dinsdag 29 mei 2012

Dankzij een tolk zijn niet-Nederlandstaligen gezonder (Taalschrift)


Slechte communicatie leidt tot slechte zorgverlening. Zonder een professionele tolk kunnen zorginstellingen Nederlanders en Vlamingen die de taal niet machtig zijn, vaak niet adequaat behandelen. Toch lijken overheden dat onvoldoende te beseffen. In Nederland is de subsidie voor tolken in de zorg sinds 1 januari helemaal afgeschaft. In Vlaanderen groeien de budgetten onvoldoende mee met het gebruik.

Een terminaal zieke vrouw die haar wens niet kon uiten om snel te sterven. Omdat haar familie aandrong op alle levensverlengende maatregelen, deden artsen alles om haar leven te rekken. Een echtpaar dat zwanger wilde worden en een dertienjarige zus meenam om te tolken. Omdat die het woord ‘sperma’ niet kende, zei het meisje tegen hen dat ze de volgende keer urine in een potje moesten meenemen. Of een zwangere vrouw die tegen haar eigen wens werd geaborteerd omdat haar zus, die voor haar vertaalde, van het kind af wilde.
De voorbeelden van zulke slechte zorg als gevolg van een taalprobleem zijn legio. De beste optie voor een zorgverlener in zo’n geval is het inschakelen van een professionele tolk of vertaler die het Arabisch, Swahili of Perzisch accuraat omzet in Nederlands. Een tolk die is opgenomen in een register en daarom garant staat voor kwaliteit. Een tolk die dankzij een gerichte opleiding of cursus bekend is met de situatie en de medische terminologie. Het leed van al deze personen had dan voorkomen kunnen worden.

47.365 euro
“De waarde van een tolk is moeilijk te meten”, vertelt Hanneke Bot. Zij is psychotherapeut bij de instelling voor geestelijke gezondheidszorg Pro Persona in Wolfheze en docent in de master Tolken op Lessius Antwerpen. “Met diabeteszorg kun je het wel wetenschappelijk onderzoeken omdat de glucosewaarden goed meetbaar zijn. In de Verenigde Staten bleek dat patiënten die het Engels niet goed machtig waren hun glucosewaarden beter onder controle hadden als zij met een tolk waren behandeld dan wanneer dat niet was gebeurd. Zij hadden een aantoonbaar betere gezondheid.”
Ook bespaart zorgverlening met een tolk kosten, voegt Pascal Rillof daaraan toe. Hij is Vlaams sectorcoördinator sociaal tolken en vertalen van het Kruispunt Migratie-Integratie. Ook hij geeft een voorbeeld uit de diabeteszorg. “Het salaris van een tolk wordt terugverdiend in het vermijden van onnodige medische kosten. Als een arts vroeg of zelfs preventief met een diabetespatiënt kan communiceren, kunnen ernstige verwikkelingen als gevorderde voetgangreen worden voorkomen. De behandeling daarvan kost 47.365 euro.”

Explosieve stijging
Vooral de laatste jaren is het gebruik van tolken in de zorg explosief toegenomen. Het ‘sociaal tolken’ bestaat al enkele decennia. In Nederland kwam het op met de eerste golf gastarbeiders en de komst van vluchtelingen uit Latijns-Amerika in de jaren zeventig. In Vlaanderen zetten Antwerpen en Brtussel in de vroege jaren tachtig de eerste sociaal tolk- en vertaaldiensten op. Maar pas na een professionaliseringslag van deze categorie tolken en vertalers – met een register, betere opleidingen en een gedragscode – gingen instellingen steeds vaker tolken inhuren.
In Nederland groeide het budget dat het ministerie van Volksgezondheid aan tolken kwijt was van 8 miljoen euro in 2006 naar 19 miljoen euro in 2011 – goed voor 166.000 tolk- en vertaaldiensten. In Vlaanderen steeg het aantal opdrachten van circa 30.000 in 2008 naar 50.000 in 2011 – al omvat dat meer dan alleen tolken in de zorg. En dan te bedenken dat er vanuit de overheid nooit campagne is gevoerd om het gebruik van tolken te propageren. Het Tolk- en Vertaalcentrum Nederland (TVcN), dat bemiddelt tussen instelling en tolk, was het zelfs contractueel verboden reclame te maken. Uit angst voor stijgende kosten.

Van ad hoc naar structureel
Instellingen huurden tolken eigenlijk alleen maar vaker in omdat ze zelf overtuigd raakten van het nut – en omdat het vaker nodig was door de groeiende instroom van migranten. “Het gebruik is opgelopen vanuit werkgroepen die zich met interculturaliteit bezighielden. Zij maakten zich er sterk voor”, zegt Bot. “Artsen en andere zorgverstrekkers beginnen er vaak ad hoc aan,” vult Rillof aan, “omdat er een communiatieprobleem is dat moet worden opgelost als zij überhaupt aan de zorg zelf willen toekomen. Van collega’s horen ze over het bestaan van tolken. In het begin is er vaak weerstand tegen het instrument. Maar als ze zien dat het werkt, schakelen ze vaker een tolk in.”

Geen basisrecht
Een recht op een tolk hebben patiënten niet. Anders dan in het strafrecht: om een eerlijk proces te garanderen is bij wet vastgelegd dat niet-Nederlandstaligen recht op een tolk hebben. In de zorg is alleen “afgeleid recht”, zoals Rillof dat noemt. In Nederland verplicht de wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (wbgo) hulpverleners om patiënten goed te informeren. In België volgt hetzelfde uit artikel 23 van de grondwet en de patiëntenrechten.
Daartegenover staat – in Nederland, niet in België – de inspanningsverplichting van patiënten om zich goed te laten informeren en zichzelf duidelijk te maken. Dat kun je lezen als: zij moeten Nederlands leren of ervoor zorgen dat ze iemand meenemen die voor hen vertaalt. Maar instellingen nemen liever niet het risico op een rechtszaak over bijvoorbeeld een verkeerd afgezet been omdat ze de patiënt niet konden verstaan. De arts blijft tenslotte eindverantwoordelijk voor de geleverde dienst.

Knap zenuwachtig
“In de praktijk komt het zelden tot een klacht”, zegt Bot. “Een vrouw die tegen haar zin te lang in leven wordt gehouden, gaat uiteindelijk toch dood en haar familie klaagt daar niet over.” Ook Rillof kan zich geen rechtszaken herinneren over slechte zorg als gevolg van gebrekkige communicatie door taalproblemen. “Maar als patiënten een foute behandeling krijgen en gaan klagen, zullen ziekenhuizen daar niet zomaar mee weg komen. Dat maakt hen knap zenuwachtig.”
Zowel in Nederland als in Vlaanderen is daarom dezelfde werkwijze ontstaan. Het is altijd de instelling zelf die een tolk of vertaler inhuurt bij het TvCN of een van de Vlaamse sociaal tolk- en vertaaldiensten. Ze nemen de verantwoordelijkheid. Maar ook kunnen ze zo de kosten in de gaten houden en garanderen dat de tolk goed gekwalificeerd is. “Sommige ziekenhuizen hebben zelf ook enkele intercultureel bemiddelaars en tolken in dienst,” zegt Rillof. “En ook al gaan heel wat zorginstellingen op een ernstige manier om met deze reële communicatiemoeilijkheden, al te vaak wordt nog gewerkt met de poetsdame van Poolse origine, bijvoorbeeld.”

Eigen verantwoordelijkheid
Dit systeem om tolken in te schakelen werkte in Nederland goed, vindt Bot. “We liepen in Europa voorop. De opleidingen waren verbeterd. De organisatie was goed: met één tolkencentrum, TVcN, die alles regelde. En de kosten waren gedekt door het ministerie. Daar konden we trots op zijn.” Tot een jaar geleden de minister van volksgezondheid Edith Schippers (VVD), die het onderwerp volgens Bot nooit heeft geïnteresseerd, besloot tolken in de zorg niet langer te financieren. Protestbrieven van alle instellingen in de zorg mochten niet baten.
Schippers’ redenering is: iedereen is zelf verantwoordelijk voor een goede communicatie met zijn behandelaar. Wie niet goed Nederlands praat, moet het maar leren – of zelf iemand meenemen. “Informele tolken dus: een buurman of een kind. Terwijl al het wetenschappelijk onderzoek uitwijst dat zij niet optreden als letterlijke tolk, maar als gesprekspartner. Ze geven korte samenvattingen of praten namens de patiënt. Achteraf gaan ze misschien roddelen in de buurt. En wat doe je een kind aan als die zijn vader moet vertellen dat hij kanker heeft?”

Gettovorming
De “ordinaire bezuinigingsmaatregel” had volgens Bot slechts één positief effect: de instellingen die tolken konden inschakelen zonder zich druk te maken om de kosten, moeten nu zelf nadenken over een tolkenbeleid en -budget. In sommige gevallen betalen instellingen tolken nu zelf. Ook gaan zorgverzekeraars mogelijk betalen – omdat tolken ook geld besparen. En elders worden tweetalige hulpverleners ingeschakeld om patiënten in die taal te helpen. “Er zijn zelfs instellingen die zich profileren met hulpverlening in de eigen taal”, zegt Bot. “Gettovorming, vind ik dat.”
Alles bij elkaar is er geen eenduidig beleid meer over het inschakelen van tolken. “De situatie is rommelig. Ik kan daarom alleen voor mijn eigen instelling spreken. Daar is het budget 25 procent van wat we aan tolken afnamen. Ik heb een aantal situatieschetsen gemaakt, waaruit blijkt wanneer toch een informele tolk kan worden ingeschakeld – ondanks alle nadelen. Daarin staan ook richtlijnen waar hulpverleners zich aan moeten houden, maar geld om ze daarin op te leiden is er nauwelijks.”

Inclusieve samenleving
In Vlaanderen speelt de discussie over de legitimiteit van een tolk in de zorg minder. De overheid onderschrijft het belang ervan in een inclusieve samenleving. “Als wij willen dat ons maatschappelijk-democratisch project behouden blijft, waarin iedereen toegang heeft tot dezelfde diensten op basis van grondrechten, dan moeten we die toegang voor iedereen garanderen,” zegt Rillof. “Eigen verantwoordelijkheid om Nederlands te leren is prima en ook emanciperend. Helemaal voor. Maar we gaan toch geen professionele zorg – wat kwaliteitsvolle communicatie impliceert – weigeren als iemand de taal maar beperkt beheerst? Bovendien weten we dat mensen vaak op hun eerste taal terugvallen in stresssituaties en dat Nederlands kennen niet betekent dat je het Nederlands in iedere setting beheerst.”
Wel wil de sector een einde aan de versnippering van tarieven een budget dat rekening houdt met de almaar groeiende vraag. Nu kent Vlaanderen één centraal aanbod voor het telefoontolken en acht regionale diensten met een aanbod ‘tolken ter plaatse’: één per provincie plus één in de steden Antwerpen, Gent en Brussel. Al deze diensten hebben met de overheid een convenant of maken deel uit van de overheid. De provincies en steden financieren ook het grootste deel van het budget van die acht diensten. Ook afnemers betalen de instellingen – hoeveel, verschilt per regio.

Communicatieboom
“We pleiten voor een centrale regelgeving en structurele financiering van de sector, met behoud van een regionaal aanbod van tolken ter plaatse en een centraal aanbod van het telefonisch tolken”, zegt Rillof. “Ook willen we dat de overheid instellingen oplegt om zelf een hedendaags communicatiebeleid te maken, waarin duidelijk is wanneer een tolk nodig is en hoe dat gebeurt.” De introductie van een ‘communicatieboom’ zou dienstverleners kunnen helpen om op basis van doordachte criteria een tolk, een vertaler of andere middelen in te schakelen zoals een video of een beeldwijzer.
Rillof beseft: Een structurele financiering van het sociaal tolken en vertalen kost geld. En of dat beschikbaar wordt gesteld in tijden van economische crisis? Voorlopig wacht hij dus nog op het – hopelijk positieve – antwoord van de minister van integratie Geert Bourgeois (N-VA). “Maar het ontbreken van een coherent beleid zal ook zijn tol eisen.”

(Oorspronkelijke versie van artikel op Taalschrift.org)


Geen opmerkingen: