vrijdag 16 februari 2018

Boom voortgezet onderwijs: concurreren op kwaliteit (Inct)

Koninklijke Boom uitgevers gaat leermiddelen voor het voortgezet onderwijs op de markt brengen. In een samenwerking met de succesvolle jonge educatieve uitgeverij Staal & Roeland ziet het grote kansen. Dankzij een focus op de kwaliteit van content.

Een aanval op het monopolie van ThiemeMeulenhoff, Noordhoff en Malmberg? Zo zal directeur John Boom van Koninklijke Boom Uitgevers het nooit noemen. Het bedrijf – een van de grotere uitgeverijen van Nederland – begeeft zich op de leermiddelenmarkt voor het voortgezet onderwijs omdat het daar kansen ziet. Het gaat mooie producten lanceren en daar klanten voor proberen te winnen. 'En hoeveel marktaandeel we straks hebben, zien we dan wel', zegt Boom.
Feit is echter dat de nieuwe werkmaatschappij Boom voortgezet onderwijs dit jaar als eerste product een methode voor Nederlands lanceert en dat methodes voor Engels en wiskunde in ontwikkeling zijn. Met andere woorden: Boom richt zich niet op de kleinere vakken die de grote drie laten liggen, maar op de kernvakken. Het familiebedrijf gaat daarbij, zijn traditie indachtig, voor de lange termijn. De werkmaatschappij is niet opgericht voor een quick win, maar om 'eeuwig' te blijven bestaan.

De kans die Boom ziet, ligt in het bieden van de hoogste kwaliteit. Dat heeft het bedrijf in eerste instantie niet zelf gezien. Boom heeft de methode Kern overgenomen van de jonge educatieve uitgeverij Staal & Roeland, die sinds de oprichting in 2014 heeft laten zien met kwaliteit – juist wél in de kleinere vakken – succes te hebben. De oprichters Donald Staal en Elout Roeland worden bovendien ingehuurd om mede leiding te geven aan Boom voortgezet onderwijs.
Beide uitgevers zijn afkomstig van Noordhoff, vertelt Donald Staal. 'We hadden een zeer comfortabel salaris maar het ondernemersklimaat binnen het bedrijf werd in de loop der jaren moeilijker. Noordhoff is een mooi bedrijf, maar het was in handen van een investeringsmaatschappij. Het klimaat was daardoor eerder gericht op risicobeheersing. Het werd steeds moeilijker om de handen op elkaar te krijgen voor een nieuw idee.'
En nieuwe ideeën, die hádden ze. 'Wij geloven dat je met maximale aandacht voor content een onderscheidend product kunt maken. Bij de grote uitgeverijen ligt de nadruk soms meer op platformen en structuren en minder op de inhoud van methodes. Ik zeg het heel gechargeerd, maar daar komt het in de kern op neer: content is onderbelicht. Tegelijk hebben wij de jarenlange ervaring om het verschil te maken met andere spelers die zich volledig op één niche richten.'

De eerste methode die Staal & Roeland in de markt zette, was SPQR voor Latijn. Roeland had deze methode al ontwikkeld bij Noordhoff, maar de lancering moeten afblazen toen de directie de markt toch te klein achtte. Op zoek naar een methode die Staal & Roeland snel kond exploiteren, namen ze na de start van het bedrijf contact op met de auteurs. Die bleken SPQR in hun eigen scholen te hebben gebruikt én verbeterd. Zo kon de uitgeverij al kort na oprichting de markt benaderen.
'Nadat we het materiaal hadden vormgegeven en een redactionele slag hadden uitgevoerd, mailden we de scholen in april', herinnert Staal zich. 'Zo laat. En toch kochten twintig scholen de methode in. Er waren weliswaar vier methodes op de markt, maar daar gebeurde weinig mee. Er waren geen innovaties, nieuwe edities kwamen te traag. Er was onvrede in de markt. Dus maar liefst 20 % van de scholen reageerde op onze mailing. Dat is bizar hoog.'
Dat bewees hun gevoel dat er voor kwaliteit altijd markt is. 'Onze methode is van top-kwaliteit, in inhoud én vorm. Boeken worden steeds meer gezien als wegwerpproduct. Wij kiezen echt voor papier. De boeken hebben daarbij een volwassen en luxe uitstraling. Het zijn boeken waar docenten én leerlingen blij van worden. De digitale component is weliswaar eenvoudig, maar juist daardoor populair. Het doet wat het moet doen en iedereen snapt het onmiddellijk.'

Inmiddels gebruikt de helft van de scholen SPQR voor Latijn. Staal & Roeland ontwikkel­den ondertussen ook met succes methodes voor Grieks, Kunst en CKV – allemaal vakken waar de concurrentie matig of nagenoeg ontbrekend was. Bij de volgende stap stuitte het echter op haar grenzen. Dat was Kern voor Nederlands. 'Wij dachten: we richten ons eerst op de randen van de markt. Dus methodes voor gymnasium en vmbo-basis. Maar scholen wilden toch liever een breder pakket kunnen afnemen.'
En toen was daar Boom als ideale partner. Staal & Roeland kon niet de investering opbrengen om een methode breed in de markt te zetten. Het bedrijf dat al langer zon op uitbreiding van haar educatieve portfolio – vooral gevuld met methodes voor vmbo, mbo, en hoger onderwijs – had dat wel. Staal: 'Het is bovendien een familiebedrijf dat gaat voor de lange termijn. '
Kern wordt dit jaar in twintig scholen gebruikt. De methode wordt gestaag verder uitgerold. 'We kijken daarbij wat iedere stroom nodig heeft. Bij grote uitgevers maken de methode voor het vwo. Voor gymnasium doen ze er wat bij, voor havo er wat af en voor vmbo nog wat meer. De methode is daardoor minder geschikt voor de bovenkant en de onderkant. Wij geven iedereen precies wat ze nodig hebben. Omdat wij zélf heel erg veel op scholen komen en met iedereen praten, kunnen we dat realiseren.'
De marktverdeling is daarbij helder. Kern verschijnt onder de vlag van Boom voortgezet onderwijs. Ook andere basisvakken worden door dit bedrijf ontwikkeld. Staal & Roeland richt zich ondertussen op de kleinere vakken. Beide bedrijven gaan samen in één kantoor in Groningen zitten. 'Dat is handig, veel leuker en biedt natuurlijk ook de nodige synergetische voordelen,' aldus Staal. Een opvatting waar John Boom zich nadrukkelijk bij aansluit.
(Eerder gepubliceerd in Inct

woensdag 14 februari 2018

Interview Eppo van Nispen tot Sevenaer: afscheid van een 'prachtige ambassadeur voor het boek' (Boekblad)

Na ruim zeven en een half jaar trekt Eppo van Nispen tot Sevenaer de deur van de CPNB achter zich dicht. Het waren geweldige jaren – al heeft hij ook een keer overwogen om, samen met zijn hele team, op te stappen.

Een directeur moet hooguit vijf jaar aanblijven. Ondanks die filosofie die hij zijn hele carrière heeft aangehangen, stond Eppo van Nispen tot Sevenaer anderhalf keer zo lang aan het hoofd van de CPNB. Op 1 juni 2010 volgde hij Henk Kraima op. Op 1 februari dit jaar vertrekt hij naar het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. De reden van het verlengde directeurschap was het besluit van NBD Biblion om de subsidie aan CPNB stop te zetten.
'De bijdrage van NBD Biblion ging in twee jaar van 1,2 miljoen euro naar nul', blikt hij op een van zijn allerlaatste werkdagen terug. 'Zo'n groot bedrag haal je niet in één keer terug uit de markt. Het was echt crisis, er moesten mensen uit. Dan kun je wel zeggen: ik ga. Maar ik vind dat je er als kapitein ook moet staan als het stormt. Het is te makkelijk om alleen te varen bij mooi weer. Nu we dat bedrag bijna weer binnen hebben, kan ik gerust gaan. We zijn heel ver met nieuwe partners. En ook NBD Biblion keert terug als sponsor. Ze zien in dat de CPNB toch veel toegevoegde waarde heeft op het gebied van leesbevordering.'
Maar hij had natuurlijk ook domweg een heel mooie baan. 'Ik ga hier weg met een brok in mijn keel. De CPNB is zo'n grandioze club. De missie is geweldig, waarin ik ontzettend veel creativiteit kwijt kon. En de mensen waar ik mee te maken heb, zijn ontzettend leuk, zowel hier in huis als in het vak.'

Hoe staat het boek ervoor aan het einde van jouw tijdperk bij de CPNB?
'In al die jaren kreeg ik vaak de vraag: blijft het boek? Dan ging het over de digitalisering. Mijn antwoord was altijd helder: het papieren boek gaat absoluut niet verdwijnen. Ik zat laatst in een panel met de vrouw van Pwc die ieder jaar voor Nederland de Media Outlook maakt. Zij maakte excuses dat ze de kracht van het boek had onderschat. De vergelijking met muziek en andere producten bleek niet op te gaan. Het papieren boek blijft veel beter overeind.'

Is dat mede aan jou te danken?
'Dat moet je eigenlijk aan anderen vragen. Maar in hun reacties op mijn aangekondigde vertrek hoor ik vaak dat ze mij een prachtige ambassadeur voor het boek vonden. Niet alleen voor de literatuur, waar onder Henk de nadruk op lag, maar voor alle genres. En: niet in de eerste plaats voor de verkoop van het boek, maar voor de maatschappelijke impact ervan. Door te hameren op leesbevordering heb je een veel beter argument naar de buitenwereld.'

