zaterdag 29 oktober 2011

25 jaar AKO Literatuurprijs (Knack)

De AKO Literatuurprijs wordt op 31 oktober voor de 25e keer uitgereikt. De Toplijst kan zich ieder jaar op kritiek verheugen. Maar de impact is nog altijd groot. De winnaar wordt vaak massaal gelezen.


Een dure auto, een verre reis of tijd om te schrijven


‘Het is geweldig dat de AKO-jury non-fictie nog altijd als literatuur beschouwt’, zegt David Van Reybrouck – een jaar nadat hij de prijs kreeg voor Congo. ‘Literatuur kan alle vormen aannemen. Soms is het een essay, soms non-fictie, soms een kort verhaal en soms een roman. Het lijkt erop alsof alleen romans nog tellen. Misschien omdat uitgevers die makkelijker te marketen vinden. Daarom is het zo hoopgevend dat de AKO-jury temidden van vier ijzersterke romans mijn non-fictie koos.’

Bij het vijfentwintigjarig jubileum is de AKO Literatuurprijs nog altijd de grootste literaire prijs van het Nederlandse taalgebied. Als enige prijs voor boek van het jaar maakt het geen enkel onderscheid naar genre. De Librisprijs (opgericht in 1994) bekroont tegenwoordig uitsluitend romans. De Gouden Uil (opgericht in 1995) accepteert vanaf de herlancering volgend jaar naast romans en verhalenbundels alleen nog literaire essays en biografieën. Maar bij de AKO is elke non-fictie welkom.

De introductie van de prijs in 1987 schudde de literaire wereld grondig op. De naam van de laureaten werd traditioneel afgekondigd met een persbericht. De winnaar zelf kreeg een telefoontje. Later volgde bij een min of meer officiële gelegenheid de uitreiking. En opeens waren er nominaties. Was er wekenlange discussie over de keuze van de jury. Was er een nerveus diner, waarna live op televisie de juryvoorzitter het verdict uitsprak. En wie kan zich nu nog anders voorstellen?

‘In het begin werd er een beetje lacherig over gedaan’, herinnert Paul Kleyngeld, toenmalig directeur van de Nederlandse kioskketen AKO. ‘Er werd veel geschreven over het eten bij het diner. Ook dat was nieuw. En dat uitgerekend zo’n pornoblaadjes verkopend tijdschriftenbedrijf zo’n kwalitatief hoogstaande prijs in het leven had geroepen, dat riep veel scepsis op. Door meteen een goede jury neer te zetten [met onder meer Kees Fens en Hella Haasse] verstomde dat geluid snel.’

Het was juist om het imago van AKO te veranderen dat Kleyngeld het ideetje van de Nederlandse Uitgeversbond oppikte om een lokale variant van de Booker Prize te starten. ‘AKO stond alleen bekend als tijdschriftenwinkel. Voor boeken ging men liever naar de boekhandel aan de overkant. De prijs leek me een goed middel om de status van het bedrijf te verbeteren. Dat heeft ook goed gewerkt. De boekenomzet ging de eerste jaren omhoog.’


Ondanks de goede start heeft de AKO Literatuurprijs lang naar zijn definitieve vorm gezocht. De sponsor was niet altijd blij met het highbrow-karakter van de prijs. Op verschillende manieren werd gepoogd het publiek bij de prijs te betrekken. Zo konden lezers enkele jaren een plek in de jury winnen. En tussen 1997 en 1999 moest de Generale Bank inspringen toen AKO de sponsoring staakte. Uit onvrede met de invloed van de directie zette Kleyngeld, inmiddels ex-AKO, later ook de Librisprijs op.

Dieptepunt van de publieksparticipatie was de prijsuitreiking van 1994. De jury had zes titels genomineerd, dertig tamelijk willekeurig geselecteerde lezers mochten de winnaar kiezen. Een ‘veemarkt’, klaagde Nicolaas Matsier. Maar het werd nog erger. G.L. Durlacher en Matsier kregen allebei 212 punten. De prijs delen kon niet. Sonja Barend, wier tv-uitzending geen vertraging mocht oplopen, besloot ter plekke: winnaar is wie de meeste maximale scores had. Durlacher dus.

Tegenwoordig verloopt de organisatie en het juryproces gesmeerd. Wel zo prettig, oordeelt Louis Tobback, voorzitter in 2002. ‘Over de winnaar en de uiteindelijke laureaat was grote eensgezindheid. Mij hebben ze daar eigenlijk niet nodig gehad’, lacht hij. Zelfs de opmerkelijke beslissing dat in zijn jaar slechts vijf boeken genomineerd werden, liet hij volledig aan zijn jury. ‘Men zei dat er geen grote oogst was. Goed. Van winnaar Allard Schröder heb ik nadien ook niets meer vernomen.’

Toch blijft er altijd kritiek. Op vermeende vooringenomenheid van de jury in de eerste plaats. Geerten Meijsing won in 1988 toen zus Doeschka in de jury zat. En in 2008 klaagde de pro-Palestijnse actiegroep Stop de Bezetting dat de AKO Literatuurprijs zijn ‘morele ondergang’ tegemoet ging door de nominatie voor de ‘misleidende Israëllobby’ van Leon de Winters Het recht op terugkeer.

Minstens zo veel kritiek hebben schrijvers traditioneel op het nominatiecircus. Moet je in het licht van de camera’s je zenuwen in bedwang houden terwijl de kans levensgroot is dat je als verliezer naar huis moet, zonder dat je nog iets kunt doen om de race te beïnvloeden. Voor Van Reybrouck geldt dat echter niet. ‘Een bedrijf schenkt aandacht aan goede boeken in ruil voor aandacht voor zichzelf. Dat is toch mooi? Dan moet je niet mopperen dat je wordt rondgehost op de kermis van de bellettrie.’

Daarbij kunnen winnaars zich dankzij de hoofdprijs van 50.000 euro en de meerverkoop die de prijs oplevert, een dure auto veroorloven (Jan Siebelink en Frits van Oostrom), een verre reis naar China (Brigitte Raskin), een eigen etage (P.F. Thomése) of – wat de meeste schrijvers zeggen – veel tijd om zich op nieuwe projecten te storten. ‘Zonder Congo had ik me nooit een heel jaar kunnen inzetten voor mijn idealen. In dit geval de G1000, mijn project voor meer burgerdemocratie.’


Anno 2011 heeft de AKO Literatuurprijs wel iets van zijn impact verloren. De tijd dat de prijs werd uitgereikt in een speciaal tv-programma is alweer lang voorbij. Tobback herinnert zich nog hoeveel moeite de organisatie in 2002 moest doen om in Barend & van Dorp te komen. Het lobbyen, de manipulaties – het leken hem ‘Belgische toestanden’. Tegenwoordig is de uitreiking, op 31 oktober aanstaande, een item van zeven minuten bij Nieuwsuur op Nederland 2.

‘De impact is minder stevig’, vindt ook Kleyngeld. ‘In het begin verschenen er anderhalve week na bekendmaking van de shortlist al grote artikelen waarin werd uitgelegd waarom het oordeel van de jury absoluut niet deugde. Die kwaliteit hebben publicaties niet meer. Maar de weerslag van de AKO- – en de Librisprijs – in de media en bij het publiek is nog steeds groot. Kijk maar naar de verkoopcijfers die winnaars na hun nominatie en zeker na winst halen.’


Het meest & het vaakst

Arnon Grunberg haalde maar liefst zes keer de Toplijst van de AKO Literatuurprijs (één keer onder zijn pseudoniem Marek van der Jagt). Frank Westerman en A.F.Th. van der Heijden kregen vier nominaties, Bernlef, Geerten Meijsing en Patricia de Martelaere drie. Grunberg is ook de enige auteur die de AKO Literatuurprijs twee keer won. Dit jaar maakt hij kans op zijn derde AKO. Van al deze door jury’s geliefde auteurs wonnen alleen Westerman en De Martelaere de prijs nooit.

In totaal stonden 109 auteurs ooit éénmaal op de Toplijst. Daaronder twintig Vlamingen. Behalve De Martelaere zijn dat onder meer de Vlaamse winnaars Brigitte Raskin (1989, Het koekoeksjong), Erwin Mortier (2009, Godenslaap) en David van Reybrouck (2010, Congo). Naast, opnieuw, De Martelaere zijn er slechts drie auteurs die meer dan eens zijn genomineerd: Dimitri Verhulst, Stefan Hertmans en Joris Note. De shortlist van dit jaar is de zevende zonder een enkele Vlaming.


(Gepubliceerd in Knack)

Geen opmerkingen: