woensdag 18 januari 2017

Interview Joris van Casteren: vreemd dat uitgevers loyaliteit eisen zonder hen financieel tegemoet te komen (Boekblad)

Hoe ervaren schrijvers de boekhandels, uitgevers en boekenvakorganisaties waar ze mee samenwerken? Joris van Casteren, die Prometheus verruilde voor De Bezige Bij, verwondert zich over de loyaliteit die uitgevers van auteurs eisen zonder hen ook tegemoet te komen in hun financiële noden.

Waarom wilde je weg bij Prometheus, waar je in 2001 debuteerde?
'Ik miste het clubgevoel, dat er eigenlijk al jaren niet meer was. Vroeger zat ik daar met Hafid Bouazza, Jan van Aken en Pieter Boskma. Allemaal vertrokken. Alleen Menno Wigman zit nog steeds bij Prometheus. Toen dacht ik: ik ben al zo lang trouw geweest, ik mag ook best weg gaan.'

Je wilde dus naar aan andere uitgeverij omdat bevriende auteurs zijn vertrokken?
'Niet alleen. Ook mijn goede band met Mai Spijkers [directeur van Prometheus] is minder geworden. We zijn de laatste jaren ieder andere wegen gegaan. Het punt is: alles aan mijn relatie met de uitgeverij is persoonlijk. Als dat minder wordt, blijft alleen het zakelijke over. Dat is niet genoeg in een relatie auteur-uitgeverij. Want Prometheus deed het heus goed. Mai heeft het vuur uit zijn sloffen gelopen voor mijn boeken. Ik ga zeker niet weg uit onvrede. Het is eerder dat mijn motivatie om een nieuw boek te schrijven voor Prometheus een beetje weg was. Bij De Bezige Bij voel ik wel weer trekkracht en inspiratie.'

Hoe heb je bij De Bezige Bij uitgekomen?
'Ik ben in de loop der jaren best vaak door andere uitgeverijen benaderd. Steeds hadden ze een idee voor een boek – en of ik dat zou willen maken. Vooral Robbert Ammerlaan, toen nog van De Bezige Bij, heeft enorm aan me getrokken. Ik had niets te klagen bij Prometheus, dus ik ben daar nooit op ingegaan. Maar zo zijn wel contacten gelegd, die nu makkelijk waren om op te pakken. Ik heb ook wel met mensen gesproken over andere uitgeverijen. Iedereen was bijvoorbeeld heel enthousiast over Das Mag. Maar ik ken daar niemand.'

Ondertussen is Ammerlaan zelf weg bij De Bezige Bij.
'Jawel. Maar ik heb ook andere contacten gelegd bij die uitgeverij. Ik ken veel auteurs, dus ik kwam daar al regelmatig op presentaties. Ook zonder Ammerlaan lag deze uitgeverij het meest dichtbij.'

De imagoschade die de uitgeverij vorig jaar heeft opgelopen zat je niet in de weg? Er verlieten in 2017 nogal wat auteurs De Bezige Bij.
'Ik weet nog dat het bij Prometheus niet goed ging. Ik dacht toen al: dat komt vanzelf weer goed. Wat ook gebeurde. Ik weet dat er allemaal auteurs bij De Bij zijn vertrokken, maar ik heb gesproken met Tommy Wieringa, een goede vriend van me – die echt voor één project naar Hollands Diep is gegaan – en Allard Schröder, voorzitter van de Schrijversvereniging, en ik heb er alle vertrouwen in dat het bij De Bij goed gaat. En dan staat straks dat Bij-logo op mijn boek. Dat is een héél aantrekkelijke gedachte. De Bezige Bij is nog steeds de uitgeverij met de grootste literaire traditie van Nederland, daar kun je niet omheen.'

Je hebt niet overwogen om naar Bas Lubberhuizen te gaan, die boeken van jou over Amsterdam CS en Athenaeum Boekhandel hebben gepubliceerd?
'Inderdaad. Dat vond Mai niet leuk. Misschien is onze relatie mede daarom bekoeld. Een uitgever als hij eist loyaliteit van zijn auteurs. Eigenlijk gek, want ze betalen je daar niets voor, terwijl ze toch ook moeten snappen dat auteurs financieel rond moeten komen, zeker als je twee kinderen hebt. Ik ben daarom ingegaan op het voorstel van Wieneke 't Hoen van Lubberhuizen om een boekje over het Centraal Station te schrijven. Ik zag dat als een grote reportage. Als iets om tussendoor te schrijven. Ik vond dat dat moest kunnen.'

Uitgevers betalen toch een voorschot?
'Maar dat is een lening, geen honorarium. Als ik een stuk voor de krant schrijf, word ik daar gewoon voor betaald. Als schrijver kun je alleen een werkbeurs van het Nederlands Letterenfonds krijgen, die daarmee eerder de uitgeverij subsidieert dan de auteur. Nee, uitgevers zouden zelf meer over de financiën van hun auteurs moeten meedenken.'

Geeft De Bezige Bij je meer dan alleen een voorschot?
'Nee, nee. Zij zitten in hetzelfde systeem.'

Waarom kies je in dat geval niet voor eigen beheer? Het Paulien Cornelisse-model.
'Grappig dat je haar noemt. Ik heb onlangs met haar gesproken omdat zij zo enthousiast is over mijn boek Lelystad. Toen vroeg ik hoe het uitgeven bij haar gaat. Niet zo makkelijk als het misschien lijkt dus. In mijn geval zou het ook niet werken. Ik ben aan gort als een boek af is. Ik moet er niet aan denken om dan nog het hele uitgeefproces zelf te doen. Ik laat het graag aan een uitgever over die voor alle taken – verkoop, omslagen maken, alles – een compleet netwerk heeft. Al zit ik er wel bovenop.'

En nu fulltime aan de slag met je nieuwe boek – over een mijnwerkerszoon die geen afscheid kan nemen van zijn overleden moeder?
‘Ja, ik heb er erg veel zin in. Zo'n overstap hakt er wel in. Job Lisman beschouw ik ook als een vriend, net als enkele andere Prometheus-medewerkers. Dat was ook wel eens lastig, want als de verhoudingen zo amicaal zijn, kun je moeilijk een keer roepen: he, doe eens beter je best! Maar het is óók lastig om te zeggen dat je vertrekt. Ik ben blij dat het allemaal achter de rug is.'

Hou je nog wel contact met Prometheus over je backlist?
'Het is eerder irritant dat je je backlist niet zomaar mee krijgt. Lelystad, Het been in de IJssel en Mensen op Mars – deze drie – zou ik graag bij me houden. Volgend jaar bestaat Lelystad tien jaar. Dat wil De Bezige Bij graag heruitgeven. Maar het boek loopt nog, dus Mai zal dat niet zomaar uit handen geven. Aan de andere kant: hij is een zakenman. Met hem moet een afspraak te maken zijn. Maar helaas moet daar over worden onderhandeld.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 11 jan)

Zie ook:

zondag 15 januari 2017

CB stopt met groothandelsactiviteiten, concurrerende importeurs springen in gat (Boekblad)

CB stopt per 1 april met de groothandelsactiviteiten voor het buitenlandse boek. Van Ditmar en 62Damrak gaan extra inspanningen verrichten om klanten van CB Groothandel binnen te halen. De markt zal weinig veranderen, verwachten de twee overgebleven importeurs.

De voornaamste reden voor CB om te stoppen met de groothandel voor dit besluit is strategisch, legt manager marketing en communicatie Marjan van der Zee uit. 'CB heeft haar koers de laatste jaren verankerd in de drie markten Media, Healthcare en Fashion. Daarin is het belangrijk dat wij een onafhankelijke logistieke rol hebben. Als groothandelaar zitten we echter zelf op de stoel van leverancier. Dat past niet meer.'
CB wil wel een logistieke rol blijven spelen op het gebied van het buitenlandse boek. Dan ligt het voor de hand om buitenlandse uitgevers of grossiers als klant binnen te halen, maar hoe CB die rol precies gaat invullen, 'moet zich nog ontwikkelen'. Van der Zee: 'Het spreekt in ieder geval vanzelf dat wij waar mogelijk stromen zullen bundelen. Dat is ook voor onze klanten het gemakkelijkst en voordeligst.'
Daarnaast heeft CB gemerkt dat het voor haar klanten steeds makkelijker is om zelf in het buitenland boeken te bestellen. Mede door de digitalisering is die markt steeds transparanter geworden. Daardoor is de noodzaak van een Nederlandse groothandel voor buitenlandse boeken minder relevant.
Is die ontwikkeling ook terug te zien in een dalende omzet van CB Groothandel? Volgens Van der Zee was 2016 'best een goed jaar', maar is het nog te vroeg om die vraag te beantwoorden. De jaarcijfers zijn nog niet bekend. Het jaarverslag over 2015 maakt nog melding van een 10% stijging in exemplaren ten opzichte van 2014. De omzet steeg naar 1,1 miljoen euro. De marge was door toenemende concurrentie gedaald naar 0,1 miljoen euro.

'De klanten van CB zullen naar een andere oplossing moeten zoeken. Wij zijn er van overtuigd dat wij een mooie oplossing voor hen hebben', reageert directeur Rene Prins van Van Ditmar, voor wie het nieuws maandagmiddag als een verrassing kwam. 'Wij hopen uiteraard een stuk van CB's omzet over te kunnen nemen. Wij zullen daarom extra aandacht besteden aan de accounts die nu zaken doen met CB, met bezoeken en dergelijke, maar we gaan vooral uit van eigen kracht.' 
Ook mede-eigenaar Martin Brouwer van 62Damrak, die begin december voor het eerst geruchten hoorde over het einde van CB Groothandel, hoopt te profiteren van de verschuivingen. 'Ik denk dat het veel boekhandels de ogen opent voor alternatieven. Er zijn zeker boekhandels die op routine bij CB bestelden. Klanten die reeds met ons werken ondervinden dagelijks waar we goed in zijn. En we nodigen iedereen die nog niet met ons samenwerkt uit om contact te zoeken. We maken graag een afspraak om ons concept van werken uit te leggen.'

Een andere vraag is of het stoppen van CB Groothandel na 13 jaar de markt fundamenteel zal veranderen. Er waren direct boekverkopers die vreesden voor een monopoliepositie van Van Ditmar, die als enige importeur met eigen voorraad overblijft. Prins snapt die vrees. 'Wij zijn redelijk uniek aan het worden,' zegt hij. Maar hij wijst ook op de verschillende groothandels en uitgevers in Engeland en Amerika 'die al sinds mensenheugenis actief zijn in Nederland. Zo bekeken verandert er niets.'
Net als CB onderkent Prins een groeiende tendens onder boekhandels om rechtstreeks bij buitenlandse groothandels en uitgevers te bestellen. Maar hij beseft ook dat dat niet voor iedere boekhandel interessant is. 'Je moet de gemakken met de ongemakken samen zien. Zelf bestellen brengt ook kosten en risico's met zich mee. Je moet iets regelen voor de logistiek vanuit het buitenland. Je moet in buitenlandse valuta inkopen, met alle koersschommelingen van dien. Niet iedere boekhandel is het dat waard.'
Ook Brouwer verwacht weinig veranderingen. 'CB stopt met haar groothandelsactiviteiten. Maar het bedrijf blijft wel buitenlandse boeken aanbieden via CB Online. Het is nog onduidelijk waar die boeken dan vandaan zullen komen – buitenlandse uitgevers? internationale wholesalers? – maar voor boekhandels kan dat betekenen dat ze klantbestellingen nog steeds uit Culemborg kunnen laten komen. Alleen voor de abonnementen die CB aanbiedt, zullen ze ergens anders moeten aankloppen.'
Bovendien draait het niet meer alleen om een lokaal aangehouden voorraad. 'Dat hebben we met 62Damrak de afgelopen vijf jaar aangetoond. Wij zijn een toegangspoort naar de voorraden in Engeland en Amerika. 99 van de 100 gevraagde orderregels vertrekken nog dezelfde dag naar de klant. Feit is ook dat een derde tot 40 % van alle orders titels betreffen die simpelweg in Nederland niet op voorraad liggen. Het is niet voor niets dat CB in haar eigen schrijven stelt dat lokaal grossieren een moeilijke aangelegenheid is geworden.'

Het besluit van CB komt overigens op een moment dat het marktaandeel van het Engelstalige boek, voornamelijk dankzij het succes van YA, ongekend groot is. Was het aandeel in 2014 nog 9,9 %, in de eerste helft van 2016 was dat gestegen naar 12,2 %. Dat percentage zal sindsdien alleen maar zijn gegroeid dankzij de verschijning van een nieuwe Harry Potter en de aanhoudend lage koers van de pond. Aangezien de markt ook aan het stijgen is, betekent dat omzetstijging bij alle importeurs – al maken die ook gewag van dalende marges.
(Bewerking van twee berichten voor Boekblad.nl, 10 & 11 jan)

zaterdag 14 januari 2017

Is de crisis ook voor de literair vertaler voorbij? (Boekblad)

Vertalers zijn tevredener over hun inkomen dan auteurs, blijkt uit recent onderzoek. Toch blijft het noodzaak om te blijven hameren op betere arbeidsvoorwaarden en honorering. Een comfortabel bestaan is nog altijd niet weggelegd voor vertalers. Deze maand zijn weer de Literaire Vertaaldagen.

Iedere vertaler heeft zijn eigen ervaringen. Toon Dohmen, vertaler uit het Engels en Frans, vindt dat het 'behoorlijk lekker gaat'. De voorzitter van de Werkgroep Literair Vertalers van de Vereniging van Letterkundigen (VvL) merkt weinig verschil met vijf jaar geleden. 'Toen ik nog niet met het modelcontract werkte, moest ik alles aannemen wat langskwam. Ik ging linea recta richting burn-out. Nu kan ik met meer concentratie werken en af en toe pauze nemen.'
Martine Woudt daarentegen schrok afgelopen zomer. 'Ik heb in twaalf jaar literair vertalen nooit zonder werk gezeten', zegt de vertaalster uit het Frans en Dohmens voorganger. 'Als ik bijna klaar was met een opdracht, mailde ik eens rond of kwam er iets op mijn pad. Maar dit keer had ik niet metéén een nieuw boek. Het duurde gelukkig niet lang en misschien was het toeval – je kunt ook uitgevers vragen om opdrachten als ze net alle nieuwe vertalingen hebben uitgezet. Maar toch.'
Ook als vertalers met collega's praten krijgen ze geen eenduidig antwoord op de vraag hoe het met de beroepsgroep gaat. 'Ik deed vroeger het ene boek na het andere. Dat is al lang niet meer zo en dat hoor ik ook van collega's', zegt Richard Kwakkel, vertaler uit Engels en Frans en voorzitter van de Werkgroep Algemeen boekvertalers. 'Als ik lees wat op Facebook voorbij komt, is er duidelijk weer meer werk', meent echter Peter Bergsma, vertaler uit het Engels en directeur van het Vertalershuis.

Dus is de crisis in het boekenvak ook voor vertalers voorbij? Het is onmogelijk om daar de vinger op te leggen. De markt stijgt weer, maar  er zijn geen aparte verkoopcijfers voor de categorie vertaalde boeken – verdeeld als die zijn over alle denkbare NUR-codes. Daarbij is de groep vertalers extreem divers. Wie gespecialiseerd is in YA kan profiteren van de groei van het genre. Maar die ene vertaler Servo-Kroatisch kan opeens kampen met een concurrent die hem werk afneemt.
Er zijn indicatoren. Het aantal aanvragen bij het Nederlands Letterenfonds voor een vertaalsubsidie zit weer in de lift. Nadat het daalde van 292 in 2009 naar 189 in 2014 waren het er vorig jaar 235 en dit jaar halverwege november al 257. Maar betekent het dat uitgevers meer literaire vertalingen uitgeven? Of zijn vertalers uit geldnood het begrip literatuur gaan oprekken – nu bijvoorbeeld een thriller genomineerd was voor de Booker Prize en Bob Dylan de Nobelprijs wint? Feit is dat het aandeel non-fictie is gestegen van 12 % (in 2009-12) tot 17 % (2013-16).
Bergsma vindt deze cijfers hoopgevend. Maar hij gelooft ook dat uitgevers steeds meer 'op zeker spelen' door meer uit het Engels te vertalen. Tot wel 70% van de aanvragen betreft vertalingen uit deze taal. Wie bijvoorbeeld, zoals Martine Woudt, uit het Frans vertaalt, kan dan nog steeds onder de crisis lijden. 'Bladerend door de aanbiedingscatalogi van uitgevers zie ik ongelooflijk weinig Frans voorbij komen', zegt zij inderdaad. 'Dat was een aantal jaar geleden meer.'

Een ding is zeker. Vertalen is nog altijd geen vetpot. Uit een rapport van onderzoeksbureau APE dat in april jongstleden is gepubliceerd bleek het gemiddelde inkomen van de 466 geënquêteerde vertalers in de jaren 2013 en 2014 28.000 euro bruto te zijn. Ofwel: zo'n 20 % minder dan modaal. En dan vindt Kwakkel dit nog te hoog omdat literair vertalers oververtegenwoordigd zijn. Uit eerder onderzoek over de jaren 2008-2010 zou het inkomen van vertalers slechts 22.000 euro zijn.
Hoe dan ook is het haast onmogelijk om fulltime te vertalen. Volgens APE haalden slechts 79 % van het inkomen uit hun hoofdbezigheid óf daaraan gerelateerde activiteiten. Ook de meeste voor dit stuk gesproken vertalers hebben nevenactiviteiten – al zien zij, anders dan het onderzoeksbureau, lesgeven op de Vertalersvakschool wel degelijk als gerelateerd aan vertalen. Niet zelden is ook het vertalen van commerciëlere klussen een belangrijke nevenactiviteit.
De belangrijkste inzet voor de twee vertalerswerkgroepen van de VvL blijft dan ook onverminderd: zich inzetten voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden en honoraria van vertalers. Dohmen: 'Het blijft natuurlijk raar dat ik zo'n mooi vak heb, maar iedereen met interesse om vertaler te worden moet waarschuwen voor de vreselijke materiële gevolgen.' Kwakkel: 'Zelfs met het redelijke en gangbare tarief bouw je geen pensioen op en kun je je niet verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid.'

Door deze situatie hebben vertalers een beetje het imago dat ze altijd klagen. Barber van de Pol, vertaalster Engels en Spaans, gaat daarom nooit meer naar vertaalbijeenkomsten – tenzij ze er zelf spreekt, zoals in december op de Literaire Vertaaldagen. Het is nooit goed, vindt ze. 'Maar dat klagen heeft wel zin', reageert Bergsma. 'Er is in de loop der tijd veel bereikt. Nederlandse vertalers zijn de bestbetaalde ter wereld.' Al nuanceert Kwakkel dat: 'Volgens onderzoek van Europese vertalersorganisatie CEATL komt Nederland pas op de veertiende plaats.'
Daar komt bij dat uitgevers in de slechte jaren niet hebben geprobeerd te beknibbelen op vertaalkosten. Voor literaire vertalers ligt dat voor de hand. Zij kunnen alleen subsidie krijgen als het modelcontract is gehanteerd – mét daarin het uitonderhandelde tarief en een royaltypercentage voor verkoop boven de 4.000 exemplaren. Dat tarief is weliswaar enkele jaren bevroren geweest, maar uitgevers kwamen zelf met het voorstel om dat per 2016 met 0,1 cent te verhogen naar 6,5 cent per woord.
De veel grotere groep vertalers die niet met het Modelcontract werken worden nog altijd uitgeknepen, vindt Kwakkels, maar niet meer dan vroeger. Het tarief ligt lager – tot 3,5 cent per woord of nog minder. Maar gemiddeld genomen zijn ze iets gestegen. Waarom, weet Kwakkel niet precies. Door barmhartige uitgevers die, zoals in een enkel geval is gebeurd, over de hele linie de tarieven verhoogden? Door mondiger geworden vertalers die vaker aandringen op betere honorering?
Ook dat blijkt uit het APE-onderzoek: onderhandelen loont. Niet meer dan 33 % van vertalers onderhandelt soms, 13 % (bijna) altijd. Maar: slechts 17 % denkt dat het (bijna) nooit tot resultaat leidt. Kwakkel: 'Het is mijn indruk dat men mondiger is geworden. Mogelijk komt dat door de werkgroep die vorig jaar bijvoorbeeld algemene voorwaarden hebben opgesteld, zodat vertalers tenminste kunnen zien wat zij missen in de eenzijdige contracten van uitgevers.'

Het Nederlands Letterenfonds heeft evenmin bezuinigd op beurzen voor vertalers – anders dan bijvoorbeeld op projectsubsidies voor literair auteurs. Na het breed gedragen pleidooi Overigens schitterend vertaald uit 2008 had toenmalig staatssecretaris van OCW Halbe Zijlstra gesommeerd dat het vertaalbeleid niet mocht worden gekort. Bergsma: 'Alleen het inkomensplafond voor een beurs is verlaagd: van 50.000 naar 45.000 euro. Maar dat halen vertalers toch nooit.'
Eigenlijk is, naast de algemene zorg om het bestaan, de forse terugloop van inkomsten uit leenrecht het grootste probleem. De geënquêteerden van APE kregen nog 1615 euro uit leenrechtvergoedingen – een bedrag dat volgens Kwakkel door de type ondervraagde vertalers veel te hoog is ingeschat. Dat dat een punt van zorg is blijkt uit de ervaring van Woudt: 'Als ik een thriller vertaal wil de uitgever besparen op honorarium of het royaltybeding uit het contract. Met als argument: thrillers worden meer uitgeleend.'
Het hoeft daarom niet te verbazen dat APE ook ontdekte dat vertalers tevredener zijn over hun inkomen dan auteurs. Al is het verschil maar een fractie: 36 % van de vertalers is tevreden tot zeer tevreden – tegen 32 % van de auteurs. Het verbaast in ieder geval de vertalers niet die voor dit artikel zijn gesproken. Allemaal wijzen ze op het voordeel van een vast honorarium tegen de onzekere royalty-inkomsten van literair auteurs. Bergsma: 'Bovendien haal je het wel uit je hoofd om de deadline niet te halen, als je tenminste een nieuwe opdracht wil.'
En dat willen ze allemaal. Want karig betaalt of niet, vertalen is uiteindelijk het mooiste vak ter wereld. Welk ander beroep stelt je immers in staat om zó intensief met een tekst bezig te zijn?
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, dec 2014)

Zie ook:

donderdag 12 januari 2017

Staking bij uitgeverij La Martinière (Boekblad)

Een staking in de uitgeverij is uiterst zeldzaam. Afgelopen woensdag gebeurde het in Frankrijk. Meer dan honderd medewerkers van La Martinière legden het werk neer uit protest tegen de slechte werkomstandigheden bij de kinderboekenfondsen.

De medewerkers bleven tijdens de staking voor het gebouw van hun werkgever op de Boulevard Romain Rolland in Parijs hangen. Ze hadden protestborden gemaakt van een van de grootste commerciële successen van de uitgeverij: Journal d'un dégonflé ofwel Het leven van een loser. Het prefix 'dé' was doorgestreept zodat het geen dagboek meer was van een ' leeggelopene' maar juist van een 'opgeblazene'. De titels van de losse delen lieten verder niets aan duidelijkheid te wensen over: 'Trop c'est trop' (genoeg is genoeg) en 'La Vérité toute moche' (De hele lelijke waarheid).
Aanleiding voor de staking is de werksfeer bij de fondsen De La Martinière Jeuneusse en Seuil Jeunesse. De 'opgeblazene' verwijst naar de uitgever hiervan: atrice Decroix, echtgenoot van algemeen directeur Hervé de La Martinière. Haar wordt verweten 'de gezondheid, de moraal en het werk' van haar ondergeschikten te frustreren, schrijft ActuaLitté die met hen heeft gesproken op basis van anonimiteit. 'Ze controleert haar werknemers totaal, wat uiteraard veel tijd kost, organiseert vergaderingen om 17.30 uur en verstuurt e-mails buiten werktijd,' klaagt een van hen.
De werkomstandigheden zouden al slecht zijn sinds 2004, toen La Martinière uitgeverij Seuil overnam en de kinderboekenfondsen van beide uitgeverijen werden samengevoegd. Toch kaarten werknemers de problemen pas in december 2015 aan bij de HR-afdeling. Kort daarop verklaarde een arboarts dat zij 'psychosociale risico's' lopen. Nadat afgelopen zomer de arbeidsinspectie met een onderzoek dreigde, kwam de directie de klagers tegemoet: Decroix zou uitgeefdirecteur blijven, maar een manager zou de algemene leiding van de fondsen in handen nemen.
Het conflict tussen personeel en directie is nu geëscaleerd omdat medewerkers de voorgestelde oplossing onvoldoende vonden en de directie hem niettemin doorvoerde. Tegelijk blijkt ook de arbeidsinspectie maatregelen te hebben genomen. Op 9 december is zij een onderzoek gestart naar intimidatie van Decroix. De uitkomst daarvan wordt nog deze maand verwacht – nadat de inspectie de getuigenissen van ongeveer veertig voormalige en huidige werknemers van de uitgeefster zal hebben gehoord.
De Groupe La Martinière is in 1992 opgericht nadat de destijds 45-jarige Hervé de La Martinière de Groupe Latingy, waar hij een jaar eerder directeur was geworden, had omgedoopt. Na overnames van onder meer uitgeverijen in Amerika (Abrams) en Duitsland (Knesebeck) en de creatie van een Britse divisie heeft de groep een omzet van inmiddels circa 260 miljoen euro. Het concern hoort daarmee bij de vijftig grootste uitgeverijen ter wereld. De La Martinière Jeunesse en Seuil Jeunesse, waar zestien mensen werken, geven jaarlijks 170 nieuwe titels uit.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 6 jan)

UPDATE Béatrice Decroix legt per 15 februari aanstaande haar functies neer, zo maakte uitgeverij La Martinière gisteren bekend.

woensdag 11 januari 2017

Boekstraat ontwikkelt zich tot rage in Vietnam (Boekblad)

Een jaar na de opening van de eerste 'boekenstraat' in Ho Chi Minh Stad ontwikkelen nu ook Hanoi en Danang winkelstraten met louter boekhandels.

Nagenoeg precies een jaar geleden ging de boekenstraat in Nguynen Van Binhstraat in District 1, het stadscentrum van de miljoenenstad, open: 144 meter lang met twintig boekhandels, die allemaal door een uitgeverij worden geëxploiteerd. De straat bevat ook twee 'boekcafés' en een aparte zone voor kinderen. Er wordt een breed gamma aan producten verkocht: van nieuwe en tweedehands boeken, inclusief een bescheiden Engelstalig aanbod voor toeristen, tot audio- en videoproducties. Het hele jaar door vinden er activiteiten en exposities plaats.
Het ontwikkelen van de straat kostte de uitgevers 9,4 miljard Vietnamese dong (393.000 euro). In het eerste halfjaar verkochten de deelnemende bedrijven al 240.000 boeken, goed voor een gezamenlijke omzet van 15 miljard dong. En dat in een land dat niet bekend staat om zijn grote leesliefde. Niet meer dan ongeveer dertig procent van de 95 miljoen inwoners tellende bevolking zegt weleens een boek te lezen. De kleine tweehonderd uitgeverijen publiceren dan ook maar 26.000 nieuwe titels per jaar – ofwel 1 titel per 3.650 inwoners.
Het succes heeft de aandacht getrokken van andere steden. Op 21 april van dit jaar opent hoofdstad Hanoi een ook in omvang nagenoeg identieke 'boekstraat' in de 19 decemberstraat – ditmaal echter gefinancierd door het stadsbestuur, die ook overweegt verspreid door de stad lege boekenplanken op te hangen waar mensen hun aankopen kunnen stallen, zodat ze door meerdere inwoners kunnen worden gelezen. De kleinere havenstad Danang heeft inmiddels als derde aangekondigd een boekenstraat te zullen neerzetten.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 6 jan)

dinsdag 10 januari 2017

Gouden Ganzenveer 2017 voor Arnon Grunberg

De Academie De Gouden Ganzenveer kent de Gouden Ganzenveer 2017 per acclamatie toe aan de literaire duizendpoot Arnon Grunberg. Dat maakte Gerdi Verbeet, voorzitter van de Academie De Gouden Ganzenveer, zojuist bekend in het tv-programma Jinek.
'Arnon Grunberg wordt steeds unieker', aldus de toelichting van de Academie. 'Hij beoefent letterlijk alle literaire genres, van romans tot columnistiek, van poëzie tot reportagejournalistiek, van verhalen tot toneel. De traditionele grenzen tussen die genres lijken voor hem niet te bestaan: zijn grenzeloze creativiteit en expansieve literaire persoonlijkheid maken van de hele geschreven cultuur één groot gebied. Daarbij zijn het volume en de regelmaat van zijn jaarlijkse productie onwaarschijnlijk groot en bovenal zijn er weinig Nederlandse schrijvers van nu voor wie engagement zo’n vanzelfsprekende houding ten opzichte van de wereld is als voor Grunberg. Als embedded journalist, als betrokken romanschrijver, als kritisch ingesteld essayist is geen vluchtelingenzee hem te hoog, geen oorlogsgebied hem te gevaarlijk, geen politiek onderwerp hem te netelig. Arnon Grunberg laat als weinig andere auteurs zien hoezeer een vaardige pen geheel kan samenvallen met de persoonlijkheid van een schrijver die middenin de wereld staat. Om al die redenen is Grunberg de ideale kandidaat voor bekroning met de Gouden Ganzenveer 2017.'
De prijsuitreiking vindt plaats op donderdag 6 april a.s. in Amsterdam. Een weerslag van deze bijeenkomst wordt vastgelegd in een speciale uitgave, waarvoor ik wederom – voor de twaalfde keer – de redactie verzorg.

maandag 9 januari 2017

Van In: groei dankzij een platform (Boekblad)

Van In maakt sinds de introductie van haar online platform Bingel ieder jaar een sprong vooruit. De Vlaamse educatieve uitgeverij verwacht verder te kunnen groeien na de overname van concurrent De Boeck. 'We hebben eerder dan de concurrentie gekozen voor digitale innovatie. Dat bleek de juiste richting.'

Winfried Mortelmans had even het gevoel dat hij een filmster was toen hij onlangs een bezoek bracht aan een lagere school. De kinderen waren wildenthousiast dat ze 'de man van Bingel' in het echt zagen – Van Ins digitaal platform voor het primair onderwijs. 'Eén kind kondigde aan dat hij al zijn vrienden ging vertellen dat hij mij gezien had. Die gaan kei-jaloers zijn, zei hij,' zo herinnert de algemeen directeur zich lachend. 'Bingel is ook een van de populairste sites onder kinderen. Hoogst ongebruikelijk voor iets van school.'
Bingel is de online uitbreiding van de lesmethoden voor wiskunde, spelling en taal, Frans, godsdienst en wereldoriëntatie. Voor ieder leerjaar is een eiland ontwikkeld, waar leerlingen oefeningen maken. Bij goed resultaat verdienen ze 'pingping', waarmee ze hun avatar kunnen personaliseren en mini-games kunnen spelen. Het systeem is adaptief: de oefeningen passen zich aan het niveau van de leerling. Via een dashboard kan de leerkracht ieders vorderingen op de voet volgen.
Sinds de lancering in 2011 is Bingel een groot succes. Niet minder dan 79 procent van de scholen in het Vlaamse lager onderwijs gebruikt het inmiddels. Gezamenlijk maken 280.000 leerlingen dagelijks een half miljoen oefeningen. En met plezier: 9 op 10 leerlingen zegt graag te 'bingelen'. Ook beveelt 90 procent van de leerkrachten die Bingel gebruiken, het platform aan. Bingel biedt dan ook concrete leerwinst, blijkt uit onderzoek, onder meer door het motiverende spelelement.

Het is daarom geen verrassing dat het goed gaat met Van In. De Belgische dochter van Sanoma Learning groeit sinds de introductie van Bingel jaarlijks met 5 % – tot circa 35 miljoen euro omzet in 2015. Alle methodes voor het lager onderwijs dragen daaraan bij. Omdat iedere school die ten minste één methode van Van In afneemt toegang krijgt tot het volledige platform en dus ook de oefeningen voor alle andere methodes kan aanbieden, werkt Bingel tegelijkertijd als perfect marketinginstrument.
Mortelmans benadrukt dat de marktleider zijn positie ook heeft kunnen verstevigen door te blijven investeren in de kwaliteit van de content. Toch kan hij niet ontkennen dat Bingel misschien de belangrijkste drager van de groei is. 'Wij profiteren ervan dat we eerder dan de concurrentie hebben gekozen voor digitale innovatie. En dat ook beter hebben gedaan. Digitalisering was voor ons geen doel op zich. We hebben niet zomaar een boek door een site vervangen.'
Een belangrijkste verklaring voor het succes, vindt Mortelmans, is dat Van In heeft geluisterd naar de behoeften van leerkrachten en leerlingen. 'We ondersteunen de leerkracht bij zijn leeropdracht, zodat hij zijn job – kinderen helpen zich te ontwikkelen – het best kan uitvoeren. De impact die wij hebben, bevat drie manieren. We verhogen het leerresultaat. We vergroten de motivatie van leerlingen. En we verbeteren de efficiency van het leerproces. Bingel doet dat allemaal.'
Ook de eenvoud van het platform is een kracht. Bingel sluit aan bij iedere visie op digitaal onderwijs. Kinderen de vrijheid geven zichzelf te ontwikkelen of kinderen alleen de oefeningen laten maken die de leerkracht selecteert, het kan allemaal. Daarbij zijn technische vereisten beperkt. Leerlingen hebben alleen een pc of tablet met internet nodig. Als de school dat niet zelf heeft, kan het de oefeningen als huiswerk opgeven. 'Bingel past bij ieder schoolprofiel', zegt Mortelmans.

Het mooie van Bingel is dat het succes niet beperkt blijft tot de lagere school. Diddit, een variant voor het middelbaar onderwijs, wint na de lancering in 2015 voor de eerste twee leerjaren snel terrein. Er zijn nu meer dan 80.000 gebruikers en Diddit is aanwezig in meer dan de helft van de Vlaamse scholen. 'Diddit is natuurlijk aangepast op deze leeftijdsgroep. We werken met meer volwassen minigames,  personalisering van profiel en design, maar dit werkt wel op dezelfde achterliggend technologie.’
Evenmin blijft het platform, dat in 2015 een International Educational Learning Resources Award won, iets Vlaams. Er zijn inmiddels lokale versies voor lagere scholen in Wallonië (waar Van In eveneens marktleider is), Zweden en Finland. Mortelmans: 'In Zweden, waar het vorig jaar is gestart, schieten de gebruikersaantallen momenteel elke maand met 50% omhoog. Het is ook mooi dat het in Finland, toch een gidsland als het gaat om kwaliteit van het onderwijs, zeer wordt geprezen.'
Bij deze expansie profiteert Van In ervan dat het onderdeel is van een internationale groep, vindt de directeur. 'Tien jaar geleden overheerste teleurstelling bij internationale educatieve concerns als Sanoma Learning', legt Mortelmans uit. 'De verwachting was dat bedrijven content zouden uitwisselen, maar dat bleek moeilijker dan gedacht. Zelfs wiskundemethodes zijn door de lokale context moeilijk te vertalen. Maar voor techniek zijn er wél grote synergievoordelen te bepalen.'
En dat wordt steeds meer waargemaakt. 'Onze zusterbedrijven profiteren van onze knowhow over Bingel. Andersom leren wij van hen. In Zweden gebruiken ze bijvoorbeeld veel meer tablets. Hoe gaan leerlingen daarmee om? Hoe gebruiken ze Bingel dan? Daar leren wij van. Ander voorbeeld: digitale assesment. Dat leeft minder in België, dus zijn wij daar softwaretechnisch niet mee bezig. Doordat we de expertise van de zusters kunnen gebruiken, hebben we straks wél een hoogwaardig product.'

Voor alle uitbreidingen in eigen land zijn investeringen nodig. En niet alleen voor de uitbreidingen overigens. Mortelmans moet hard lachen om de naïviteit daarover toen Bingel werd gelanceerd. 'Wij dachten: nu zijn we klaar voor de komende jaren. Niet dus. De investeringen van destijds zijn maar een fractie van de investeringen die we nu doen. Voor voortdurende verbeteringen én het gebruik van Bingel. Wat dacht je dat hosting van 500.000 oefeningen per dag kost?'
De noodzaak tot investeringen is de voornaamste reden dat Van In eerder dit jaar concurrent De Boeck (met een omzet van 16,9 miljoen euro nr. 4 in de markt) heeft overgenomen – naast het feit dat beider portfolio's opmerkelijk weinig overlap kende. 'Ook al zijn we hier marktleider, we zijn nog lang niet zo groot als onze Nederlandse zuster Malmberg. De markt is hier meer versnipperd en verdeeld over Vlaanderen én Wallonië.. Het budget voor leermiddelen per leerling is ook lager. Daarom moeten we op grotere schaal werken.'
Voorlopig gaat de meeste aandacht uit naar de integratie van beide bedrijven, die komend voorjaar moet zijn afgerond. De merknamen Van In en De Boeck blijven bestaan, maar de uitgeverij zal opereren als één bedrijf – met een kantoor in Vlaanderen (het huidige kantoor plus magazijn in Wommelgem van Van In) en een kantoor in Wallonië (een nog te vinden pand nabij Louvain-La-Neuve). Doordat zo dubbele functies kunnen verdwijnen, verliezen 38 van de 205 medewerkers hun baan.
Maar daarna, belooft Mortelmans, zal Van In doorgaan met innoveren en groeien.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, dec 2016)

Zie ook:
- Heel Vlaanderen biggelt (maart 2016)

donderdag 5 januari 2017

Esther Gerritsens schrijfles 1: maak alles ondergeschikt aan het verhaal (Schrijven)

Met ieder nieuw boek verrijkt Esther Gerritsen haar inzicht in het ambacht van schrijven. Wat heeft haar eigen oeuvre haar geleerd? Een schrijfcursus in vier lessen – 1: maak alles ondergeschikt aan het verhaal

Zet je eigen ego opzij. Wat de auteur wil is minder belangrijk dan wat het verhaal wil. Dus toen Esther Gerritsen in Superduif wilde schrijven over iemand met reddings-fantasieën en de geheime wens een superheld te zijn, realiseerde ze zich al gauw dat dat alleen geloofwaardig zou zijn als de hoofdpersoon niet te oud is. Elf, twaalf, hooguit dertien jaar. 'O nee, dacht ik. Dát wil ik niet. Dat is helemaal niet stoer.' Toch deed ze het. 'Je moet gehoorzaam zijn aan het materiaal, aan het thema, aan wat je in essentie wil vertellen. Anders wordt het niet het beste boek dat je kunt schrijven.'
Onlangs gebeurde het weer. Voor de roman waaraan Gerritsen momenteel werkt, heeft ze een scherpere man-vrouwverhouding nodig dan in deze tijd geloofwaardig is. Daarom verplaatste ze de handeling naar de tijd van haar grootouders. Zo dwong ze zichzelf voor het eerst in haar carrière als schrijver research te verrichten. 'Gelukkig vind ik dat alleen maar heel leuk. Het is een interessante periode. Ik zit niet voor niets in een leesclub waarin we uitsluitend over het interbellum lezen.'

Maar het gaat niet alleen om je eigen voor- en afkeuren. Ook bij het uitwerken van een verhaal moet een schrijver altijd scherp voor ogen houden wat hij of zij wil vertellen. 'Er zitten wel drie miljoen blauwdrukken in je hoofd', legt Gerritsen uit. 'Voor je het weet volg je die – zonder dat die voor jouw verhaal de beste manier is. Ik merk het vooral aan mijn columns. Ik schrijf soms automatisch een punchline. Dat hoort zo. Vaak haal ik die weg omdat het niet is wat ik eigenlijk wil zeggen.'
Voor Superduif had ze zo een paar stappen nodig voor het thema op de goede manier was uitgewerkt. De verhaallijn en de gedachtegang van de hoofdpersoon bleven in iedere versie hetzelfde. Ze had simpelweg drie versies nodig voor ze wist hoe die het beste tot zijn recht konden komen.
Gerritsen: 'Ik probeerde het eerst als een echt superheldenverhaal op te schrijven. Dat lukte niet, omdat het echte sciencefiction werd. Dat interesseert me niet wezenlijk. Het gaat mij om de vraag wáárom iemand een superheld wil zijn. En dus beschreef ik alle gedachten van Bonnie. Dat werd saai. Het verhaal was totaal naar binnen gekeerd, er was geen confrontatie. Toen verbood ik mezelf om de hoofdpersoon te laten fantaseren. Dus niet denken: wat zouden mijn klasgenoten ervan denken? Nee, laat haar tegen een klasgenoot zeggen dat ze een superheld is. En dan maar zien wat ervan komt.'

En dan ben je weer terug bij het ego van de schrijver. Hij of zij moet nooit denken, vindt Gerritsen, dat een wending te flauw of te belachelijk voor woorden is. Integendeel: alles is mogelijk in literatuur, probeer het maar uit. 'Alles wat je laat gebeuren, kun je immers ook weer schrappen.'
(Eerder gepubliceerd in Schrijven Magazine 6, 2016)

Zie ook:

zondag 1 januari 2017

De top 10 van 2016

Het was een jaar waarin ik voor mijn doen weinig heb gelezen – en dus in verhouding veel wat ik om een of andere reden, als interviewer, recensent of adviseur, móést lezen. Gelukkig heb ik genoeg moois kunnen lezen. In alfabetische volgorde:

Verloren illusies - Honoré de Balzac
Spinoza's achtbaan - Erik Bindervoet
De zevende functie van de taal - Laurent Binet
Hoe mooi alles - Mirjam van Hengel
De successtaker - Arjen Mulder

Zie ook mijn top 10-en van: 2015, 2014, 2013 & 2012.

woensdag 28 december 2016

interview: Stefan Hertmans over zijn succes in de Verenigde Staten (Boekblad)

Hoe ervaren schrijvers de boekhandels, uitgevers en boekenvakorganisaties waar ze mee samenwerken? Stefan Hertmans had onderschat hoe belangrijk de aanwezigheid van de auteur is bij de verkoop van de vertaalrechten van zijn werk.

U bent net terug uit de Verenigde Staten. Was het een triomftocht?
Het was in elk geval een erg aangename ervaring om daar zoveel erkenning te krijgen. Ik werd ontvangen door de redactie van NYT Book Review, deed voor hen een podcastinterview en een uitgebreid live radio interview in de befaamde The Leonard Lopate Show. Ik had signeersessies bij Barnes & Noble en nam deel aan het New Literature from Europe Festival. Ik ontmoette de redacteur en publiciteitsmensen bij de uitgeverij, en bovenal mijn legendarische uitgever Sonny Mehta, die al dertig jaar de leiding heeft over Knopf. Het boek is er in korte tijd aan zijn vierde druk toe en lezers die ik ontmoette waren erg enthousiast. Knopf kocht ook meteen de rechten voor mijn nieuwe roman (De bekeerlinge) en bereidt nu een pocketeditie voor van War and Turpentine.'

Waarom spreekt het boek daar zo aan? 
'In de besprekingen wordt veel nadruk gelegd op de specifiek literaire kwaliteiten van het boek, meer dan op de oorlogsthematiek. Ik vermoed dat er ook een soort ‘Stoner’-effect meespeelt: het verhaal over het leven van een bescheiden mens, die toch de grote tragedies van het leven doormaakt.'

Dacht u bij het schrijven van Oorlog en Terpentijn: dit boek heeft ook potentie buiten mijn eigen taalgebied?
'Ik heb dergelijke overwegingen helemaal niet gemaakt, het was al moeilijk genoeg om dit boek naar eigen waarheid te schrijven. Maar ik merk nu dat het verhaal blijkbaar iets universeels heeft dat voorbij de grenzen van een cultuur of een land reikt. Anders zouden de Chinezen en Japanners het ook niet gekocht hebben. Gabriel Garcia Marquez heeft ooit opgemerkt dat Honderd jaar eenzaamheid zo universeel was, juist omdat het over een dorp ging…'

Het boek is of wordt vertaald in 14 talen – van Afrikaans tot Zweeds. Heeft de Engelse vertaling voor u een speciale betekenis?
'Elk taalgebied brengt een eigen kleuring mee: de Slovenen en Italianen denken aan eigen oorlogservaringen, de Scandinaviërs kijken er op weer een andere manier naar. De Duitse uitgave was natuurlijk zeer belangrijk: hoe gaan Duitse lezers om met het feit dat een Vlaams auteur de oorlogsmisdaden uit de Eerste Wereldoorlog ter sprake brengt? De pers was in elk geval unaniem lovend. De Franse uitgave bij Gallimard was voor mij heel bijzonder, ten eerste omdat mijn eigen Franstalige landgenoten het boek daardoor leerden kennen, maar ook omdat de Fransen zelf een nauwe band hebben met literatuur over de Eerste Wereldoorlog. Het is bovendien een prachtig fonds. Daar komt binnenkort een pocket editie (Collection Folio). De mooie Engelstalige editie door Harvill Secker opende dan weer een enorm potentieel aan lezers overal ter wereld. En het feit dat Alfred Knopf in NY mijn uitgever werd, bleek de kers op de taart. Voor Nederlandse lezers bleek er vooral verbazing omdat men in Nederland weinig op de hoogte is/was over wat hun buren tijdens die eerste wereldoorlog is overkomen; ook verbazing bleek een goede reden om het boek te lezen. Er is ook zoiets als een kettingreactie: Internationale uitgevers houden elkaar in het oog en kopen vaak wanneer door hen gewaardeerde huizen hebben gekocht. Zopas zijn de rechten nog gekocht in twee taalgebieden die ik van belang vind: in het Spaans, en het Hebreeuws.'

Begrijpt u waarom de Engelse vertaling voor het boekenvak geldt als de heilige graal?
'Het Engelstalig bereik is natuurlijk mondiaal en daarom cruciaal, ook voor de auteur. Slechts twee procent van de literatuur die op de markt komt in het Engelse taalgebied is vertaalde literatuur. Als je daar dan bij hoort, mag je blij zijn dat je het Engelstalige publiek kan bereiken. Als dan bovendien ook nog eens de boekenbijlagen van The Economist en de New York Times die roman selecteren bij de vijf beste romans van het afgelopen jaar, dan betekent dit een mooie toekomst en vele nieuwe lezers voor het boek. NYT Book Review wordt internationaal als toonaangevend beschouwd, dus dat werkt door op andere uitgevers overal ter wereld.'

Merkt u ook verschillen in de uitgeef- en boekhandelscultuur in de landen waar Oorlog en terpentijn verscheen?
'Ik ben in nagenoeg alle landen geweest waar het boek is uitgegeven. Er zijn inderdaad grote verschillen. Sommige landen moeten het hebben van een onmiddellijk effect via media en pers, andere landen maken een dure mooie uitgave op beperkte schaal en gaan daarna over op een pocket editie die lang loopt (Frankrijk en Engeland bijvoorbeeld). Sommige uitgevers willen de auteur meteen uitnodigen voor de booklaunch, anderen kijken de kat uit de boom en nodigen de auteur pas uit wanneer het boek loopt. Maar in bijna alle gevallen had ik zeer goede contacten, ook wat voorbereiding en vertaling betreft.'

Heeft uw Nederlandse uitgever veel bijgedragen aan het mogelijk maken van deze vertalingen?
'Mijn Nederlandse uitgever heeft een duo rechtenmanagers in dienst dat uniek werk verricht voor de auteurs: Marijke Nagtegaal en Uta Matten. Zij combineren literaire kennis van zaken met durf, strategisch inzicht en verkooptalent en draaien hun hand niet om voor het opzetten van risicovolle veilingen tussen biedende uitgevers. Zij richten zich elk op verschillende taalgebieden en hebben zeker bijgedragen aan de manier waarop uitgevers op mijn boek hebben gereageerd door intensieve informatie en begeleiding. Niet elke uitgeverij heeft dat soort unieke expertise in huis. Maar het gaat ook om meer: wanneer het hele team bij De Bezige Bij enthousiast is over een boek en er potentie in ziet voor het buitenland, dan ontstaat een aanstekelijke energie die het boek zeer ten goede komt.'

U merkte dus niets van alle heisa rond De Bezige Bij?
'Mijn contacten met de Bezige Bij zijn altijd uitstekend geweest en gebleven. Ik heb in tijden waarin de media als het ware het vuur probeerden op te stoken en er onenigheid dreigde, er steevast voor gekozen om de professionaliteit en het enthousiasme van de medewerkers in de verf te zetten.  Het is inmiddels ook duidelijk dat een sterke uitgeverij als De Bezige Bij dit soort heisa overleeft en er wellicht nog sterker uit komt.'

Heeft het Vlaams Fonds voor de Letteren uiteindelijk meer bijdragen dan de uitgeverij?
'Het Vlaams Fonds voor de Letteren doet veldwerk, informeert, stimuleert, en volgt de situatie op de voet. Uitgevers die willen kopen kunnen bij een neutrale instantie als het VFL of Nederlands Letterenfonds voor een second opinion terecht. Ze spelen een bijzonder constructieve rol. Bovendien trekken ze met hun beleid rond het subsidiëren van vertalingen ook menig uitgever mee over de streep. Het is bijzonder om te zien hoe uitgevers en fondsen elkaar aanvullen en hun krachten bundelen. Op twintig jaar tijd heeft zich op dit vlak een enorme professionalisering voltrokken – en daar worden stilaan vruchten van geplukt.' 

In Frankfurt waren Vlaanderen en Nederland gastland. Heeft dat op enigerlei wijze bijgedragen aan de verspreiding van uw werk over de grens?
'Dat is niet meteen in te schatten, maar feit is dat het gastlandschap een grote aandacht voor de Nederlandstalige literatuur heeft teweeg gebracht en vele auteurs voor het eerst zijn vertaald. 
Ik had tevoren zelf onderschat hoe belangrijk de aanwezigheid van de auteur zelf op zulk een vakbeurs kan zijn. Maar door de toevallige ontmoetingen, gesprekken, kennismaking met mensen uit het vak, komen er ook vlotter afspraken tot stand. Ik denk wel dat ik er op bescheiden wijze toe heb bijgedragen dat mijn recente roman (De bekeerlinge) in enkele landen sneller werd gekocht – Kroatië, Zweden, andere – omdat ik persoonlijk contact had met de uitgevers.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 21 dec)

Zie ook: