vrijdag 9 december 2016

Books in Belgium, de Vlaamse variant van Boekwinkeltjes.nl, groeit snel (Boekblad)

Books in Belgium, een nieuw en snel gegroeid platform voor tweedehands boeken, heeft de Start it@kbc-publieksprijs gewonnen. Oprichter Dieter Byttebier gebruikt de 5.000 euro om in januari een verbeterd platform te lanceren.

De betaversie van Books in Belgium ging in maart live. Het aanbod op het platform is sindsdien gegroeid tot 187.000 Nederlandstalige boeken – aangeboden door twintig professionele handelaars en 600 particulieren. Zij kunnen hun titels gratis uploaden en betalen alleen 9 tot 15% commissie per verkoop. Hoe veel boeken zijn verkocht, wil Byttebier niet zeggen. 'Maar al mínstens tien per dag.' Books in Belgium is in ieder geval niet onbekend bij het publiek. De Facebookpagina heeft 5158 likes, de Twitterpagina 2339 volgers.
Byttebier, die zelf tweedehands boeken semiprofessioneel verkocht, richtte Books in Belgium twee jaar geleden op uit frustratie met de werkwijze van tweedehands.be en kapaza.be. 'Het is heel veel rompslomp om één boek erop te zetten en uiteindelijk te verkopen.' Hij vond dat er een Belgische variant van Boekwinkeltjes.nl moest komen. Hij ging zelf aan de slag nadat hij in november 2014 op het ondernemers bootcamp Start-up Weekend de web developer Michael  van den Reym ontmoette, met wie hij de handen ineensloeg.
In de tussentijd opende Bol.com haar platform voor tweedehands boeken in België. Dat ziet Byttebier als zijn grootste concurrent. 'Maar Bol.com ontwikkelt zich tot een marktplaats voor alle producten. Wij focussen op alleen het tweedehands boek. Dat maakt dat het hele platform daarvoor wordt geoptimaliseerd. Op den duur hebben wij een beter platform. Bovendien zijn er verschillen in ons voordeel. Bij Bol.com kun je bijvoorbeeld alleen boeken met ISBN aanbieden.'
Books in Belgium is gevestigd in een start up-community in Antwerpen. 'Er zitten hier intussen meer dan 450 start-ups'. Daar heeft het bedrijf veel voordeel van, merkt Byttebier. 'Een aantal ontwikkelen technieken die wij kunnen gebruiken voor het geheel nieuwe platform dat we in januari lanceren. Daarin zit ook het voordeel dat we vergeleken bij Boekwinkeltjes een jong bedrijf zijn. Veranderingen bij hen gaan traag. Wij kunnen het platform nog een keer opnieuw opbouwen, waarin we alle learnings van de afgelopen tijd verwerken.'
Een voorbeeld van de vernieuwing is de inzet van artificiële intelligentie. Byttebier: 'Wie een biografie van Lance Armstrong vindt, krijgt nu suggesties voor andere, niet-relevante biografieën. Van een schilder bijvoorbeeld. Maar deze techniek heeft heel Wikipedia "gelezen". Het systeem weet dat Armstrong een wielrenner is en toont daarom andere wielerboeken. Zo krijgt de gebruiker wel relevante suggesties.'
Byttebier heeft ondertussen afscheid genomen van Van den Reym. 'Onze visies kwamen niet overeen'. Hij heeft een nieuwe partner gevonden, die liever anoniem wil blijven. In 2017 wil Books in Belgium ook Franstalige boeken gaan aanbieden.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 5 dec)

Zie ook:

woensdag 7 december 2016

Interview: Anna Levander blikt terug op Nederland Leest: 'Het leefde wel degelijk' (Boekblad)

Hoe ervaren schrijvers de boekhandels, uitgevers en boekenvakorganisaties waar ze mee samenwerken? Deze week Anna Levander, pseudoniem van het schrijversduo Annet de Jong & Dominique van der Heyde. Haar Morten was een van de drie actietitels van Nederland Leest, waarvan vanavond overal in het land slotdebatten plaatsvinden. 'Het leefde wel degelijk.'

Waren jullie blij dat Morten (verschenen bij Q) werd uitverkozen voor Nederland Leest?
'Uiteraard waren we zeer aangenaam verrast. Nederland Leest is een van de grootste campagnes van de CPNB. Het gaf ons de gelegenheid in één klap een heel groot publiek te bereiken en dat is natuurlijk een cadeautje. Dat we in het rijtje stonden met Isabel Allende en William Golding is helemaal fantastisch.'

Is de keuze voor Morten ook terecht – gezien het thema van dit jaar: democratie?
'Morten leent zich er uitstekend voor om over democratie te discussiëren, zo is ook gebleken tijdens de vele lezingen die we afgelopen maand gaven. Het is natuurlijk fijn om gewoon een lekker boek te lezen, want de Morten Trilogie is wat ons betreft bovenal entertainment, maar het stelt wel politieke vraagstukken aan de orde en het is, ondanks dat het fictie is, realistisch. Het geeft inzicht in de achterkamertjes in Den Haag. Alles wat er (politiek) gebeurt in Morten zou in werkelijkheid kunnen gebeuren, dus in die zin biedt het genoeg stof tot discussie.'

Waar ging de discussie vooral over?
'Tijdens de lezingen werd ons duidelijk dat het publiek zich vooral erg opwond over de zetelrovers, de Kamerleden die zich afsplitsen van hun fractie en een eigen partij beginnen. Maar ook over het gebrek aan dualisme tussen parlement en kabinet. De kiezer voelt zich niet gehoord door een volksvertegenwoordiging waarin de coalitiefracties als makke schappen meestemmen met het kabinet. Daar zit echt een groot probleem. Die fractiediscipline is een belangrijk thema in Morten. Ook worden er veel zaken buiten de kiezer om bekokstoofd. De verontwaardiging daarover konden wij wel bespeuren. Morten Mathijssen wil zelf een mandaat voor zes jaar. Grappig genoeg is in Italië nu exact dat aan de hand: de premier wil via een referendum een regeringstermijn van zes jaar mogelijk maken. Morten gebruikt de democratie: eigenlijk kijkt hij neer op het volk, maar hij zet het in wanneer hij het nodig heeft.'

Naar hoeveel bijeenkomsten in bibliotheken zijn jullie eigenlijk geweest?
'We hebben acht lezingen gedaan. Die waren goed bezocht, gemiddeld tachtig tot honderd man, met leuke discussies en fijn publiek. Van Sassenheim tot Assen. We hebben veel handtekeningen moeten uitdelen aan mensen die het boek al hadden gelezen en het goed vonden, dus dat is altijd prettig.'

Jullie hadden dus wel het idee dat de actie leefde? Voor mijn gevoel hoorde ik minder over Nederland Leest dan voorgaande jaren.
'Als je drie boeken centraal stelt, in plaats van één titel zoals in voorgaande jaren, krijg je uiteraard vanzelf versnippering van de aandacht. Maar het leefde wel degelijk. De campagne is met een knal gelanceerd op 1 november in de Eerste Kamer, waar Gerdi Verbeet de eerste exemplaren heeft uitgedeeld aan de voorzitters van het parlement en aan het voltallige kabinet. Dat was een mooi moment, waar eerlijk gezegd weinig aandacht voor was van de media. Waarom weet ik niet. Overigens was er op tv wel goede aandacht, in DWDD door ambassadeur Özcan Akyol, en wij hebben samen een uur lang bij Tijd voor Max gezeten.'

Nederland Leest is een actie van de bibliotheek. Zijn uitleningen via de bibliotheek belangrijk voor jullie?
'De vier thrillers die Annet solo schreef worden al jaren heel erg goed uitgeleend: vooral Vuurkoraal (2008), Levend bewijs (2010) en Bitter vocht (2012). Dus ja, die uitleningen zijn belangrijk. Wij vinden bibliotheken sowieso belangrijk, vanwege de maatschappelijke functie die ze hebben. Veel ouderen zien het als een ontmoetingsplek, waar ze de krant kunnen lezen en een kop koffie kunnen drinken en een praatje kunnen maken. En ook voor kinderen uit minder welvarende gezinnen is de bieb onmisbaar. En wat te denken van jongeren die opgroeien in religieuze gezinnen waar veel niet mag? Die halen al hun kennis uit de bibliotheek.'

En wat betekenen bibliotheekuitleningen financieel? Schrijvers klagen tegenwoordig veel over dalende inkomsten uit uitleningen.
'Wij vragen u toch ook niet wat dit interview u oplevert? Zonder gekheid: we hebben niets te klagen.'

In welke oplage werd Morten uitgedeeld door bibliotheken? En hoe verhoudt zich dat tot de verkoopaantallen?
'Bij ons weten zijn er zo’n 120.000 Mortens uitgedeeld. De trilogie liep ook goed, maar deze aantallen hadden we graag willen verkopen, haha.'

Heeft deelname van jullie werk aan Nederland Leest ook effect op de verkoop? Ook voor de andere boeken?

'De boekhandel was bijna iedere keer aanwezig in de bibliotheken om Mo en M, deel twee en deel drie van de trilogie, te verkopen, dus ja, er is een effect. De actie heeft de naamsbekendheid van Anna Levander zeker vergroot en hopelijk kijkt iedereen uit naar Doodsmak, de nieuwe Anna Levander die volgend voorjaar verschijnt. Geen politieke thriller, maar een psychologische thriller/roman. Met een politiek tintje uiteraard.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 30 nov)

zondag 4 december 2016

Jonge vertalers komen met eigen tijdschrift: Pluk (Boekblad)

Jonge vertalers laten zien waartoe ze in staat zijn. Dat is het idee achter Pluk, het tijdschrift voor vertaalde literatuur waarvan vorige week het eerste nummer verscheen.

Initiatiefnemer is Fedde van Santen van de Vertalersvakschool in Amsterdam, die een redactie samenstelde van docenten en (beginnende) vertalers. 'Ieder jaar studeren nieuwe vertalers af van deze opleiding en de Master Literair Vertalen in Utrecht', zegt Louise Koopman, redacteur van Pluk. 'Maar er zijn heel weinig mogelijkheden om te oefenen en je werk te laten zien. Er verschijnt ook minder vertaalde literatuur, vooral uit niet-Engelstalige landen. En dan grijpen uitgevers al snel terug op vertalers die ze al kennen.'
Pluk lijkt dan ook in de eerste plaats bedoeld als promotiemiddel voor potentiële opdrachtgevers. 'In Pluk kunnen beginnende vertalers zich presenteren aan literair agenten, redacteurs, uitgevers, geïnteresseerde collega-vertalers en andere lezers', schrijft de redactie op hun website. Uitgevers, redacteuren en recensenten krijgen een gratis exemplaar van het eerste nummer.
Waarom dan een tijdschrift en niet alleen een online platform? Koopman: 'Een tijdschrift is op een of andere manier echter. Het heeft meer impact dan wanneer je bijvoorbeeld nieuwsbrieven uitstuurt met onderaan de link naar een website. Er zijn best veel bijeenkomsten voor vertalers, zoals de Literaire Vertaaldagen en Vertaalslag. Dan kun je daar echt iets laten zien. En het is natuurlijk gewoon leuker om te maken.'
De kosten voor het tijdschrift zijn beperkt, benadrukt Koopman. De redactie werkt vrijwillig. De vertalers en hun vertaalde auteurs worden – vooralsnog – niet betaald. Dan resteren alleen de druk- en verzendkosten. Voor dit eerste nummer worden die gedragen door een donatie van vertaalster Elly Schippers, die haar prijzengeld voor de Europese Literatuurprijs 2015 beschikbaar stelde. 'Met deze bijdrage en opbrengsten uit de verkoop kan Pluk voorlopig vooruit', aldus Koopman.
Het eerste nummer wordt op 15 december gepresenteerd tijdens een studiemiddag van het Expertisecentrum Literair Vertalen in het Utrechts Centrum voor de Kunsten over professionalisering van vertalers. Het is te koop via de site van Pluk, bij Athenaeum Boekhandel in Amsterdam en op termijn ook bij andere boekwinkels in het land. Prijs: 15 euro. De oplage van het twee keer per jaar verschijnende blad is 800 exemplaren.
Het nummer bevat onder meer fragmenten uit het werk van Arthur Bradford (vertaald door Irene Paridaans), Mick Jackson (Betty Klaasse), Teru Miyamoto (Sander Schoen) en Eloy Tizón (Melani Reumers), en een artikel van vertaalster Nederlands-Duits Isabel Hessel over het vertalen van Griet Op de Beeck. Het is de bedoeling dat in ieder nummer een breed scala aan talen en genres, proza zowel als poëzie, aan bod komt. Elk nummer bevat ook illustraties.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 30 nov)


vrijdag 2 december 2016

Europese brancheorganisaties: Het boekenvak zichtbaar en herkenbaar maken in Brussel (Boekblad)

En maar blijven uitleggen. Het belangrijkste werk van de Europese brancheorganisaties in het boekenvak is iedere keer weer opnieuw aan ambtenaren en politici vertellen hoe vitaal de rol van boekhandels en uitgevers is. Het scheelt dat ieder lid van de Europese gemeenschap in Brussel dol is op boeken.

Trots laat Françoise Dubruille de ingelijste foto zien. Jean-Claude Juncker, president van de Europese Commissie staat er op. De drie co-presidenten van de European and International Booksellers Federation (EIBF), onder wie de Haagse boekverkoper Fabian Paagman. De Luxemburgse boekverkoper Fernard Ernster. En de directeur van de EIBF natuurlijk zelf. De foto van het vrolijk lachende gezelschap heeft een ereplaats in het aftandse, rommelige kantoor in de Europese wijk van Brussel.
Hij werd gemaakt op 4 april. De boekhandelaren kregen toen maar liefst veertig minuten de gelegenheid om hun standpunten voor een laag btw-tarief voor e-boeken, het belang van auteursrecht, het machtsmisbruik van Amazon en de fundamentele rol van boekhandels in mde maatschappij te bespreken. 'Een ontmoeting regelen met Juncker is nogal een prestatie', zegt Dubruille. 'Het was vooral te danken aan deze man', wijst ze op Ernster, oud-voorzitter van de Fédération Luxembourgeoise des Libraires. 'Juncker is klant bij hem.'

Dit is in essentie wat de Europese brancheorganisaties als de EIBF en de Federation of European Publishers (FEP), de vertegenwoordiger van boekenuitgeverijen, de hele dag doen. Ontmoetingen organiseren met de ambtenaren en politici van Brussel – van een gewone medewerker van het directoraat-generaal Communicatienetwerken,  Inhoud en Technologie, dat verantwoordelijk is voor de Digital Single Market, tot de hoogste politicus. En hen proberen te winnen voor hun standpunten. Lobbyen dus.
'Je moet proberen de sleutelfiguren voor een bepaald voorstel te spreken te krijgen', legt Enrico Turrin uit, vice-directeur van de FEP. 'Zodat je hen kunt uitleggen hoe onze sector werkt en welk effect dat voorstel daarop heeft. Het is maar net in welke fase een voorstel zich bevindt wie de sleutelfiguren zijn. In eerste instantie zijn het de ambtenaren die een voorstel uitwerken. Daarna zijn het de Europarlementariërs en de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten die uiteindelijk over dat voorstel stemmen.'
Zeker bij het aantreden van een nieuwe commissie is het belangrijk zo veel mogelijk mensen te voeden met informatie, vertelt Dubruille. Dan stelt de commissie een werkprogramma voor de komende vijf jaar vast. 'Deze keer lanceerden ze het ambitieuze plan van de Digital Single Market. Heel belangrijk voor ons. Daarvoor hielden ze, zoals altijd, heel veel publieke consultaties – over btw, digitalisering, wat niet al. We hadden het heel druk om daarover allemaal onze standpunten naar voren te brengen.'
Om de gesprekken goed voor te breiden moet je precies weten wie wat vindt. Dubruille en haar enige medewerker Julie Belgrado volgen daarom alle voor hen relevante vergaderingen van EP-commissies. Het liefst in persoon en anders via een live-stream. 'Dan ontdek je welke Europarlementariër we kunnen contacteren voor steun, wie interesse toont in onze sector of wie hoogstnodig onderwezen moet worden', zegt Belgrado. 'Dat laatste blijkt iedere keer opnieuw weer nodig.'
Europese ambtenaren en politici hebben net als iedere buitenstaander een romantisch beeld van de boekverkoper. Dat het dagelijkse bestaan in de boekhandel draait om boeken lezen en daar met klanten over praten. 'Ik begrijp het wel', zegt Dubruille. 'Toen ik hier in 2001 begon dacht ik dat ook. En Julie ook. Toen ze hier vorig jaar als stagiaire begon, heb ik er daarom voor gezorgd dat ze in een boekhandel meeliep.' 'O,' verzucht Belgrado. 'Na een dag werken kon ik niet meer op mijn benen staan. Al mijn illusies waren weg.'

Het is niet moeilijk om sleutelfiguren te spreken te krijgen, vindt Turrin – een van de vier medewerkers van de FEP. 'Sommigen zijn toegankelijker dan anderen. Maar in principe wil iedereen met ons praten. Zeker ambtenaren van de commissie zijn toegankelijk. Die vragen je geregeld om advies of data als ze aan een bepaald voorstel werken. Europarlementariërs zijn lastiger. Ze hebben het vaak erg druk. En iedere vijf jaar komen er veel nieuwen, waardoor je opnieuw moet beginnen met het opbouwen van een relatie.'
Want dat is wel een voorwaarde. Je kunt het best een voorstel beïnvloeden als je de mensen die erover gaan al kent. De EIBF en de FEP benaderen hen daarom eigenlijk vaker als er geen concreet gespreksonderwerp is dan wanneer dat er wel is. Gewoon, een kop koffie drinken. En praten over de sector. Dubruille: 'Alleen al door te praten met ambtenaren en Europarlementariërs – of in werkelijkheid: hun assistenten, die het werk doen – weten ze dat je bestaat. En houden ze mogelijk rekening met de boekhandel.'
Zichtbaar en herkenbaar zijn, noemt Turrin die voorwaarde. Een evenement als de Buchmesse helpt daarbij. De FEP nodigt ieder jaar hoge ambtenaren en Eurocommissarissen uit naar Frankfurt. 'Dan zien ze meteen hoe groot – de boekindustrie is de grootste culturele sector van Europa – hoe divers en hoe innovatief de uitgeverijbranche is. Europarlementariërs nemen we niet mee. Het is moeilijk om hen tot reizen te bewegen. Daarbij willen we liever dat nationale bonden hun politici uitnodigen en een band met hen opbouwen.'
Daarnaast organiseert de FEP om dezelfde reden verschillende eigen evenementen. 'Sinds een jaar of zeven hebben we de Author Publishers Dialogue: een diner in Strasbourg waar drie uitgevers ieder één auteur meenemen en vertellen over hun samenwerking. Velen in Brussel denken immers dat een uitgever weinig meer doet dan manuscripten drukken en verkopen. Door de aansprekende namen komen daar meer dan dertig Europarlementariërs op af. Normaal heb je er zelden meer dan vier – op wat voor bijeenkomst dan ook.'
De EIBF is eigenlijk jaloers op de Buchmesse. Hadden boekhandelaren maar zo'n beurs. Een ambtenaar of politicus meenemen naar een boekhandel heeft niet hetzelfde effect. 'Wat wel goed helpt is een professional uit de branche meenemen, zeker als die uit het eigen land komt. Zo hebben we Fabian Paagman meegenomen naar Gerard de Graaf, die het directoraat elektronische communicatie netwerken & services leidt. Als Fabian hem uitlegt hoe geo-blocking hem hindert in zijn werk, komt dat beter aan.'

Bij Dubruille en Turrin komen de argumenten ten gunste van de boekhandel en uitgever, waarmee ze hun uitleg over het Brusselse lobbywerk larderen, enigszins mechanisch uit hun mond. In de loop van hun carrière – Turrin zit ook al sinds 2008 bij de FEP – hebben ze hun verhaal misschien al duizenden keren verteld. En omdat besluitvorming zo verschrikkelijk lang duurt in Brussel – de strijd om een verlaagd btw-tarief op e-boeken duurt zeker al zeven jaar – geldt die herhaling ook op detailniveau. Is dat niet vervelend?
'Dat kan je ook alleen volhouden als je van de sector houdt', zegt Dubruille. 'Maar je leert er ook iedere keer bij, waardoor het verhaal verandert.' Turrin zegt iets soortgelijks. 'Gelukkig kun je je verhaal altijd aanpassen aan degene tegen wie je voor je hebt. Aan zijn nationaliteit aan, zijn kennisniveau, de mate waarin hij het met je eens is. We kunnen nog niet vervangen worden door een taperecorder die een vaste riedel afdraait. Daarbij is de herhaling nuttig om de kracht en de onderbouwing van onze argumenten te testen.'
Daar komt bij: de EIBF en FEP hebben tenminste een verhaal te vertellen dat de Brusselse gemeenschap best wil horen. Dubruille: 'Niemand zal tegen je zeggen: o, maar ik hou niet van boeken. Integendeel. Iedereen begint over het laatste boek dat hij heeft gelezen en waar hij zo van heeft genoten. Dat is in zekere zin een luxe voor een lobbyist. Ik hoef nooit iemand te overtuigen van het nut van een boek. Dan gaat het alleen nog over de vitale rol van de boekhandelaar daarin. Dat is voor een tabaklobbyist wel anders.'
Turrin herkent dat. De boekuitgeverij 'is geen negatief of delicaat onderwerp'. Maar: de laatste jaren zijn uitgeverijen in Brussel wel controversiëler geworden. 'Nu het idee terrein wint dat alles op internet gratis zou moeten zijn, is het moeilijker geworden om uit te leggen dat uitgevers helemaal niet de toegang tot informatie willen beperken, maar integendeel aan innovatieve oplossingen werken die ook het businessmodel overeind houdt. Want anders is er op lange termijn helemaal geen informatie meer beschikbaar.'

De EIBF en FEP werken veel samen. En niet alleen met elkaar – ook met de European Writers Council (EWC) en de European Bureau of Library Information and Documentation Association (EBLIDA) tot, veel breder, allerlei allianties van creatieve industrieën. Dat kan goed, omdat de schakels in de boekenketen samen 'een fragiel eco-systeem zijn, die elkaar hard nodig hebben', zegt Dubruille. De onderlinge discussiepunten zijn allemaal commercieel van aard. Die zijn voor het Brusselse lobbywerk niet relevant.
En dan nog. 'We zijn krachtiger als we zo veel mogelijk met een mond spreken', zegt Dubruille. 'Het is als in een gezin: de meningsverschillen houden we intern.' Zelfs over zo'n cruciaal punt als het leenrecht op e-boeken waarin uitgevers en bibliotheken lijnrecht tegenover elkaar staan zegt Turrin: 'Over het principe dat bibliotheken e-boeken moeten kunnen uitlenen, zijn we het eens. Het gaat er alleen om hóé, zodat de e-boekmarkt niet kapot wordt gemaakt. Dat is op lange termijn het slechtst voor iedereen.'
Die eensgezindheid blijkt uit de prioriteitenlijsten van beide organisaties. Die komen behoorlijk overeen. Dat gaat over het overeindhouden van een goed auteursrechtsysteem. Over het verlaagde btw-tarief op e-boeken. De strijd voor eerlijke concurrentie in het licht van alle voordelen die multinationals als Amazon, Google en Apple hebben, met name op het betalen van belasting. Of de interoperabiliteit van e-boeken, waardoor de consument bij iedere retailer digitale boeken kan kopen en op elk apparaat kan lezen.
'Overigens begrijpen niet al onze leden dat dit onze prioriteiten zijn', zegt Dubruille. 'Al die digitale onderwerpen. In veel landen is de e-markt klein. Vijf, zes procent. In Finland of Spanje zelfs amper meer dan 0 procent. Maar ja: dat is de Brussels bubble. Voor alle hoogopgeleide expats die hier werken is de digitale markt heel belangrijk. Die zien niet in dat de boekhandel voor het leeuwendeel nog altijd draait om papieren boeken. Daar hebben we ons noodgedwongen aan aan te passen.'
'Maar uiteindelijk houden we ons ook met alles bezig', nuanceert Turrin het belang van de prioriteitenlijst. 'Zelfs met veiligheid van speelgoed, omdat kinderboeken aan regels hiervoor moeten voldoen.'

*****
De European and International Booksellers Federation heeft een geschiedenis die teruggaat tot 1957. Het telt 34 boekverkopersorganisaties uit 30 landen als lid, die ieder naar rato van hun eigen inkomsten een bijdrage leveren aan het 'bescheiden budget' van de organisatie. Getallen geeft Dubruille niet. De EIBF heeft sinds 2014 een triumviraat als voorzitter om de werklast te verdelen: de Duitse Kyra Dreher (voorzitter van de Duitse boekverkopersbond), de Fransman Jean-Luc Treutenaere (directeur van de keten Cultura) en Fabian Paagman.
De Federation of European Publishers is opgericht in 1967 en opereert onder de huidige naam sinds 1990. De FEP telt 29 nationale uitgeversverbonden uit Europa als lid. Ieder lid betaalt een bijdrage in verhouding tot de grote van de eigen boekenmarkt. Hoe hoog het totale budget is, houdt de FEP geheim. Voorzitter is momenteel de Portugese uitgever Henrique Motta, vice-voorzitter is Rudy Vanschoonbeek van uitgeverij Vrijdag.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, oktober 2016)

woensdag 30 november 2016

Interview Frank Westerman over zijn nieuwe functie als editor at large (Boekblad)

Hoe ervaren schrijvers de boekhandels, uitgevers en boekenvakorganisaties waar ze mee samenwerken? In de rubriek 'Schrijvers & het boekenvak' een schrijver die editor at large wordt bij een uitgeverij. Frank Westerman hoopt bij Querido Fosfor net zo'n geode redacteur te zijn voor andere als zijn oud-redacteur Henk Pröpper voor hem was.

Fosfor gaat op in een grote, gevestigde uitgeverij. Welke knowhow verwacht u daarvan?
'De naam Querido, om te beginnen, geeft Fosfor vleugels, de uitgeverij gaat Querido Fosfor heten en daar zie ik een legendarisch luchtschip bij, dat een kleiner, experimenteel zweefvliegtuig optilt. Waarvan we gaan profiteren? Van de thermiek. 'Knowhow' is precies het goeie woord. Querido kent de kortste lijnen naar ground control, het CB in Culemborg, maar ook die naar de boekhandel, de boekverkopers als ambassadeurs, de lezers en de beroepslezers.'

Is dat dezelfde meerwaarde die u als schrijver altijd hebt gezocht?
'Uitgeven is samenwerken, het is niet top down. Als het goed is creëer je een keten, een menselijke keten, elke schakel is wezenlijk, redactie, productie, ontwerp, distributie, promotie, rechtenmanagement tot en met het sluitstuk: de ontmoeting tussen lezer en schrijver in een literaire café of op een festival.'

Tegen welke problemen liep Fosfor precies aan bij het uitgeven van boeken, zoals recent Tegels lichten van H.J.A. Hofland?
'Fosfor was te klein voor de ambities die we hadden. Als je net begint lukt alles, je bent een start-up, the new kid on the block, je krijgt subsidie, je mag ongestraft een paar keer mistasten. Maar dan, op een gegeven moment, zijn de wittebroodsweken voorbij. Dan moet je het waarmaken. Fosfor was net op het punt beland dat het digitale platform volledig was opgetuigd met losse verkoop en een lidmaatschapsmodel (elke maand een nieuwe longread, elke week een classic en toegang tot 150 eboeken voor 40 euro per jaar). Het was een lange weg om daar te komen. De eerste longreads waren multimediaprojecten, met alle digitale toeters en bellen die het internet te bieden heeft. Dat bleek de leeservaring in de weg te staan, misschien zelfs de verbeelding. We hebben de longreads weer ‘gestript’, het audioboek behouden. Toen bleek dat ‘digitaal’ niet doorzette op een manier die vrijwel iedereen vijf jaar geleden had voorspeld. Sterker: de behoefte om de beste verhalen te kunnen vasthouden, lijkt alleen maar toegenomen. Fosfor had simpelweg niet de menskracht om ook die laatste slag (om waar mogelijk het beste werk ook op papier uit te brengen) op een goede, structurele manier uit te voeren. Nu met Querido Fosfor publiceren we in het voorjaar een kleine biografie van Bibeb, niet alleen als digitale longread, maar ook in een gebonden uitgave met stofomslag. Daar ben ik nu al supertrots op.'

Waarom gaat Fosfor op in Singel Uitgeverijen en niet in bijvoorbeeld Atlas Contact, met wie Fosfor kort geleden samenwerkte?
'Fosfor-oprichter Jeroen van Bergeijk en ik (als mede-eigenaar) hebben verschillende gesprekken gevoerd over samenwerking en overname. Samenwerken deed Fosfor sowieso, met de Arbeiderspers als het ging om niet eerder vertaald werk van Ryszard Kapuściński, met Atlas Contact als het ging om de essays van Geert Mak en met de Bezige Bij als het ging om mijn slothoofdstuk uit De slag om Srebrenica, dat we vorig jaar apart onder de titel De naschok als Fosfor-longread hebben uitgebracht. Voor overname bleek Singel Uitgeverijen de meest geïnteresseerde partij, ook vanwege de dwarsverbanden met Querido Academie.'

Waarom heeft u de ambitie om editor at large te worden?
'Ik wil graag datgene doen wat ik zelf altijd heb gezocht in een redacteur. Een goede redacteur is als een schaatscoach langs de zijlijn, die je aanmoedigt met heel z’n lijf, zelfs een stukje mee schaatst, achterwaarts op het rechte stuk, zich omdraait en je dan nog meer bemoedigingen toeschreeuwt als je alweer de bocht in gaat. Maar ook iemand die je er ronde na ronde op wijst dat je er nog niet bent, dat je als auteur twee of drie seconden onder schema rijdt, dat er meer in zit.'

Wat houdt de functie precies in?
'Editor at large, ik vind het een mooie titel. Wat het inhoudt? "Redacteur op afstand" lijkt me de beste omschrijving. Samen met Annette Portegies, de uitgever van Querido en dus ook van Querido Fosfor, wil ik meedenken over de titels die we de lezers willen voorschotelen. Het is de bedoeling dat we tweemaal per jaar, voorjaar en najaar, een aanbieding maken van onze papieren uitgaven, voor de boekhandel. Per aanbieding zal ik enkele auteurs begeleiden als redacteur. Gewoon van huis uit.'

Zullen uw eigen boeken er baat bij hebben?
'Van het redigeren van andermans werk word je in ieder geval niet dommer. Misschien helpt het me helderder of sneller in te zien waarom een bepaalde vorm of toon niet werkt, en een andere wel. Maar in eerste instantie zie ik die zaken als strikt gescheiden. Andersom komt overigens vaker voor. Ik kende Peter Buwalda eerst van zijn werk in de uitgeverij, nu ken ik hem als collega-schrijver. Het is een gezonde reactie – een redacteur die denkt: dat kan ik beter. Nu denk ik als redacteur: dat kan beter.'

Is het een optie dat u als schrijver op termijn De Bezige Bij – die nu zo veel auteurs verliest – verruilt voor Singel?
'Mijn hoofdwerk verschijnt bij de Bezige Bij. Ook mijn backlist wordt daar met toewijding en zorg uitgebracht. Ik heb geen enkele reden om daar verandering in aan te brengen. Dit laat onverlet dat de tijden voorbij zijn dat een auteur gedurende zijn of haar schrijversleven vanzelfsprekend bij een en dezelfde uitgeverij blijft. In februari verschijnt, inderdaad bij Querido Fosfor (en dus Singel Uitgeverijen): In het land van de ja-knikkers. Verhalen uit de polder, een bundeling van mijn reportages over het veranderende Nederland van de afgelopen vijfentwintig jaar. Het is zo gegaan. Ik ken Annette Portegies al jaren, we hebben eerder samengewerkt toen ik met mijn dochter Vera het kinderboek Larski slaat alarm schreef, dat bij Querido Kinderboeken is verschenen. Afgelopen zomer vroeg zij, naar aanleiding van mijn gastschrijverschap aan de universiteit van Leiden dit najaar, of ik ook een masterclass voor Querido Academie wilde verzorgen. Er was meteen zoveel wederzijds enthousiasme dat we de mogelijkheden verkenden om ook een bundel samen te stellen van bestaand werk, aangevuld met niet eerder gepubliceerde reportages. Ik wilde wel maar twijfelde over de inhoud. Moest het gaan over de rotgans, of toch maar beter over Rusland? Annette Portegies wierp zich onmiddellijk op als redacteur die zich op haar zolderkamer aan het Spui opsloot met een kartonnen doos vol artikelen en typoscripten van al dan niet gepubliceerde voordrachten en essays. Ze riep Josje Kraamer te hulp, en na drie sessies schemerde er een echte bundel door het materiaal. Van het een kwam het ander, Singel Uitgeverijen bleek bereid om Fosfor te omarmen en op te tillen, waarna het voor de hand lag om In het land van de ja-knikkers als eerste titel op te nemen van de eerste aanbieding van het nieuwe Querido Fosfor.'

Waarom verlaten zo veel auteurs eigenlijk De Bij?
'De Bezige Bij verkeert in zwaar weer. Voor mij persoonlijk was het een tegenslag dat zowel commercieel directeur Anne Schroën en uitgeefdirecteur Henk Pröpper het bedrijf dit jaar verlieten. Met name voor hen beide had ik een paar jaar eerder de overstap naar de Bezige Bij gemaakt. Henk Pröpper was mijn redacteur voor zowel Stikvallei als Een woord een woord, en een goeie ook. Er werken fantastische mensen bij De Bezige Bij met wie ik kan lezen en schrijven. Gek genoeg doet het vertrek van Anne Schroën en Henk Pröpper me meer dan dat van de trits auteurs die hun heil elders zoekt.'
(Eerder in licht ingekorte vorm gepubliceerd op Boekblad.nl, 23 nov) 

Zie ook:

dinsdag 29 november 2016

Directeur De Waal: 'Boekencentrum kiest voor overname om weer grotere slagkracht te krijgen' (Boekblad)

Boekencentrum leed geen verlies. Maar de christelijke uitgeverij kiest wel voor overname door VBK om na jaren stapjes terug te hebben gezet weer grotere slagkracht te krijgen.

Dat zegt directeur Nico de Waal van Boekencentrum in een toelichting op de aangekondigde overname per 1 januari aanstaande. 'Onze markt wordt kleiner. Ook wij hebben te maken met afnemend leesgedrag. Bovendien daalt het aantal kerkelijke christenen. Onder druk van de situatie op onze thuismarkt pasten wij ons voortdurend met kleine stapjes aan. Fondsen werden kleiner, vertrekkende mensen werden niet vervangen. Tot we onszelf de vraag stelden: moeten we niet groter durven denken? Daarom stootten we al ons magazijn af en hebben we ons pand te koop gezet om het voordeel daarvan te realiseren.'
Dat proces draaide uit op overname door een groot concern. De Waal: 'Onze eigenaar Protestantse Kerk Nederland (PKN) is ook bezig met een bezinningstraject over haar toekomst. In het plan "Kerk 2025" is nadrukkelijk de vraag op tafel gelegd: is het uitgeven van boeken wel een kernfunctie van de kerk in deze tijd? Dan kon Boekencentrum misschien zelfstandig verder, maar dan moet je toch kapitaal aantrekken of een andere vorm van een management buy out verzinnen. Daarbij: op welke schaal ga je opereren?'
Verdere marktverbreding was voor Boekencentrum immers geen optie meer. 'Vanaf de start heeft Boekencentrum zich ontwikkeld van een non-fictieuitgevers met boeken, liedboeken en tijdschriften naar iets groters. Wij hebben Meinema overgenomen, het fictiefonds Mozaïek opgezet en ontwikkeld, het filosofiefonds Klement overgenomen. Maar op een gegeven moment stuit je op grenzen. Vanuit ons profiel kunnen wij geen succesvol esoteriefonds opzetten. En voor bijvoorbeeld een hobbylijn tropische vogeltjes – ja, die had ik vroeger – hebben wij niet het personeel in huis. Die hebben verstand van andere markten.'
Binnen VBK samengaan met Kok maakt de uitgeverij direct sterker. 'VBK heeft een sterke backoffice en verkoopafdeling. Hierdoor zal Boekencentrum bredere verkoopmogelijkheden hebben voor alle titels en tijdschriften. Daarnaast is binnen VBK veel expertise in huis op het gebied van digitalisering. Mooi is ook dat het van oorsprong gereformeerde Kok en het van oorsprong hervormde Boekencentrum in navolging van deze kerken, die al in 2004 samengingen in de PKN, nu ook samenkomen. Ook al geven beide uitgeverijen al langer voor de hele christelijke markt uit – protestants en katholiek.'
In maart verhuizen Boekencentrum én Kok naar een speciaal voor hen nieuw gehuurde vleugel in het VBK-gebouw in Utrecht. Niet alle medewerkers gaan mee uit Zoetermeer. Naast twee magazijnmedewerkers en een tijdelijke medewerker is één medewerker op het gebied van abonnementenbeheer door de overname boventallig geworden. De 63-jarige De Waal blijft ook Boekencentrum leiden. 'Op een gegeven moment was ik zo bezig met steeds verkleinen dat ik mezelf de vraag stelde: waar zit nu je passie? Ik wilde die vraag weer positief beantwoorden. Door nog een paar jaar Boekencentrum te leiden in de nieuwe constellatie kan dat.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 25 nov)

Zie ook:

vrijdag 25 november 2016

Elly Kamp, 'Ferdinand en Johanna' – het goede huwelijk van de Bordewijks (Athenaeum.nl)

Met welke biograaf kan Elly Kamp het best worden vergeleken? De neerlandica schreef met Ferdinand en Johanna een schoolse, maar rijke dubbelbiografie van de schrijver Ferdinand Bordewijk en zijn vrouw, de componiste Johanna Bordewijk-Roepman. Volgens Kamp haalde het echtpaar het beste in elkaar naar boven. Die centrale stelling maakt ze niet waar.

Een biograaf moet het doen met het materiaal dat is overgeleverd. Elisabeth Leijnse kon voor haar Libris Geschiedenis Prijs-winnende dubbelbiografie van de zusjes-De Jong van Beek en Donk putten uit een kist vol dagboeken, brieven en familiedocumenten. Elly Kamp moest voor haar dubbelbiografie van het echtpaar-Bordewijk het bombardement van 3 maart 1945 slikken, die hun Haagse woning volledig verwoestte. Alleen een huissleutel en een fiets konden worden gered. Het echtpaar trok 'op een schoen en een slof' bij aangetrouwde familie in, schreef de auteur van Bint en Karakter later. Dat maakt nogal verschil. Daarbij waren de zussen bijna exhibitionistisch te noemen vergeleken bij de gereserveerde Bordewijk.
Maar dan nog. Er zijn biografen die ook bij gebrek aan materiaal een levendig beeld van hun hoofdpersoon weten te schetsen. Een sterk voorbeeld is het levensverhaal dat Annejet van der Zijl van Gerard Heineken schreef. Zijn weduwe had hem vakkundig geprobeerd uit de annalen te verwijderen. Door het Amsterdam van zijn tijd in geur en kleur op te roepen en gedetailleerd de ontwikkeling van de negentiende-eeuwse biermarkt te schetsen, zie je de brouwerijdirecteur toch voor je. Zo'n biograaf is Elly Kamp niet. Ze lijkt evenveel weerzin te voelen als haar belangrijkste hoofdpersoon om op basis van snippers - de toon van een brief, een losse observatie van een buitenstaander - te speculeren over de diepe zielenroerselen van de schrijver en zijn componerende te tonen. Kamp houdt afstand.
Ferdinand en Johanna is daarom in de eerste plaats een feitenrelaas. De biografe somt in vierhonderd dichtbedrukte pagina's alle gebeurtenissen uit het leven van het artistieke echtpaar op: van verhuizingen en geboortes tot toevallig in brieven opgedoken anekdotes. Dat levert een schat aan kennis op voor wie meer wil weten over de schrijver en de componiste - al was de laatste in haar discipline een stuk minder belangrijk, getuige het ontbreken van composities van haar hand op een platform als Youtube (met uitzondering van een kort fragment, opgenomen tijdens de presentatie van dit boek). Van de carrière van Bordewijks vader tot de loopbaan van Bordewijks dochter, het staat er allemaal in.
Kamp toont zich daarbij een kritische biograaf, die ieder gegeven zorgvuldig afweegt. Het pregnantst gebeurt dat bij de antisemitische personages die Bordewijk direct na de oorlog opvoert in De doopvont en Bloesemtak. Ze verwerpt op grond van de context van beide romans en de manier waarop tot circa 1960 over de Jodenvervolging werd gedacht het idee dat Bordewijk zelf antisemiet zou zijn, maar zet ook vraagtekens bij zijn standpunt dat nationaliteit voor ras gaat en een goede Jood boven alles Nederlander is. En zo doet ze dat bij meerdere zwakke eigenschappen van de Bordewijks. Hadden ze bijvoorbeeld door hun concentratie op hun scheppende kunst wel voldoende aandacht voor hun dochter?
De biograaf met wie Kamp het beste kan worden vergeleken is Nop Maas, die een kroniek van Gerard Reves leven schreef. Alleen schrijft Kamp niet zo goed. In plaats van één helder doorlopend verhaal hopt ze tamelijk schools van paragraaf naar paragraaf, die alleen door een chronologische volgorde met elkaar verbonden zijn. Ze lijkt er daarbij vanuit te gaan dat lezers de paragrafen ook los moeten kunnen lezen. Dan wordt wéér uitgelegd dat Ewijk, hoofdpersoon uit Apollyon, lijkt op Bordewijk. Dan lees je wéér dat oudste broer Han een onecht kind had, wat Bordewijk in Karakter en Rood paleis als gegeven gebruikte. Hier had strenge redactie wonderen voor het boek kunnen doen.
Door de aanpak die Kamp in haar dubbelbiografie hanteert, kan ze ook haar centrale stelling onvoldoende waarmaken. De 'geremde, afstandelijke en argwanende' man verschilde hemelsbreed van zijn 'aardige, charmante en spontane' vrouw, schrijft ze, maar hun band was zo hecht dat ze elkaars carrière tegen de klippen van aanvankelijke tegenstand op tot een succes maakten. Maar waar blijkt dat uit? Ze droegen werk aan elkaar op. Ze maakten samen een opera en een declamatorium. Ze lachten liefdevol naar elkaar in een gezamenlijk tv-optreden. Bordewijk verwerkte een geheim motief in zijn werk als eerbetoon aan zijn vrouw (alle vrouwennamen in zijn oeuvre eindigen op -a). En hij bleef haar geloven toen zij paranoïde wanen begon te vertonen. Zoals ook zij hem steunde. Maar dat is niet genoeg.
Waarom zouden dit niet gewoon bewijzen van een goed huwelijk zijn? Ze hielden ongetwijfeld veel van elkaar. Maar zouden hun carrières zonder een liefhebbende levensgezel nooit van de grond zijn gekomen? Voor Ferdinand was het schrijven een diepgevoelde noodzakelijke levensvervulling. Hij deed weliswaar alsof hij het er maar bij deed naast een druk leven als advocaat, inclusief nevenfuncties als adviseur en hoofd van het Bureau voor rechtsbijstand in Rotterdam, maar dat was onderdeel van het masker dat hij altijd ophield. Alleen in literatuur durfde hij zich werkelijk te uiten. Voor Johanna gold dat allemaal minder. Zij heeft tijdens diverse periodes in haar leven langere tijd geen enkele compositie geschreven.
Het gekke is: Kamp probeert zich nu wel met speculatie te redden. Zo schrijft zij - zonder bronvermelding: 'Geld was belangrijk om hun beider carrière als kunstenaar een start te geven maar nog belangrijker was ongetwijfeld de onderlinge steun. Zij zullen elkaar moed ingesproken hebben na weer een slechte recensie, waar ze in de jaren twintig allebei royaal mee werden bedeeld. Ze werden beide beschuldigd van imitatie: Ferdinand van Poe, Johanna van Debussy. Hun werk werd niet begrepen, het was te akelig, te raar, te modern. De buitenwereld (recensenten) vormden de gezamenlijke tegenstander - en er is niets dat ze zo verbindt als een gezamenlijke vijand.'
Maar wat het echtpaar werkelijk onderling besprak na een slechte recensie? Om dat te weten zou eerst een kist vol dagboeken, brieven en familiedocumenten moeten opduiken. Tot die tijd blijft het levensverhaal van de Bordewijks een reeks feiten waarover het moeilijk is conclusie te trekken over hun persoonlijkheid en hun diepste drijfveren. In ieder geval in de biografie van Elly Kamp.

(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl, 17 nov)