zaterdag 21 juli 2012

Boekenmusea: Hoe zeldzaam zijn zakelijke kattebelletjes? (Knack)

Aflevering 3. Het gloednieuwe Museum der Letteren en manuscripten en Brussel is alleen leuk als je er niet te veel van verwacht.

Voltaire! Vincent van Gogh! Albert Einstein! Hugo Claus! De lange lijst wereldberoemde namen waarvan het Museum der Letteren en manuscripten (MLM) originele documenten bezit, is zeer indrukwekkend. En toch is een bezoek aan het bescheiden pand in de Brusselse Koningsgalerij een lichte teleurstelling. Het is alsof een museum voor beeldende kunst je lokt met álle grote namen uit de kunstgeschiedenis en je vervolgens studies, krabbeltjes en schetsjes biedt in plaats van schilderijen.
Want wat ligt er nu helemaal in het MLM dat vorig jaar september zijn deuren opende? Een handtekening van Calvijn onder een bewijs van betaling voor een prediking. Een door Chagall gesigneerd programmaboek van het Théatre National de l’Opéra met een simpel pentekeningetje. Een kladje van Proust van Du coté de chez Swann. En zo gaat het door met in hoofdzaak onbenullige zakelijke correspondentie. Het geeft het tegengestelde gevoel van zeldzaamheid. Hoeveel van dit soort paperassen zijn er niet? vraag je je al gauw af.
Ook de overdaad en de grote greep waarmee het museum een grote variëteit aan manuscripten bij elkaar veegt, stompen af. Onder het motto ‘de grote Europese oorlogen van de twintigste eeuw’ liggen door Churchill, Roosevelt en De Gaulle ondertekende brieven in één vitrine naast brieven van Leopold III, Mata Hari en een anonieme gevangene van Auschwitz. ‘De explosie van literaire stromingen in de XIXe eeuw’ brengt simpelweg alle stukken van schrijvers uit die tijd samen.
De nadruk van de collectie ligt op het Franse erfgoed. Begrijpelijk. Het MLM is een filiaal van het gelijknamige museum in Parijs dat de beleggingsmaatschappij annex antiquair in oude papieren Astrophil acht jaar geleden opende – de eerste in een lange reeks die het in Europese hoofdsteden wil openen. Als er een niet-Fransman tussen ligt, is zijn briefje niet zelden in het Frans gesteld. Zie Piet Mondriaan, Pablo Picasso of Goethe, van wie een Franstalig kwatrijn te lezen is.
Het Belgische accent dat het museum legt, pakt echter ongelukkig uit. In plaats van waardevolle Belgische documenten als een notitieboek van Jacques Brel naast manuscripten van Mozart en Beethoven te leggen, zijn ze nadrukkelijk buiten de braaf ingerichte vitrines gelaten maar in aparte lijsten op de muren ernaast opgehangen. Dat roept het idee op dat Brel, maar ook Peter Benoit en César Franck, eigenlijk niet in dezelfde categorie thuis horen. Slechts een aantal toppers zoals Claus, Hergé en Magritte hebben volwaardige vitrines gekregen.
Toch is het hoge Franse gehalte niet de reden dat je voortdurend denkt dat het MLM op de verkeerde locatie is gevestigd. Dat zijn de honderden toeristen die je op de doodstille eerste verdieping, waar de vaste collectie is gehuisvest, niet kunt negeren. Het MLM zit in de Sint-Hubertusgalerijen dan wel op een luxueuze en prestigieuze locatie, maar bevindt zich daar ook temidden van de verkopers van bier, chocolade en souvenirs die een heel ander publiek trekken. Dat wringt.
Verdient het MLM het dan om te worden overgeslagen? Dat ook weer niet. Want het MLM toont wel echte manuscripten, al zijn het dan van kattebelletjes, en geen facsimile’s zoals bijvoorbeeld het Letterkundig Museum in Den Haag. Daardoor kun je in Brussel binnen een paar uur daadwerkelijk in contact komen met honderden personages uit de geschiedenis, kunst, wetenschap en literatuur. Mensen als Tolstoj, Balzac, Verdi, Robespierre en vele anderen. Verwacht er alleen niet té veel van.
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 20 jul 2012)

Geen opmerkingen: