zaterdag 16 september 2017

Joh. Enschedé Amsterdam (JEA) begint uitgeverij voor luxueuze non-fictie (Boekblad)

Drukkerij Joh. Enschedé Amsterdam begint een uitgeverij voor luxueuze, dure non-fictie. Eind deze maand verschijnt het eerste boek van Uitgeverij JEA: het vuistdikke Dutch Mountains over de geschiedenis van de Nederlandse platenindustrie.

De nieuwe uitgeverij streeft naar acht boeken per jaar op het gebied van muziek, sport, kunst, literatuur en wetenschap. Het gaat om 'fraai vormgegeven high interest-boeken over populaire onderwerpen op basis van formidabele research en gedegen redactie', zoals het in de eerste aanbiedingsbrochure heet. Het gaat om 'adembenemende' producten 'dat helemaal aansluit bij de beleving [van de lezer] van het onderwerp. Daar hangt dan ook een prijskaartje aan vast. JEA mikt op termijn op de prijscategorie 100 tot 300 euro.
Dat de drukkerij ook uitgeverij wordt, is niet toevallig, zegt JEA-uitgever Peter Voskuil. Het bedrijf heeft sinds haar oprichting in 1703 altijd boeken op de markt gebracht. 'Er heerst hier een boekenvirus. Soms laaide het op, soms zwakte het af', zegt Voskuil. Zeker sinds de Amsterdamse tak van Koninklijke Joh. Enschedé, waar commercieel drukwerk werd gemaakt, zich vier jaar geleden via een management buy out afsplitste van de Haarlemse tak, waar bankbiljetten en postzegels worden gedrukt, laaide het vuur weer op.
Voskuil: 'We maken al gespecialiseerde nicheboeken voor bijvoorbeeld postzegelverzamelaars. Of notarisnaslagwerken. Maar we wilden meer gaan doen met de kwaliteitsproducten die wij bijvoorbeeld vroeger maakten voor De Buitenspelers of VI. Met die producten onderscheiden wij ons als drukker. Hoe bijzonderder een idee voor een boek productietechnisch is, hoe leuker mijn collega's het vinden. Door zelf die luxe koffietafelboeken uit te geven, hebben we meer zekerheid dat we dat blijven kunnen doen.'
Daarbij zag het bedrijf een kans met boeken in de duurste prijscategorie. 'Als je echt een kwaliteitsvol boek maakt waarvan de lezer bij de eerste keer doorbladeren denkt: "wow!, dat móét ik hebben", dan is hij bereid daar veel geld voor te betalen. Je ziet dat in het buitenland. In Engeland liggen relatief veel dure boeken in de winkel. Je ziet het op internet, met recente boeken van Apple en Beyoncé. In Nederland gaat dat ook steeds meer komen. Dat blijkt ook uit marktonderzoek dat we hebben verricht.'
Uiteindelijk was het de komst van Voskuil zelf die de uitgeverij het laatste zetje gaf om de sluimerende plannen door te zetten. Hij is namelijk de auteur van Dutch mountains: een stoeptegel van 730 pagina's ofwel 408.301 woorden met 414 foto's, dat 89,95 euro kost. In de loop van de vijf jaar waarin de freelance journalist hieraan werkte, raakte hij in gesprek met Joh. Enschedé Amsterdam. Toen de ambities van beide partijen bleken samen te vallen, werd hij aangenomen om Uitgeverij JEA op te zetten.
Voskuil: 'Dit soort boeken hebben een aanlooptijd van minimaal een jaar. Dan is het goed dat als je zo'n uitgeverij als de onze opzet, je al snel een boek hebt. Zoals het mijne. Zo kunnen we snel laten zien wat voor boeken ons voor ogen staat en een eerste ervaring op doen met het vermarkten ervan, terwijl we tegelijkertijd aan talrijke nieuwe boeken werken. Zo is het best denkbaar dat we in 2018 het streven van acht nieuwe titels per jaar halen. Zo is een redactieteam bezig met een ultiem schaatsboek.'
Behalve Dutch Mountians heeft Uitgeverij JEA al een andere titel aangekondigd: Ga met me mee van Lennaert Nijgh, een bundeling van veelal onbekende columns, verhalen, gedichten en andere teksten. De uitgeverij is voor de vertegenwoordiging in zee gegaan met Alpha Boeken van Eveline Hansen. 'Ook voor de boekhandel is het goed als ze meegaan met de trend van duurdere boeken. Je krijgt dezelfde marge, maar je verdient wel veel meer dan met een paperback', zegt Voskuil.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 12 sep)

vrijdag 15 september 2017

't Stad Leest bundelt boeken, fietsen en cadeauartikelen in Mark (Boekblad)

Boekhandel 't Stad Leest is in Antwerpen samen met fietsenwinkel De Geus een nieuwe concept store begonnen: Mark. In deze winkel is Wunderkammer, de cadeauartikelenwinkel van 't Stad Leest, opgegaan.

De start van de nieuwe winkel op de Kleine Markt op zaterdag 5 augustus volgt op een experiment in de cadeauperiode van vorig jaar. Wouter Cajot van de boekwinkel en Thomas Vanderhoydonck van de fietswinkel waren klant van elkaar, merkten dat ze voor een deel dezelfde klanten hebben en wilden eens samenwerken, vertelt Cajot. Dat werd een pop-upwinkel in De Nieuwe Gaanderij die zes weken – met commercieel succes én groot plezier – open was.
'Als je samenwerkt kun je verder springen', aldus Cajot. 'Je kunt de huur, de personeelskosten en alle andere vaste kosten door twee delen. Tegelijk spreken we allebei ons eigen netwerk aan. Ook vullen onze kwaliteiten elkaar goed aan. Wij hebben een creatief team, zijn goed in vormgeving, en zij zijn juist heel praktisch en hebben betere onderhandelingsskills. Dat maakte het ook mogelijk om eens op een andere plek in de stad te zitten, waar een ander cliënteel komt. De Nieuwe Gaanderij is ook een Triple A-locatie: een winkelgalerij vlakbij de Huidevetterstraat waar vroeger Standaard Boekhandel zat.'
Bovendien passen 't Stad Leest en De Geus beter bij elkaar dan je op het eerste gezicht zou zeggen. 'We zijn allebei love brands: we hebben meer fans dan klanten, hoewel we ook veel klanten hebben. We hebben ook allebei een heel positief verhaal in een wereld waarin iedereen zit te sakkeren en zeiken dat het slecht gaat in retail. Wij vinden winkels wél leuk en stralen dat uit. Klanten herkennen dat.'
Het succes van de pop-upwinkel smaakte naar meer. Maar niet alleen dat. Cajot: 'De galerij is eigenlijk een beetje vergeten. Er zit veel oude, ingekakte retail. Maar door de dynamiek die wij brachten, hadden die winkels allemaal een fijne kerst. Ze hebben veel verkocht. Pandeigenaren is dat ook opgevallen. Dus al in januari werden wij gecontacteerd of we dat concept elders konden opbouwen. Toen dachten we: als wij het niet zelf doen, gaat iemand anders het doen. Het is niet noodzakelijk, het gaat goed met onze winkels, maar toen we een aantal panden hadden gezien en de mogelijkheden zagen, hapten we toe.'
Daarom zit sinds een maand Mark in een 380 vierkante meter groot pand op ongeveer een halve kilometer lopen van 't Stad Leest. Een grote winkel, vindt Cajot, waar alle producten op een organische, logische manier zijn opgesteld. 'Het was niet de bedoeling dat klanten denkt: en nu ga ik van de boekenhoek naar de fietshoek of de cadeauhoek. Het moest een winkel zijn. Je kunt dus ook niet zomaar wat boeken op tafels zetten en fietsen op de vloer. Je moet heel goed nadenken over styling.'
De opening van Mark betekende het einde van Wunderkammer, die 't Stad Leest drie jaar geleden was gestart. 'Die was te klein. Het pand telde maar 15 vierkante meter. Dat is een goede omvang als je juwelen of pralines verkoopt, maar als je een succesvolle cadeauartikelenwinkel in zo'n pand hebt, betekent dat dat klanten met kerst buiten blijven omdat het te druk is. Dan mis je verkoop. Groeien kon daar niet, dus we zochten al naar een nieuwe locatie. Nu hebben we deze winkel volledig opgepakt in Mark.'
De eerste maand was de verkoop in de nieuwe winkel boven verwachting. 'En de eerste week van september ook, voor zover zo'n week goed kan zijn', aldus Cajot. 'Ook de reacties zijn zeer, zeer goed. We krijgen heel veel positieve feedback.' Hij vermoedt omdat de verrassende combinatie goed werkt. 'Op alle seminars hoor je dat klanten beleving en verrassing zoeken. Iedereen voegt daarom non-books aan zijn assortiment toe. Maar als het niet past bij het concept, is het een slag in het water. Wordt het belachelijk. Bij ons is het zo geraffineerd neergezet dat het werkt.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 11 sep)

donderdag 14 september 2017

Interview: Walter van den Berg over de nominaties voor de Libris en Dioraphte prijzen (Boekblad)

Schuld van Walter van den Berg is een van de genomineerden voor de Dioraphte Literatour Prijs. In het voorjaar stond de roman die is verschenen bij Das Mag, al op de shortlist van de Libris Literatuurprijs. De auteur legt de betekenis en het belang van beide prijzen naast elkaar.

Sinds maandag kunnen jongeren tussen de 15 en 18 jaar stemmen voor de Dioraphte Literatour Prijs. Wat merk je daar van?
‘Een Facebook- en Twitterbericht van de organisatie, dat ik heel voorzichtig heb geretweet. Ik vind stemmen altijd lastig. Het gaat er voor mijn gevoel altijd om datgene wint die de meeste mensen kan mobiliseren. En ik denk niet dat ik uiteindelijk veel 15- tot 18-jarigen onder mijn volgers heb. Dus ik laat het maar gebeuren. Stemmen doet ook af aan de waarde van een prijs.’

Maar er wordt niet gecontroleerd of een stemmer de juiste leeftijd heeft.
‘Ik weet het. Dat gebruik ik ook als excuus om geen campagne te hoeven voeren. Stel je voor: straks voer ik hard campagne, maar win ik toch niet. Heel lullig. Dan ken ik kennelijk niet genoeg mensen die mij aardig vinden.’

Voert je uitgeverij wel campagne?
‘Daar hebben we het niet over gehad. Het zou kunnen, ik zal straks eens kijken op de Facebook-account van Das Mag. Of hen bellen.’

Ben je wel blij met deze nominatie?
‘Natuurlijk. Het is heel leuk. Literatuur voor jongeren is ongelooflijk ingewikkeld. Toen ik zelf tussen de 15 en 18 was, las ik hooguit Voetbal International. Terwijl literatuur voor sommige jongeren heel belangrijk is. Niet allemaal – er zijn ook jongeren die prima zonder literatuur kunnen leven. Maar voor sommigen wordt het leven met boeken makkelijker. Dan is het goed dat deze prijs hen attendeert op literatuur.’

Zo geformuleerd klinkt het alsof de nominatie voor jouw boek bijzaak is.
‘Een prijs is leuk voor een schrijver. Maar uiteindelijk is het de bedoeling van de organisatie om boeken onder de aandacht te brengen. Wélke boeken is inderdaad bijzaak.’

Is Schuld geschikt voor jongeren?
‘Dat denk ik wel. Er zitten veel lagen in. Je kunt het heel diep lezen, maar je kan ook alleen de spannende verhaallijn eruit halen. Dat maakt Schuld een makkelijk boek om doorheen te komen. En ondertussen raak je als niet-getrainde lezer, zoals jongeren over het algemeen zijn, andere lagen aan. Het is mooi dat de jury dat heeft herkend.’

Hoe verhoudt de Dioraphte Literatour Prijs zich tot de Libris Literatuur Prijs?
‘De Libris is de Nederlandse Booker Prize. Die nominatie was héél bijzonder. De Dioraphte is het dessert bij dat grote diner.’

Merk je het verschil aan bijvoorbeeld de verplichtingen die een nominatie met zich meebrengt?
‘Voor de Libris heb ik ook niet heel veel moeten doen. Een paar interviews tijdens de nominatieperiode. Alleen de winnaar moet daarna plotseling overal opdraven. Maar voor de Dioraphte is er helemaal niets. Met jou bellen is tot nu toe het enige. En ik val in voor een schrijver tijdens de Literatour. Over twee weken ben ik daarom op een school in Breda. Iets wat ik overigens met gemengde gevoelens doe. Ik heb een haat-liefdeverhouding met voorlezen op scholen. Haat, omdat het eng is: voor een klas gaan staan staan waarvan de meeste leerlingen niet geïnteresseerd zullen zijn. En liefde, omdat het ik het belangrijk vind die paar jongeren te bereiken met mijn boodschap: dat ze niet alleen zijn, dat ze niet raar zijn omdat ze een kutjeugd hebben of hebben gehad en dingen zijn gaan doen als verhalen schrijven of toneelspelen.’

Je zou zeggen dat juist de genomineerde auteurs mee moeten op Literatour.
Ik denk dat de organisatie van de tour bewust andere auteurs kiest dan de genomineerden om een zo groot mogelijk bereik aan schrijvers te halen.’

Ook je uitgeverij maakt zich minder druk over deze prijs?
‘Na de Libris-nominatie hadden ze een sociale media-campagne en kreeg ik een paar interviews via hen. En wat ze nu doen weet ik dus niet.’

En de boekhandel?
‘Voor de Libris zorgde de organisatie voor promotiemateriaal in de winkel. Maar nu gebeurt toch ook wat. Ik kreeg appjes van vrienden met foto's van Hoogstins in Amsterdam en Verkaaik in Gouda waar de genomineerde boeken bij elkaar liggen met een banier van de prijs. Zelf kom ik amper in boekhandels nu ik min of meer buiten de bewoonde wereld woon, maar het kan best dat er meer zijn.’

Heeft de Dioraphte Literatour Prijs dan, alles bij elkaar opgeteld, wel enig commercieel belang?
‘Dat weet ik niet. Bij de Libris verkocht ik tijdens de nominatieperiode duizend exemplaren, omdat het boek overal flink opgestapeld lag. Nu moet het nog blijken.’

Gaan in ieder geval meer jongeren je lezen?
‘Dat denk ik wel. Ze zitten sowieso in de leeftijd van de verplichte boekenlijsten. Dankzij de prijs en de Literatour krijgen ze een stapeltje boeken aangereikt die ze zouden kunnen lezen. Ik denk wel dat nu een aantal Schuld zullen bespreken tijdens hun mondelinge examen volgend jaar.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 7 sep)


maandag 11 september 2017

Interview Margot Vanderstraeten over Nederland vs België en fictie vs non-fictie (Boekblad)

Mazzel tov van Margot Vanderstraeten is een van de weinige non-fictietitels op de longlist van de ECI Literatuurprijs. Het boek over haar jaren als werkstudente bij een Antwerpse orthodox-joodse familie is in Vlaanderen een bestseller. Ze hoopt dat het boek nu ook in Nederland meer aandacht krijgt. Haar uitgeverij Atlas Contact doet er alles aan.

Gefeliciteerd met je plek op de longlist. Ook al is het nog maar de longlist.
‘Ik weet het: het is nog maar de longlist. Maar ik ben uiteraard blij. En ik heb meteen de opportunistische bijgedachte: hopelijk vragen de reguliere Nederlandse geschreven media die de lijst van vijfentwintig titels nu publiceren, zich af waarom ze Mazzel tov niet hebben besproken. Mijn boek is het enige dat in Nederlands nergens echt is gerecenseerd. Goed, NRC Handelsblad had een vermelding, en dat ik op tv bij VPRO-Boeken een sterk interview kreeg, was zeer mooi. Hebban maakte van Mazzel tov een zomerhit, prachtig. Maar: geen enkele serieuze bespreking, en dat terwijl het boek in Vlaanderen overal werd besproken en er inmiddels 20.000 exemplaren van zijn verkocht, waarvan ongeveer 17.000 in Vlaanderen. Dat is toch raar?’

Waarom is het in Nederland onder de radar gebleven?
‘Dat is giswerk. Misschien heb ik gewoon pech. Is het boek ondergesneeuwd geraakt door alle andere boeken die in dezelfde tijd – half april – zijn verschenen. Na twee maanden heeft het al geen zin meer om reguliere recensenten wakker proberen te schudden. Iemand zei ook dat het misschien aan mijn naam ligt. Vanderstraeten is te Vlaams. Maar mijn roman Mise en place heeft het goed gedaan in Nederland. Mijn bundel schrijversinterviews is er ook goed besproken.’

Heeft je uitgeverij er wel alles aan gedaan?
‘Dat gevoel heb ik wel – ook al zijn schrijvers natuurlijk nooit echt tevreden met de promotie van hun uitgeverij. Atlas Contact heeft alle gebruikelijke marketingtools aangesproken: recensie-exemplaren opsturen, dat opvolgen. En toen het een succes werd in Vlaanderen, hebben ze daar bij hun collega’s gepolst: “Hoe hebben jullie dat gedaan? Missen wij iets?” Nadat bleek dat de pers het in Nederland niet oppikte, is vertegenwoordigster Joyce in ’t Zandt er veel over aan boekhandels begonnen te vertellen. Iedereen op de uitgeverij is het ook gaan lezen nadat het in Vlaanderen aansloeg. Ik merk dat er veel enthousiasme is voor het boek. Ook anderen dan de direct betrokkenen stuurden me berichtjes over de ECI-longlist.’

Mazzel tov speelt in het orthodox-Joodse milieu in Antwerpen. Misschien ervaren pers en boekhandel dat te veel als buitenland.
‘Die locatie doet er niet toe. Ik noem een paar straten, dat is het. Het had evengoed in Brooklyn kunnen zijn gesitueerd. Ik begrijp wel dat het leuker is als je de wijk in Antwerpen kent, waar de Joodse gemeenschap groter, orthodoxer en zichtbaarder is dan in Nederland en waar je rondom de verhoogde spoorberm hun prachtig erfgoed ziet. Maar de geografie doet er niet toe. Mijn boek gaat over een aparte, gesloten gemeenschap, waar ik toevallig toegang toe heb gekregen. Hoe is het om midden in de maatschappij te leven met eigen normen, eigen instellingen, eigen netwerken? Dat is universeel.’

Heeft de boekhandel je boek goed ondersteund?
‘Dat gaat hand in hand met wat in de pers gebeurt. Als die het aandacht geeft, krijgt de boekhandel er beter zicht op. Uit zichzelf valt het moeilijk op in die enorme hoeveelheid boeken die verschijnen. Het helpt ook als ze het boek zelf hebben gelezen, zoals José Ferdinandusse van Het Leesteken in Purmerend. Zij stuurde mij een lange mail om te vertellen hoe geweldig ze het vond en dat ze het iedereen aanraadt. Ook Astrid Derijks van Boekhandel Derijks in Oss is laaiend enthousiast en schreef een stuk erover in een plaatselijke krant. Zulke mond-tot-mondreclame is het belangrijkste. Zo ben ik toch ook aan 3.000 verkochte exemplaren in Nederland gekomen. Wat uiteindelijk niet weinig is, laten we wel wezen.’

Welke boekhandels verkopen veel exemplaren van Mazzel tov?
‘Geen idee. Bij Atlas Contact kan een schrijver zelf de actuele verkoopcijfers per winkel bekijken, maar meer dan de grote lijn hoef ik niet te weten. De uitgeverij hoeft het me ook niet op de hoogte te houden, dat weten ze. Ze belden wel toen van Mazzel tov 10.000 exemplaren waren verkocht. Vanaf dat moment begon ik te tellen: als ik nu op 10.000 zit, dan zouden het er volgende week zoveel moeten zijn. Dat is toch vreselijk? Ik liet ook een voorschot uitbetalen, zodat niet alles boekhoudkundig op volgend jaar komt. Ik wil niet met cijfers bezig zijn, ik wil me bezig houden met het boek en het nieuwe verhaal waar ik aan ben begonnen.’

Hoe verklaar je dat er dit jaar zo weinig non-fictietitels op de longlist van de ECI Literatuurprijs staan: slechts drie op de vijfentwintig.
‘Dat is uiteindelijk subjectief. Dat bepaalt de jury.’

Maar non-fictie is, in Nederland en Vlaanderen, al enige jaren in opmars.
‘Ik weet het. Ik ben dit boek begonnen als een roman, ook al is het op ware feiten gebaseerd. Ik heb al mijn literaire vaardigheden ingezet. De dialogen zijn nooit letterlijk zo gezegd. Ik heb personages neergezet door sommige eigenschappen uit te vergroten in functie van het verhaal. Voor mij is er ook geen verschil tussen dit boek en de romans die ik hiervoor heb gesproken. Maar omwille van het commerciële argument hebben mijn uitgeefster Tilly Hermans en ik na lange gesprekken besloten het te brengen als non-fictie. Mijn meelezer Pascal Verbeken, zelf een heel goed journalist, adviseerde mij om die reden de ondertitel toe te voegen: “Mijn leven als werkstudenten bij een orthodox-joodse familie”. Het is misschien niet fraai op de cover, zo’n ondertitel, maar het verkoopt wel.’

Werd je door de uitgeverij in een hokje geduwd?
‘O nee. We hebben er lang over gesproken, de keuze was uiteindelijk aan mij. En al betekent het dat ik voor bepaalde literaire prijzen niet meer in aanmerking kwam, het boek heeft overduidelijk een groter publiek bereikt.’

Hoe leef je naar 13 september toe als de shortlist bekend wordt gemaakt?
‘Ik probeer me daar niet mee bezig te houden. Ik hoor het wel. De 13e komt Tilly toevallig naar Antwerpen om de marketing te bespreken met de Belgische afdeling en te kijken hoe we Mazzel tov in het najaar een extra push kunnen geven. Hoe zorgen we dat het niet wordt bedolven onder de lading nieuwe boeken en boekhandels alert blijven.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 sep)

maandag 4 september 2017

Interview: Simone van der Vlugt over haar overstap naar Prometheus (Boekblad)

Simone van der Vlugt publiceerde sinds 2007 al haar literaire thrillers bij Ambo|Anthos. Afgelopen week verscheen De doorbraak bij haar nieuwe uitgeverij: Prometheus. Ze wil niet beweren dat de ene uitgeverij beter is dan de andere. Alle uitgeverijen hebben hun sterke en minder sterke kanten. Wel heeft de schrijfster er de frisse wind gevonden die ze zocht.

Gefeliciteerd met het verschijnen van De doorbraak. Is het na al die boeken nog steeds bijzonder als er een nieuwe titel uitkomt?
'Absoluut! Het is een soort hoogtepunt in het jaar. Ik geniet van het schrijfproces, maar ook van de promotieperiode die daarop volgt. Het is heerlijk om een nieuwe titel in de boekhandel te zien staan.'

U miste het verschijnen wel vanwege een vakantie. Had u niet liever gehad dat De doorbraak volgens plan op 29 augustus uit zou komen?
'Eigenlijk zou De doorbraak zelfs in oktober pas uitkomen, maar in die maand verschijnt er heel wat. Daarom hebben we besloten om de publicatie van mijn boek te vervroegen. Om dat voor elkaar te krijgen moest ik in juni doorwerken tijdens mijn vakantie in Italië, maar dat had ik er voor over. Je wilt natuurlijk een zo gunstig mogelijk tijdstip hebben voor de verschijning. Gelukkig ging alles heel voorspoedig, dus ik ben erg blij met deze beslissing.'

Hoe verhoudt De doorbraak zich tot eerdere thrillers?
'Mijn thrillers hebben allemaal mijn eigen, specifieke schrijfstijl, maar onderling verschillen ze behoorlijk. Het ene boek is meer gericht op psychologische spanning, terwijl andere titels, zoals Toen het donker werd, veel vaart en cliffhangers hebben. Op die manier bereik je veel verschillende lezers, en houd je het schrijven voor jezelf leuk.'

Zet een overstap van uitgeverij aan tot het schrijven van andersoortige boeken – hoe klein dat verschil misschien ook is?
'Nee, want toen ik aan De doorbraak begon had ik nog geen idee waar dat verschil uit zou kunnen bestaan. Dus ik schreef zoals ik altijd had gedaan. Tijdens het redactieproces merkte ik pas iets van de verschillen, op stilistisch niveau. Daar wilde ik me graag verder in ontwikkelen, dus ik stond meer dan open voor suggesties. Wat overigens niet de reden was om naar Prometheus over te stappen, want ik werkte al met een onafhankelijke redacteur. Die beslissing heb ik kort geleden genomen omdat ik meer tijd wilde hebben om te sparren over een boek, terwijl sinds de crisis bij uitgeverijen juist bezuinigd wordt op redacteuren. Ik heb Monique Postma, die mijn redacteur was bij Lemniscaat, en die al mijn jeugdboeken heeft begeleid, gevraagd weer met mij te gaan werken. Wat trouwens geen problemen opleverde bij Ambo|Anthos. We hebben Toen het donker werd en Ginevra samen gedaan, en daarna is Monique meegegaan naar Prometheus. Bij mijn nieuwe uitgeverij werk ik ook nog met Marieke van Oostrom, dus ik heb nu twee redacteuren. Heel luxe! En heel fijn, als je stilistisch en verteltechnisch stappen wilt maken.'

U kondigde in oktober aan om Ambo|Anthos te verruilen voor Prometheus. 'Soms is een relatie gewoon op', zei directeur Tanja Hendriks daar later op Boekblad.nl over. Is dat een correcte analyse?
'Dat is een correcte analyse. Ik heb jarenlang prettig gewerkt met [directeur] Chris Herschdorfer en [redacteur] Wanda Gloude, maar we waren het ook weleens niet eens. Waarover vertel ik liever niet, dat is iets tussen ons drieën. Het contact is nog steeds prima, maar ik wilde een andere kant op, nieuwe dingen leren, kijken hoe het óók kan. Vroeger bleven mensen veertig jaar in dienst bij dezelfde baas, maar dat is tegenwoordig niet meer. Het is goed voor je ontwikkeling om op een gegeven moment met een nieuw team te gaan werken.'

Maar Ginevra verscheen in mei bij Ambo|Anthos. Was dat een laatste contractuele verplichting of blijft u hen trouw voor uw historische romans?
'Nee, Toen het donker werd was mijn laatste contractuele verplichting, dus ik was vrij om te doen wat ik wilde met mijn historische romans. Toen het stof van mijn overstap was neergedaald, was er veel veranderd bij Ambo|Anthos. De uitgeverij was verhuisd naar een nieuw pand, Chris en Wanda kozen ook voor die frisse wind en Tanja Hendriks werd directeur. Je zou kunnen zeggen dat Ambo|Anthos een nieuwe uitgeverij werd, en dat ik dus had kunnen blijven. Dat heb ik gedaan, met mijn historische romans. Ik heb een two-book deal gesloten, voor Ginevra en voor de historische roman waar ik nu aan ga beginnen.'

Heeft u bij deze uitgeverij ook maar iets minder inzet voor uw werk bespeurd?
'Totaal niet. Dat is ook niet in hun belang, aangezien mijn historische romans nog steeds bij Ambo|Anthos verschijnen.'

Waren er in de loop der jaren uitgevers die aan u trokken om, al dan niet met mooie beloftes, de overstap te wagen? Gold dat ook voor Prometheus?
'Dat is zeker gebeurd, en dat vind ik heel begrijpelijk. Als je een auteur wil overnemen moet je erop af, anders is een ander je voor. Maar Prometheus heb ik zelf benaderd. Ik heb een keer geluncht met Mai Spijkers en had het gevoel dat we elkaar goed begrepen. Het scheelde natuurlijk dat Esther Verhoef twee jaar eerder met een deel van haar werk naar Prometheus was overgestapt. Daardoor wist ik hoe die uitgeverij werkte.'

Wat verwacht u in het algemeen van een uitgeverij?
'Dat ze de belangen van de auteurs behartigen en betrokken zijn. Natuurlijk is een uitgeverij een bedrijf en moet er geld verdiend worden, en voor een auteur geldt hetzelfde, maar ik verbind me alleen aan een uitgeverij als er betrokkenheid en transparantie is.'

In oktober zei u ook (in NRC Handelsblad) dat u behoefte had aan 'een nieuwe, frisse wind'. Heeft u die gevonden bij Prometheus?
'Ja, de wind is gaan waaien en hij is verfrissend. Veel meer kan ik er nog niet over zeggen. De werkrelatie is nog pril, we moeten elkaar beter leren kennen en De doorbraak ligt net een week in de boekhandel. De betrokkenheid is bijvoorbeeld niet zo anders dan bij Ambo|Anthos. Maar ik wilde graag verandering, en die heb ik gekregen. Nu gaan we kijken of verandering ook verbetering is. De wil en het enthousiasme zijn er in ieder geval, aan beide kanten, dus ik heb er alle vertrouwen in.'

En hoe zet Prometheus De doorbraak nu in de markt?
'Er wordt een flink bedrag voor promotie aangesproken. Zo is er geïnvesteerd in een bijzonder mooi, goudkleurig omslag met een foto in reliëf, alsof het een polaroid is. En als de loop uit een boek raakt, zullen ze doorpakken. Dat budget moet je wel hebben als uitgeverij.'

En op wat voor manier is dát anders dan bij Ambo|Anthos?
'Uitgeverijen met elkaar vergelijken heeft geen enkele zin. Ze hebben allemaal hun sterke en minder sterke kanten. Ze maken gebruik van verschillende promotiekanalen, maar het is niet gezegd dat de ene aanpak beter is dan de andere. Ambo|Anthos heeft goede banden met vrouwenbladen, Prometheus met kranten als het NRC en Het Parool. Je hebt ze allebei nodig. Ambo|Anthos is sterk op het gebied van de sociale media, Prometheus heeft een wat meer literaire uitstraling en heeft daardoor een betere ingang naar andere media, zoals opiniebladen en televisie. Maar beide uitgeverijen onderhouden een goed contact met hun lezerspubliek, en met de grote boekhandelketens. En daar gaat het om.'

Prometheus is een zelfstandige uitgeverij, Ambo|Anthos is onderdeel van VBK. Merkt u daar wel iets van?
'Nog niet. De hele toestand met Atlas Contact heb ik natuurlijk op de voet gevolgd. Een holding heeft grote voordelen, maar ook nadelen. Als een uitgeverij in een holding zelfstandig beslissingen kan nemen, is er niets aan de hand. De vraag is of dat het geval zal zijn in deze snel veranderende tijden. Ik ben een groot tegenstander van streamen omdat ik denk dat het de verkoop kannibaliseert van e-boeken die je moet downloaden. Bovendien gaat er een raar soort boodschap vanuit. Streaming degradeert een boek tot een weggooiproduct, het ‘all you can eat’-principe. Het gevaar is dat de lezer hieraan gewend raakt en niet meer bereid is een redelijke prijs te betalen voor een boek. Zelfs geen vijf euro. Alles moet in massa beschikbaar zijn en het mag niets kosten. Daar doe ik niet aan mee. Ik maak me er wel zorgen over dat dat de weg is die VBK wil inslaan. We zullen zien waar dat in de toekomst toe leidt. Ik houd het goed in de gaten.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 28 augustus)