt dan ook meteen een fanbase mee. Heel interessant voor de uitgever als het boek straks verschijnt. Helaas pas in mei volgend jaar, ik had het liever eerder gezien.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 12 okt)

Zie ook:

woensdag 18 oktober 2017

Boektopia: ’Follow the joy’ in plaats van ‘follow the schedule’

Hoe lopen trendwatchers rond op de Frankfurter Buchmesse? Ik liep mee met Donata van der Rassel en Martine Koelemeijer van Boektopia. Zij maken deze beurs hun eerste rapport voor uitgevers en andere partijen in het boekenvak.

Midden in de stand van Winter & Company, een Zwitserse leverancier van leren en nep-leren omslagen, draaien op drie schermen verschillende, maar goed bij elkaar passende filmpjes. Een bedrijfspresentatie? Allerminst: je ziet de natuur en een man iets voelen. ‘Het gaat over het prikkelen van je zintuigen. Over terugkeer naar de natuur. Over authenticiteit’, zegt Van der Rassel. En dat komt overal terug. Bij de natuurlijke kleuren en materialen van de stand. Bij de Afrikaanse vrouw die een deken van boomschors maakt. Bij de opzettelijk slordig gedraaide papieren die in houders bovenaan de stand gaan.
Ieder ander zou hooguit denken: mooie stand heeft Winter & Company neergezet in hal 4.1. Maar Van der Rassel en Koelemeijer vertalen alles wat ze zien in trends. Niet om de toekomst te kunnen voorspellen – zo leggen beiden nogmaals het misverstand over trendwatchen uit – maar om te zien wat er speelt, daarin patronen te herkennen en zo te deduceren wat de trends van de komende jaren zullen zijn. Uitgevers kunnen daar hun voordeel mee doen bij het bedenken van nieuwe titels of het uitbouwen van fondslijnen. Of wanneer ze de opdracht geven voor een stand voor de Buchmesse van volgend jaar, waarover verderop meer.
In bijna alle stands ziet het duo van Boektopia trends terug. Neem die van het Gutenberg Museum, waar bezoekers zelf een oude drukpers kunnen bedienen. Van der Rassel: ‘Dat zag je een paar jaar geleden hier niet. Maar de trend is: workshops volgen. Mensen willen zelf iets doen. Mensen willen ook ervaringen opdoen. Niet alleen in de Efteling, maar overal en altijd. Daarbij is de man bij de drukkerij verkleed. Dat past bij de terugkeer van oude ambachten in deze digitale tijden, zoals je bij bakkers en kappers ziet. Tegelijk staat hij tegen een achtergrond van een modern vormgegeven poster, zodat je ook weet: dit museum gaat mee met de tijd, het gebruikt ook de nieuwe technieken.’
Bezoekers een ervaring meegeven – dat komt vaker terug. Bij kunst- en fotoboekenuitgever Seltmann + Söhne draaien ze muziek. En Hendricks Gin verkoopt gin+tonic in een tot jaren vijftig-bar omgetoverde ruimte. Koelemeijer: ‘Veel draait ook om passie en plezier. Dat zie je ook bij zulke trends terug. Doe wat je met plezier doet. Follow the joy. Dat zie je bij de gestresste Nederlandse uitgevers hier maar weinig terug. Bij hun is het: Follow the schedule. Ze zouden ook geregeld tijd moeten nemen om door een hal als deze te dwalen en het plezier van boeken voelen. Dat werkt inspirerender dan nóg een buitenlandse collega spreken. Af en toe zie ik het al een redacteur doen die zo even uit zijn bubbel stapt.’
Een andere trend is storytelling. Een Arabische stand lijkt te zijn ingericht tot museum voor Al-Jaziri, een 12e eeuwse uitvinder van met name klokken. ‘Je hebt bijna niet door wat hier wordt aangeboden’, zegt Van der Rassel. ‘Je wordt meegetrokken in het verhaal en raakt op die manier geïnteresseerd. Kijk ook naar de kreet die wordt gebruikt: Master of time. Dat past bij de trend van echt aandacht hebben voor iets: je bent zelf de baas over de tijd. En dat gecombineerd met een oude meester, bij wie we steeds vaker zoeken naar oplossingen voor onze hedendaagse behoeften.’
Wat veel terugkomt is wat Van der Rassel Nature inside noemt: de natuur die naar binnen wordt gehaald. Met al dan niet schijnbaar natuurlijke materialen, zoals bij Winter & Company, maar ook letterlijk – zoals de planten die op de stand van Lannoo hangen. ‘Al zie je de combinatie met hout en roze muren al langer. Volgend jaar kunnen ze hier niet meer mee aankomen’, zegt Koelemeijer. ‘Eigenlijk was hun stand van vorig jaar beter, toen ze die helemaal hadden ingericht naar hun boek Wonders are collectible over taxidermie. Een hele stand focussen op één titel, ook dat gaat over aandacht en passie.’
Wat al deze stands bindt, is dat ze zich richten op het verleiden van de consument. Want ook alle zakelijke bezoekers op een dergelijke beurs zijn consumenten – en bedrijven doen steeds meer moeite om consumenten te verleiden. Van der Rassel: ‘De Nederlandse collectieve stand straalt niets uit. Het is een plek om afspraken te hebben, meer niet. Veel stands in deze hal, maar ook bijvoorbeeld de collectieve stand van de Scandinavische landen, benaderen ook vakbezoekers als consumenten. Bij de Scandinaviërs kun je bijvoorbeeld een stukje poëzie luisteren, sfeer proeven en er tot rust komen. Ze hebben een identiteit, ze zijn trots op hun roots.’

Zie ook:

dinsdag 17 oktober 2017

Interview Jamal Ouariachi over de Frankfurter Buchmesse en de verkoop van de vertaalrechten op zijn werk (Boekblad)

Vorig jaar reisden tientallen Nederlandse auteurs af naar de Buchmesse. Dit jaar is Jamal Ouariachi een van de weinigen – in de hoop nog meer buitenlandse uitgevers te verleiden om zijn prijswinnende roman Een honger aan te kopen. De massaliteit van het evenement schrikt de Frankfurt-debutant niet af, zo vertelde hij vorige week, voorafgaand aan de beurs.

Waarom ga jij naar Frankfurt?
'Omdat er woensdagmiddag een borrel is van de European Union Prize for Literature. Ik heb dit jaar gewonnen voor Een honger. De prijsuitreiking was al in mei, maar nu organiseert de stichting die erachter zit nog een borrel. Ik ga woensdag heen en donderdag terug. Ik heb in die tijd samen met Josje Kraamer, mijn redacteur van Querido, ook een aantal afspraken met buitenlandse uitgevers. Wie weet levert dat wat op.'

Er is pas dit jaar voor het eerst werk van jou aangekocht.
'Ja. Toen ik die prijs kreeg, was er opeens veel belangstelling. De dag na de uitreiking waren er meteen biedingen uit twee of drie landen. Door zo'n prijs sta je net iets meer in de aandacht. Ook zal het schelen dat mijn boek nu in aanmerking komt voor vertaalsubsidie van de Europese Unie. Een honger is een dik boek, dan zijn de vertaalkosten een struikelblok. Daarom waren het denk ik ook vooral uitgevers uit Oost-Europese landen die toehapten. Zij hebben niet veel geld. Voor hen zijn subsidies belangrijker dan voor rijke uitgevers uit het Engelse taalgebied.'

In de vertalersdatabase van het Nederlands Letterenfonds tel ik zeven aangekondigde vertalingen.
'Het zijn er inmiddels negen: Albanees, Bulgaars, Hongaars, Macedonisch, Pools, Tsjechisch, Servisch, Sloveens en Spaans.'

Heeft het Letterenfonds in het verleden wel zijn best gedaan voor jouw werk.
'Zeker. Mijn roman Vertedering uit 2013 was opgenomen in 10 Books from Holland. Een honger later ook. Ik ben ook wel eens uitgenodigd voor borrels en etentjes als er buitenlandse uitgevers hier worden rondgeleid. Maar soms leidt het gewoon tot niets. Dat begrijp ik wel. Acquirerend redacteuren krijgen een enorme stapel manuscripten op hun bureau. Een manuscript moet maar net iets hebben wat eruit springt. Zo is het ook met buitenlandse uitgevers. Zij krijgen talloze aanbiedingen – en alles zou even goed zijn.'

Ook Querido heeft zijn best gedaan?
'Ook, ja. Ze hebben proefvertalingen gemaakt, onder andere in het Frans, die in Septentrion is verschenen, de Franstalige versie van Ons Erfdeel.'

En nu ga je hen dus helpen door in Frankfurt je eigen werk te pitchen.
'Het is niet echt mijn hobby. Achter mijn bureau kan ik beter met taal overweg dan in een gesprek. Maar we proberen wel het momentum te pakken. En ja, dan kan ik wel uitleggen waarom mijn boek aantrekkelijk zou zijn voor een uitgever. Daarom vind ik het ook goed om op die borrels met buitenlandse uitgevers te praten. Daar hoorde ik bijvoorbeeld dat pedofilie – een belangrijk element van Een honger – in Duitsland een taboe is. Daar kun je absoluut niet over schrijven. Muidhonger van Inge Schilperoort wordt in Duitsland ook niet aangekocht. Nu ik dat weet, kan ik uitleggen dat mijn roman over veel meer of niet in de eerste plaats gaat dan over pedofilie alleen.'

Wanneer beschouw je je bezoek aan Frankfurt als een succes?
'Als er nog een paar landen bij komen. Ik heb nog weinig grote landen. Alleen Spanje. Duitsland gaat dus niet lukken, maar voor Frankrijk en Engeland heb ik de strijd nog niet opgegeven. Eind augustus zijn ook de filmrechten verkocht aan NL Film. Dat is toch een extra impuls aan mijn verhaal.'

Doe je het ook voor de inkomsten?
'Het zijn geen hoge voorschotten. Maar alles bij elkaar is het toch aardig wat. Het geld begint nu langzaam binnen te komen. Dat duurt even. Gelukkig zit Querido er bovenop. Ik beschouw het hoe dan ook als extra. Een honger is al twee jaar geleden verschenen, ik ben met een nieuw boek bezig en dan krijg ik deze buitenlandse voorschotten nog. Ik moet er alleen deze week een etmaal hard voor werken.'

Wordt deze Buchmesse eigenlijk je eerste keer?
'Ja.'

Dus je was misschien wel de enige Nederlandse schrijver die er vorig jaar niet was, toen Nederland en Vlaanderen gastland waren?
'Misschien is dat ook alleen maar goed. Er was toen zo'n invasie aan Nederlandse auteurs dat je nog iets extra's nodig had om op te vallen. Nu heb ik mijn handen vrij.'

Wat verwacht je van de Buchmesse?
'Het schijnt zo extreem massaal te zijn dat ik geen hoge verwachtingen heb. Ik heb misschien ook niet meer dan een, twee uur de tijd om rond te dwalen. Met de naar het schijnt enorme afstanden kan ik dan nog weinig zien. Het geeft niet.'

Die massaliteit kan ook deprimerend werken op schrijvers. Dan zie je hoeveel er al is geschreven.

'Dat ben ik wel gewend. Ik heb jaren bij boekhandel Scheltema gewerkt. Daar lag al zo ontiegelijk veel dat je bij jezelf een verstandsverbijstering moet afdwingen om te denken: hier voeg ik nog iets aan toe. Nee, ik vond het eerder een stimulerende omgeving. Als iets me al deprimeerde, was het wat wordt gekocht. "Er ligt hier zoveel moois, mensen, en dan kopen jullie dát?"'

Zie ook:
- Hoe thema's & motieven herkennen: een case study aan de hand van 'Een honger'
- Jamal Ouariachi, 'Vertedering'
- Interview Jamal Ouariachi over zijn debuut

zaterdag 14 oktober 2017

Interview Martin Slagter: Alleen in je eigen taal begrijp je alle bijbetekenissen en kleurnuances (Taalunie:Bericht)

Sommige opleidingen in het hoger onderwijs kun je eigenlijk alleen in het Nederlands aanbieden. Volgens Martin Slagter van de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie kun je alleen in je moedertaal goed leren filosoferen.

Drie jaar bestaat de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie nog maar. Deze maand levert de Hbo-opleiding de eerste denkers af die hun kennis van de wijsbegeerte in gaan zetten als journalist, bestuurder, docent of iets anders. 'Het zijn een klein aantal studenten die bijvoorbeeld dankzij vrijstellingen het versnelde traject hebben gevolgd', zegt oprichter Martin Slagter. 'De eerste lichting gaat nu het vierde en laatste jaar in.' 
Je zou denken: een nieuwe studie, die doet alles in het Engels – van het eerste college tot de laatste scriptie. Inmiddels is twee derde van de universitaire masteropleidingen exclusief Engelstalig. Ook het aantal bachelor- en hbo-opleidingen die volledig in deze taal worden gegeven groeit ieder jaar. Dus wat ligt meer voor de hand dan dat ook de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie voor Engels kiest?
Niet dus. 'Wij hebben heel bewust voor het Nederlands gekozen', vertelt Slagter. 'Voor internationaal georiënteerde wetenschappen als medicijnen, economie en natuurkunde – overwegend bètastudies – snap ik dat een universiteit wil aansluiten bij de internationale gemeenschap en daarom kiest voor Engels. Maar voor filosofie heeft dat geen enkele zin. De keuze voor Engels werkt zelfs contraproductief.'

Alleen in je moedertaal
Filosofie, legt hij uit, draait om de nuance. 'Daarvoor is taal cruciaal. Het gaat erom dat je alle bijbetekenissen en kleuren van woorden kunt begrijpen. Dat je je argumenten kracht bij zet met beeldspraak en andere stijlfiguren. Dat kun je alleen in je moedertaal. Een debat voeren of een essay schrijven – wat iedere filosoof moet kunnen – zijn complexe activiteiten. Dat lukt alleen in een taal die je heel goed beheerst.'
Dat is in het Nederlands al moeilijk genoeg. 'Het onderwijs schiet schromelijk tekort. Het reguliere Hbo denkt: studenten beheersen Nederlands, ze hebben dat op de Havo geleerd. Maar het is erbarmelijk gesteld met de taalvaardigheid. Ze hebben een gering syntactisch vermogen, een absurd kleine woordenschat en weinig tot geen gevoel voor de connotatieve betekenis van woorden.'

Studiepunten voor Nederlands
Daarom probeert de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie de taalvaardigheid van de studenten te verbeteren. In het basisjaar krijgen ze modules spelling en schrijfvaardigheid. De eerste is een reader die 'iets meer dan de Havo-stof' behandelt en wordt afgesloten met een tentamen. Er zijn alleen facultatief bijspijkerlessen. De tweede module zijn zeven avondcolleges plus een zaterdagochtend om het schrijven intensief te trainen.
Slagter: 'Dat is goed voor zes studiepunten. Best fors dus. Maar we willen hen echt leren hun gedachten goed te verwoorden. In het tweede jaar bereiden we dat uit met de module taalfilosofie/metaforen. Dan krijgen studenten taalfilosofie van onder andere Wittgenstein, maar leren ze ook zelf beeldend te schrijven. We willen hen zo helpen een eigen stijl te ontwikkelen.'

Twee aparte categorieën
Volgens Slagter overschatten de voorstanders van Engelstalig hoger onderwijs de kennis van deze taal schromelijk. Bij hun studenten en henzelf. 'Je kan wel een diploma op niveau C2 hebben, maar in de praktijk valt het tegen. Niet voor niets heb je in de filosofie bij internationale debatwedstrijden, die veelal in het Engels worden gehouden, twee aparte categorieën: moedertaalsprekers en niet-moedertaalsprekers.'
Ook andere argumenten om het onderwijs Engelstalig te maken wijst hij af. Dat hoger onderwijsinstellingen buitenlandse studenten trekken die veel geld in het laatje brengen, vindt hij geen valide argument. 'Het Nederlands moet je koesteren. Het is een mooie taal die je niet zomaar moet weggeven. En helemaal niet zo klein als vaak wordt gedacht: het is de achtste grootste taal in de EU. Van de 24 officiële talen.'

Andere perspectieven
Slagter erkent wel dat buitenlandse studenten andere perspectieven in filosofische debatten in kunnen brengen. 'Maar wat heb je eraan als voor die studenten het Engels evenmin hun moedertaal is? Dan brengen ze hun gedachten ook gebrekkig onder woorden. Bovendien hebben wij studenten van verschillende leeftijden en met heel diverse achtergronden. Het is dus niet dat we tekort komen aan perspectieven.'
Van het argument dat Engelstalig opgeleide filosofen in de hele wereld aan de slag kunnen, is hij evenmin onder de indruk. 'De globalisering biedt kansen, zeker. Jongeren kunnen de hele wereld over zwerven. Maar in de praktijk gebeurt dat nauwelijks. Kijk naar de cijfers: 3 tot 4 procent van de Nederlandse jongeren gaat in het buitenland werken. De grote bulk werkt gewoon in een Nederlandstalige omgeving.'

Denken en jezelf uitdrukken
Zijn Slagters eerste filosofen die nu hun diploma krijgen, daarom beter dan bijvoorbeeld de studenten die in 2018 beginnen aan de eerste geheel Engelstalige bachelor filosofie aan de Vrij Universiteit in Amsterdam? 'Dat kun je niet zeggen. Academische filosofie is om te beginnen anders dan onze toegepaste filosofie. Ik denk wel dat onze studenten vaardigheden hebben geleerd die ze breed kunnen toepassen: denken én hun gedachten goed uitdrukken.'
(Eerder gepubliceerd op Taalunie:Bericht, okt 2017)

woensdag 11 oktober 2017

Interview Afrikaanse auteur Willem Anker over het Zuid-Afrika en Nederland (Boekblad)

De Zuid-Afrikaanse schrijver Willem Anker is deze week in Nederland ter gelegenheid van de Week van de Afrikaanse roman. Zijn met de Hertzogprijs bekroonde Buys verscheen eerder dit jaar in vertaling bij Podium. Hij kijkt zijn ogen uit in de Nederlandse boekhandels.

U bent sinds donderdag in Nederland. Heeft u een druk programma?
'Nogal. Elke dag heb ik wel iets. Vrijdag was de openingsavond van de Week van de Afrikaanse roman in Den Haag, zaterdag was ik in Culemborg, maandag in Utrecht op de universiteit, dinsdag in Schiermonnikoog en daarna heb ik nog optredens in België. Ik ben erg onder de indruk van wat Ingrid Glorie, die de week organiseert, allemaal voor elkaar heeft gekregen.'

Merkte u tot nu toe veel belangstelling voor Afrikaanse literatuur?
'Daar lijkt het wel op. Mensen in het publiek kennen namen als Breyten Breytenbach en Antjie Krog. Al gaan hun vragen heel snel over politieke kwesties. Over identiteit. Over anders-zijn.'

Maar de grote belangstelling had u wellicht verwacht – gezien de historische relaties tussen Nederland en Zuid-Afrika.
'Dat weet ik niet. Het is voor mij de eerste keer dat ik in het land ben waar mijn achternaam vandaan komt. Het is me wel opgevallen dat Podium veel Afrikaanse literatuur in vertaling brengt – heel mooi om daar nu tussen te staan. Dan moet er een markt voor zijn. Andersom is Nederlandse literatuur bij ons een stuk minder goed te vinden. In de winkel zul je hoogstens een of twee vertaalde boeken vinden. Als ik Nederlandse literatuur wil lezen moet ik naar de universiteitsbibliotheek in Stellenbosch, waar ik woon.'

Uw achternaam: wist u dat er in Nederland twee schrijvers zijn die Anker heten: Robert en Jan Willem Anker?
'Jazeker. Ik ken hun werk niet, maar ze zijn kennelijk erg bekend. Als ik op mijn eigen naam google kom ik steeds op Jan Willem Anker. Veel meer dan op mijn eigen naam. Een heel merkwaardige ervaring. In Zuid-Afrika is deze achternaam juist helemaal niet bekend. Ik moet hem vaak spellen aan de telefoon.'

En dan is er natuurlijk de verwantschap in taal. Wat merkt u daarvan?
'Bij de openingsavond sprak Christine Otten, die het gesprek leidde, Nederlands en de schrijvers Afrikaans, eentje zelfs Kaaps-Afrikaans. Een paar keer vroeg Otten aan de zaal of we moesten overstappen op Engels. Maar nee, het was geen probleem. In Culemborg konden we ook Afrikaans praten. Alleen op de universiteit gaf ik mijn lezing in het Engels en discussieerden we daarna ook in het Engels. Ik vind het goed dat dit mogelijk is. In de global village waar Engels zo dominant is, is het belangrijk dat andere talen levend blijven. Dan helpt het als talen zo nauw met elkaar contact hebben.'

Is het dan het summum voor een Afrikaanse schrijver om in het Nederlands te worden vertaald?
'Ik neem aan van wel. Ik weet dat veel schrijvers het bijzonder vinden. Er wordt daarnaast veel naar het Engels vertaald. Dat is ook belangrijk, al weet je nooit wat voor exposure je dan krijgt. Mijn roman verschijnt trouwens medio volgend jaar in het Engels bij Pushkin Press.'

Kunt u ook zelf de Nederlandse vertaling van uw roman lezen?
'Lezen wel, maar beoordelen of het ook goed gedaan is? Ik denk dat Rob van der Veer en Karina van Santen een geweldige prestatie hebben geleverd, maar ik vind het moeilijk om dat zélf te beoordelen. Het Nederlands en Afrikaans kennen al veel valse vrienden. Maar omdat mijn roman rond 1800 speelt, heb ik verouderde Afrikaanse woorden of zelfs Nederlandse woorden gebruikt, die bij ons vanzelf ouderwets klinken. De vertalers moesten daar Nederlandse equivalenten voor vinden. Ik kan bij de keuzes die ze hebben gemaakt, niet precies het register aanvoelen.'

Helpt het u om publiek voor uw boek te interesseren dat uw roman over een Nederlandse Afrikaan gaat: Coenraad de Buys, die leefde in de tijd dat Nederland zijn Afrikaanse kolonie verloor.
'O nee. Hij is zelfs niet eens zo bekend in Zuid-Afrika. Ja, in sommige delen van het land is hij een mythische figuur, maar hij wordt niet op school behandeld tijdens geschiedenisles. Ik denk daarom eerder dat hij juist staat voor iets groters: de mentaliteit van iemand die op de grens leeft. Wat hij meemaakte is hetzelfde als wat kolonisten in die tijd in Amerika meemaakte. Zo gaat Buys over vragen die in de hele wereld actueel is. Vragen als: van wie is het land eigenlijk? En hoe kunnen mensen met verschillende culturen met elkaar leven?'

Bent u tevreden over Podium als uitgever?
'Zeker. Het contact was vriendelijk en professioneel. Maar ik heb nog niet veel geschreven. Ik kan het eigenlijk niet vergelijken. Het boek ziet er in ieder geval schitterend uit. Maar dat geldt voor zo veel boeken in Nederland. In alle boekhandels die ik tot nu toe heb bezocht kwam ik in de verleiding om boeken te kopen die ik al heb. Ze zijn zo mooi.'

Bent u hier veel in boekhandels geweest?
'Ik doe in mijn vrije tijd niet anders dan boekhandels bezoeken. Zondag, toen ik vrij was, heb ik er heel wat in Amsterdam bezocht. En maandag nadat ik bij de universiteit klaar was, heb ik er drie of vier in Utrecht afgelopen. Schitterend om te zien dat je hier niet alleen grote stapels Stephen King en Dan Brown hebt, maar dat bijvoorbeeld filosofie een hele eigen sectie heeft.'

Is het zo armoedig in Zuid-Afrika?
'Er is bij ons een recessie. Veel boekhandels hebben het moeilijk. Er zijn in grote steden wel een aantal goede winkels, zoals Protea in Stellenbosch, maar het zijn er niet veel. Toen ik in de jaren 1990 naartoe verhuisde om er te studeren waren er meer boekhandels. De leescultuur is ook niet zo goed als in Nederland. Toch ben je als Afrikaanstalige schrijver in verhouding beter af dan als Engelstalige schrijver in Zuid-Afrika. Voor hen is het moeilijker, ook door internationale concurrentie, om goed op te vallen in boekhandels.'

Hoe goed heeft Buys – toch winnaar van dé literaire prijs in uw taalgebied – dan in Zuid-Afrika verkocht?
'Heel goed. Er is nu een derde druk op de markt. Hoeveel exemplaren bij elkaar in druk zijn, weet ik eigenlijk niet. Misschien een stuk of 5.000. Nou ja, vraag dat maar na bij mijn uitgever NB Uitgewers. Misschien overdrijf ik.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 okt)

zie ook:

maandag 9 oktober 2017

Ballon Media: doordachte groei met strips en kinderboeken (Boekblad)

Ballon Media lanceert dit najaar kinderboekenimprint Klavertje Vier. Het is een nieuwe loot van de uitgeverij die sinds de start in 2008 bijna is verdubbeld in omzet. 'Onze babyboekenreeks "Kleine stapjes" is straks in 71 talen te koop.'

Een nieuwe imprint in de markt zetten kost nogal wat. Alleen al het marketingbudget van upmarket kinderboekenfonds Klavertje Vier, dat Ballon Media dit najaar lanceert, bedraagt meer dan 100.000 euro, zo staat te lezen in de eerste aanbieding. Alle andere investeringen bij elkaar zijn daar een veelvoud aan. Dan wil een uitgever toch zeker weten dat de markt er daadwerkelijk is. En de risico's niet nog groter maken dan ze al zijn.'Natuurlijk hebben wij marktonderzoek gedaan', zegt uitgever Alexis Dragonetti. 'Daarom geloven wij dat de markt er is voor de bijzondere kinderboeken van Klavertje Vier die allemaal iets extra's zoals een 3D-doolhof hebben. Maar we publiceren eerst alleen aangekochte titels. Dan heb je in één keer een fonds. Met eigen auteurs ga je eerder een langjarig commitment aan. Dan is het logischer die stap voor stap in een goed draaiend fonds in te brengen.'
Groeien wil het bedrijf dus wel. Maar: gestaag – daar gelooft de 48-jarige eigenaar van Ballon Media in. 'Ik zeg intern: een berg beklim je niet een keer, maar stapje voor stapje in een bestendig tempo. Dat klinkt logisch, maar er wordt ongelooflijk vaak tegen gezondigd. Er zijn zoveel uitgevers die series en merken introduceren zonder te weten of er een markt voor is. Maar goed: elk zijn temperament. Ik ben zo niet. I'm a publisher, not a gambler. At least not a big one.'

De doordachte aanpak van Ballon Media heeft het bedrijf geen windeieren gelegd. Sinds Dragonetti de uitgeverij op 1 april 2008 oprichtte met een fusie van kinderboekenuitgeverij De Ballon (circa 6 miljoen omzet) en de Nederlandstalige divisie van de stripuitgeverijen van Média-Participations (circa 3 miljoen omzet), steeg de omzet naar 15,5 miljoen euro in 2016. Met een operationeel resultaat van 8 procent is het ook een gezond bedrijf.
'Er zijn een aantal parameters die ik goed in de gaten hou om de risico's zo klein mogelijk te houden', vertelt de uitgever. 'De verhouding tussen de verschillende fondsonderdelen. De verhouding tussen verkoop in het Nederlandse taalgebied en het buitenland. En de verhouding tussen eigen titels en uitgaven van anderen waarvoor wij marketing en sales doen. Een uitgeverij moet nooit helemaal afhankelijk zijn van één fonds of één klant. Opnieuw de logica zelve, maar lang niet iedereen houdt zich daaraan.'
Ballon Media kent twee fondsonderdelen: kinderboeken en strips. Onder de imprints Ballon Kids en Blloan Junior – beide massmarket labels voor een groot publiek – geeft het zo'n 150 nieuwe kinderboeken per jaar uit. Onder de imprints Ballon Comics en Blloan – voor familiestrips respectievelijk artistieke strips – verschijnen jaarlijks 200 nieuwe titels. De fondsen die Ballon Media verdeelt zijn bijna allemaal stripfondsen.
Dragonetti: 'De verhouding is daarmee momenteel nagenoeg precies fifty-fifty. Wij concentreren ons ook op twee productcategorieën. Kansen om andere fondsen te verdelen of uitgeverijen over te nemen heb ik laten lopen. Met meer categorieën versnippert de aandacht te veel. Voor elk fonds moet je immers aparte digitale strategieën ontwikkelen en nadenken hoe je buiten het boek om – maar wel het boek versterkend – kunt bestaan. Voor strips, waarvoor we met Standaard Uitgeverij het platform Yieha hebben, is dat al zó anders dan voor kinderboeken.'
Bovendien passen de fondsen goed bij elkaar. Als verkooppunten van strips al boeken verdelen, zijn dat vaak commerciële kinderboeken zoals van Ballon Media. Ook kan de content van het ene fonds makkelijk worden herverpakt. 'Dat staat nog in de kinderschoenen. Maar we komen nu met avi-boekjes van Jommeke, het vlaggenschip van de strips waarvan we jaarlijks bijna een miljoen exemplaren verkopen.'

De verhouding tussen verkoop in het Nederlandse taalgebied en het buitenland is 60-40. Ballon Media ziet België en Nederland als één markt, hoewel strips in de laatste een nichemarkt zijn en daarom een andere benadering vereist is. Anders dan veel Vlaamse uitgeverijen stuurt Ballon Media de marketing en sales in Nederland rechtstreeks vanuit Antwerpen aan. Van de zeven vertegenwoordigers bewerken er twee de Nederlandse markt – aangevuld met vier Vlamingen die elk een stuk Zuid-Nederland meepakken.
Maar vooral het buitenland is een groeimarkt voor kinderboeken. 'Wij zorgen ervoor dat onze uitgaven cultureel neutraal zijn, zodat je ze op verschillende markten zonder aanpassing kan verkopen', zegt Dragonetti. 'Dat is moeilijker dan het lijkt, maar we zijn er erg goed in geworden. Ik denk omdat we een Vlaams bedrijf zijn. Omdat onze thuismarkt zo klein is, moeten we in Vlaanderen altijd kijken naar de mogelijkheden over de grens.'
Inmiddels geeft Ballon Media onder eigen naam zelf uit in het Frans, Spaans en Italiaans – mét een goede partner voor marketing en sales, zoals Hachette in Frankrijk. 'We kijken per taalgebied wat de beste mogelijkheid is. Dit zijn grote taalgebieden, dan loont het de moeite. Voor andere landen kiezen we voor rechtenverkoop of uitgaven in co–productie. Zo verkochten we in Bologna onze babyboekenreeks "Kleine stapjes" aan het 71e taalgebied: Mongools.'

De verhouding tussen eigen titels en marketing en sales voor titels van derden is 67-33. De grootste klant is Média-Participations. Dat volgt rechtstreeks uit de ontstaansgeschiedenis van Ballon Media. Dragonetti kon negen jaar geleden alle Nederlandstalige rechten van uitgeverijen als Dupuis en Dargaud-Lombard – waar hij lange tijd directiefuncties vervulde – overnemen om de uitgaven met meer focus en dus meer rendement zelf te exploiteren.
Dragonetti: 'Om die reden is Média-Participations voor 20% eigenaar. Ik zelf heb 51%. Wij doen alles geheel zelfstandig: van de keuze welke Franse titels worden vertaald tot het bepalen van de oplage en papiersoort. Media-Participations zit in de raad van bestuur en kan zo van binnenuit zicht houden op hoe wij dat doen. Zo'n relatie is natuurlijk bestendiger dan een louter commercieel partnership, waarvan het contract altijd een einddatum heeft.'
En, niet onbelangrijk, het biedt Ballon Media mogelijkheden die een traditionele importeur nooit heeft. Dat bleek toen tekenaar Charel Cambré en scenarist Marc Legendre aan Dragonetti voorstelde om een nieuw deel te maken van de Franstalige reeks Robbedoes. Aangezien de uitgever al een overeenkomst had met Dupuis voor een lokale spin-off kon hij binnen dertig seconden, herinnerde het duo later, akkoord gaan. Eind mei verscheen zo – onder groot succes – deel 1 van de nieuwe reeks: Happy family.

Met de lancering van Klavertje Vier en toenemende exploitatie van titels over de grens ligt de nadruk van de groei bij de kinderboeken. In de stripmarkt, waarin Ballon Media uitsluitend Nederlandstalige titels uitgeeft, is dat niet zo makkelijk. 'Het is al jaren een stabiele markt', zegt Dragonetti daarover. 'Al moet je veel inspanningen verrichten om je te handhaven. Er is daarom wel grote dynamiek. Reeksen krijgen een restyling. Er worden succesvolle spin-offs gelanceerd, zoals onze Robbedoes.'
Ballon Media probeert ook strips levendig te houden door er een nieuwe beleving omheen te organiseren. Dit jaar opende op het station van Antwerpen Comics Station, een indoor pretpark rond populaire stripfiguren. Volgend jaar volgt het Internationale Stripfestival Antwerpen, dat tot een groot publieksevenement moet uitgroeien. Voor beide werkt Dragonetti samen met Standaard Uitgeverij. Bij elkaar hebben ze 85% van de markt. 'Een zegen, die concentratie', zegt hij. 'Anders zouden dit soort initiatieven onmogelijk zijn.'
Maar dat wil niet zeggen dat Ballon Media zich neerlegt bij de status quo. De uitgeverij hoopt veertig jaar na het debuut van De Kiekeboes – nog altijd de laatste familiestrip die doorbrak naar een groot publiek – een nieuw character te lanceren die een miljoenomzet kan bereiken. Hoe, daarover zegt de ook in dit opzicht voorzichtige Dragonetti niets over. Dat de uitgeverij de digitale mogelijkheden optimaal wil benutten laat hij echter duidelijk doorschemeren.
'En ja, dat kost ook wat. Dus dat moeten we heel goed voorbereiden. Zodra ik meer kan vertellen, hoort u van ons.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad magazine, sep 2017)

zondag 8 oktober 2017

Boek.be moet uitgeverij Egmont toelaten op Boekenbeurs (Boekblad)

Boek.be moet de aan Vlaams Belang gelieerde uitgeverij Egmont dit jaar een stand geven op de Boekenbeurs. Dat heeft de rechter in Antwerpen gisteren bepaald.

Boek.be overtreedt de antidiscriminatiewetgeving door deelname van Egmont systematisch te weigeren. De Groep Algemene Uitgevers, een van de drie ledenorganisaties van Boek.be, hoeft de uitgeverij niet toe te laten, wat Egmont automatisch recht op een stand zou geven. De rechter bevestigde dat GAU het recht heeft op grond van haar eigen statuten zelf te beslissen wie lid wordt en wie niet. Het probleem zit hem bij de niet-leden die een stand krijgen. Als kranten als De Morgen en ngo's als milieuorganisatie Natuurpunt een stand krijgen, dan kan die uitgeverij Egmont niet worden geweigerd. 
GAU-voorzitter Alexis Dragonetti noemt de uitspraak 'onwaarschijnlijk'. Er zijn geen reglementaire bepaling voor het toekennen van niet-leden als standhouder, legt hij uit, maar 'de facto zijn alle mediapartners, sponsors en ngo's betrokken bij de Boekenbeurs – in het geval van de laatste categorie bijvoorbeeld door het actief onder de aandacht brengen van het evenement bij haar leden. Als we dat criterium van de rechter niet zouden mogen hebben, zouden we in feite iedereen die daar om vraagt, een stand moeten geven. Dat is totaal absurd.'
Dat Egmont net als Natuurpunt de Boekenbeurs zou kunnen promoten bij haar leden, in dit geval die van Vlaams Belang, is volgens Dragonetti iets anders. 'De standpunten van Natuurpunt gaan over ecologie. Het is een boodschap van algemeen nut, het is geen politiek standpunt zoals Egmont. Alle andere politieke partijen zouden we evenmin een stand geven. Er is op de Boekenbeurs geen plaats voor politiek – alleen voor een inhoudelijk debat over een boek. Politici kunnen hun boek voorstellen, zoals ook gebeurt. Ook Vlaams Belang-voorzitter Tom van Grieken stond dit jaar al geprogrammeerd op een van de podia.'
Boek.be gaat daarom in hoger beroep tegen de uitspraak. Dit heeft echter geen opschortende werking, waardoor een dwangsom van 500.000 euro dreigt als Egmont vanaf de openingsavond op 28 oktober niet op de Boekenbeurs staat. 'Wij gaan het vonnis dus strikt uitvoeren. Het heeft helemaal geen zin om dat niet te doen. We willen we het debat ten gronde voeren. Dat is naar onze mening nu niet gebeurd, of in ieder geval niet genoeg.' Reden: de rechtszaak heeft versneld plaatsgevonden om de uitgeverij eventueel dit jaar nog een stand op de Boekenbeurs te geven.
Uitvoering van het vonnis stelt de Boekenbeurs-organisatie wel voor problemen. De plattegrond voor de editie-2017 is eind mei al vastgesteld. Uitgevers zijn sindsdien bezig met het ontwerpen en inrichten van hun stand. Dragonetti: 'Het grondplan moet nu zo snel mogelijk en eigenlijk vandaag nog opnieuw worden getekend. Een aantal uitgevers moeten mogelijk verhuizen.' Dat betekent ook dat de plattegronden die al zijn gedrukt, bijvoorbeeld voor de speciale bijlage van Knack, niet meer kloppen. 'Als het al is gedrukt, is er niets meer aan te doen. Maar op de Boekenbeurs moet een correct grondplan hangen.'
Het Vlaams Belang reageerde verheugd op de uitspraak. Van Grieken zei tegen diverse Vlaamse media: 'Gezond verstand zegeviert. De organisatoren verweten uitgeverij Egmont discriminatie zou propageren, maar nu heeft de rechtbank duidelijk gezegd dat Boek.be zelf de antidiscriminatiewet overtreedt.' Het is juist dat verwijt van discriminatie dat Dragonetti steekt. 'De advocaten van Egmont halen gewild en juridisch handig een aantal dingen door elkaar – de deelname aan de beurs als standhouder en de aanwezigheid van boeken – om aan te tonen dat wij discrimineren. Dat is niet zo.'
Ten eerste behandelt de GAU aanvragen van potentiële leden los van hun fondslijst. 'Egmont is geen uitgeverij, maar een instrument van het Vlaams Belang. Egmont en Vlaams Belang zijn op hetzelfde adres gevestigd, de dagvaarding komt van de juridische dienst van de partij en de bestuurders van de partij zijn actieve mandatarissen van het Vlaams Belang. Maar dit jaar hebben we wel Polemos toegelaten. Deze uitgeverij verspreid ook extreemrechts gedachtegoed, maar is wél een echte uitgeverij. Polemos heeft nu ook voor het eerst een stand op de Boekenbeurs.'

Ten tweede zijn de Egmont-boeken altijd welkom geweest op de beurs – via een stand van een boekhandel of verdeler. Zij deden dat niet omdat, volgens Egmont, niemand dat durfde. Dragonetti vindt dat echter onzin. 'Zij kruipen in een slachtofferrol, maar geloof me: de economische logica is altijd sterker dan de politieke logica. Geld wint het altijd van ideeën. Als die boeken ongelooflijk zouden verkopen, zouden Fnac, Standaard Boekhandel en anderen die echt neerleggen. En dan nog: ze zijn bij deze winkels gewoon te bestellen en staan ook op Boekenbank.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 okt)