Waarom?
'De CPNB is toch: wij van wc-eend raden wc-eend aan. Daar kun je niet mee aankomen. Dus moet je de intrinsieke waarde van het boek aantonen. Dat hebben we gedaan door onderzoeken te initiëren, vaak met Stichting Lezen, en zo veel mogelijk te praten over het belang van lezen. Dat is bovendien ook de basis voor het vak zelf. Als we de leescultuur niet overeind houden kunnen we op termijn alle boekhandels en uitgeverijen wel opdoeken. Als vak moeten we daarom de lange bal durven spelen, en ons niet te veel concentreren op de day to day business.'

Heeft die strategie goed uitgepakt?
'Ik denk het wel. Mijn stelling was altijd: elke dag aandacht voor het boek. Dat is goed gelukt. We zijn meer campagnes gaan voeren, die ook effectief en relevant zijn. Dat zien we terug in de mediawaarde van campagnes. Die is enorm gestegen.'

Kun je daar cijfers van geven?
'De Boekenweek is bijvoorbeeld goed voor 21 miljoen euro aan aandacht in de media. Gigantisch veel. Dat is weliswaar een cijfer uit 2012, omdat die onderzoeken erg kostbaar zijn. Ieder berichtje moet worden geanalyseerd. Maar we zijn het sinds afgelopen najaar opnieuw aan het doen: een jaar lang, voor alle campagnes. De eerste voorlopige resultaten wijzen op een vergroting van de mediawaarde.'

Toch waren het economisch moeilijke jaren, zoals ook uit het besluit van NBD Biblion blijkt. Kon je wel je ambities waarmaken?
'Mijn taak is natuurlijk niet af. De ambitie uit het beleidsplan om van Nederland het meest boekbelezen land ter wereld te maken is nog niet gelukt. Maar toch: ik denk dat ik veel heb kunnen realiseren. Ik ben bijvoorbeeld heel blij dat het is gelukt om in deze jaren de collectiviteit te behouden. Als het slecht gaat, is iedereen immers meer geneigd naar zijn individuele belang te kijken. Hopelijk blijft die collectiviteit in de toekomst behouden. Neem een platform als Readr van de KBb. Elk platform kost geld, en hoe kleiner het draagvlak hoe moeilijker om een groot bereik te krijgen. Dan is het beter als het vak, iedereen vanuit zijn eigen belang, de samenwerking zoekt.'

Wat is niet gelukt?
'Als ik toch iets moet noemen, betreur ik het dat het niet is gelukt om zoiets als Manuscripta van de grond te krijgen om met een groot boekenfeest het begin van het seizoen te vieren.'

Er zijn ook campagnes gestaakt.
'Jawel. Maar niet omdat er geen geld voor was. Sommige campagnes blijken gewoon niet te werken. Dan moet je er gewoon mee ophouden, zodat je het geld kunt gebruiken om campagnes die wél werken te versterken.'

En vanuit de boekhandel klinkt nog altijd de roep om de resultaten van campagnes inzichtelijker te maken.
'Maar die vind ik wel inzichtelijk. We meten altijd of we onze doelstellingen hebben gehaald. Wat het ingewikkeld maakt, is dat niet alle boekhandels en bibliotheken op dezelfde manier op campagnes inhaakt. Als ik nog een niet gerealiseerde ambitie mag noemen: ik had graag gewild dat alle boekverkopers en bibliothecarissen met dezelfde passie en gevoel voor marketing hun beslissingen namen. Het is niet gelukt dat in de volle breedte over te brengen.'

De CPNB is een organisatie die het nooit goed kan doen. Er is altijd wel iemand die kritiek heeft. Hoe ging je daar mee om?
'Ik heb de CPNB opener gemaakt. We hebben klankbordgroepen opgericht. Daarin kunnen we zien hoe beslissingen vallen, en ook toelichten waarom we na lang nadenken vinden dat dát ons de beste beslissing lijkt. Dat werkt goed. Ook heb ik uitgedragen dat iedere boekverkoper, uitgever en bibliothecaris altijd contact kon zoeken. Natuurlijk heb je altijd individuen die blijven roepen: "CPNB, arrogante club!" Maar dat kan ik naast me neerleggen. Ik heb een dikke huid.'

Riep je onconventionele optreden, maar ook een uitspraak als: 'Ik lees geen boeken', in het begin extra veel weerstand op.
'Jawel, al heb ik die uitspraak nooit gedaan. Ik zei: "ik lees verhalen, de vorm waarin maakt me niet uit – papier of digitaal." De eindredacteur zette er toen die tekst als kop boven. Dat riep soms heftige reacties op. Maar dat geeft niet. Je kan beter de reactie oproepen: 'Die man zal wel niets kunnen brengen', dan het tegenovergestelde. Hoge verwachtingen zijn veel moeilijker om waar te maken.'

Maar wás er veel weerstand?
'O ja. Ook intern. Zeker nadat Henk er zo lang zat en ervoor had gezorgd dat de CPNB hoge kwaliteit levert, was iedereen een bepaalde manier van werken gewend. En dan wilde ik het veranderen. Ik vond bijvoorbeeld dat Gerda van Wageningen naar het Boekenbal moest. Ik was directeur van de bibliotheek in Delft, ik wist hoe ontzettend veel mensen zij bereikte met haar romantische verhalen. Zij hoorde daar gewoon thuis. Maar daar was niet iedereen meteen van overtuigd.'

En hoe is het nu?
'Intern is er geen kritiek meer. De CPNB is een verschrikkelijke leuke club, waar iedereen met hart en ziel keihard werkt. Maar – ook dat is een mislukte ambitie – de discussie over het bestaansrecht is niet verstomd. Hij speelt momenteel niet, maar bij vlagen steekt hij de kop op. De laatste keer dat dat gebeurde, beschouw ik als het dieptepunt van mijn tijd hier. Dan hoorde ik voortdurend: waar is die CPNB eigenlijk goed voor? Ik kon daar zó van balen.'

Het argument dat de CPNB tijdens de Boekenweek voor 21 miljoen euro mediawaarde creëert telde niet?
'Nee. Ze zeiden: "ach, wat maakt 21 miljoen nou uit". Alsof het boekenvak dat bedrag zo maar even kan inkopen. Het gaat dan alleen om het gevoel dat de CPNB irrelevant is. Daar kun je niet tegenop. Eigenlijk dacht ik toen: wij zouden collectief moeten opstappen. Dat heeft natuurlijk niemand gedaan.'

Om positief te eindigen: wat was dan het hoogtepunt?
'De laatste Midzomerkinderboekenborrel. Er was altijd een diner, waarop de Zilveren Griffels bekend werd gemaakt. Ik vond dat we het kinderboek veel breder moesten vieren. Natuurlijk was daar kritiek op. "Dan hebben we dat diner niet meer". Maar de afgelopen borrel, de vijfde editie inmiddels, was zwaar overtekend. Het is echt een plek geworden waar iedereen die iets met het kinderboek doet een keer per jaar bij elkaar komt. Zoiets is misschien klein vergeleken bij een Boekenweek, maar het staat symbool voor alles wat ik heb proberen open te breken.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, jan 2018) 

maandag 12 februari 2018

Wat heeft Albert Verwey eigenlijk geschreven? De biografie van Madelon de Keizer (Athenaeum)

Albert Verwey was eerder een intellectueel dan een dichter, blijkt uit de biografie Als een meeuw op de golven die Madelon de Keizer over de Tachtiger schreef. En dat terwijl Verwey niets zo hoog achtte als het dichterschap.

Van de beroemdste Tachtigers kan een beetje onderlegde lezer onmiddellijk een citaat of een titel uit zijn geheugen diepen. Willem Kloos: 'Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten'. Herman Gorter: 'Een nieuwe lente en een nieuw geluid'. Lodewijk van Deyssel: de masturbatiescène van hoofdpersoon Mathilde uit Een liefde. Frederik van Eeden: De kleine JohannesVan de koelen meren des doods. Maar Albert Verwey? Het eerste wat mij bij het horen van die naam te binnen schiet is het portret dat Jan Veth van hem schilderde en nu prominent in het Rijksmuseum hangt. Geen dichtregel. Zelfs geen titel van een bundel.
Waarom? In haar eind vorig jaar verschenen biografie van Albert Verwey (1865-1937) – mét genoemd portret op het omslag – maakt Madelon de Keizer duidelijk waarom de reputatie van deze dichter zo groot is dat er in 2011 nog tienduizenden euro's werd geïnvesteerd in de restauratie van zijn graf op de Algemene Begraafplaats van Noordwijk, maar dat zijn werk niettemin volledig onbekend is. De laatste reguliere uitgave van zijn werk dateert alweer van 1983. Daarna verschenen alleen nog voor academici gepubliceerde briefwisselingen en bibliofiele uitgaven, zoals een herdruk van zijn treurspel Jacoba van Beieren ter gelegenheid van een opvoering door leerlingen van Het Nieuwe Lyceum in Hilversum een paar jaar geleden.
Uit Als een meeuw op de golven blijkt dat Verwey helemaal niet zo'n geweldig dichter was, zoals men ook in zijn eigen tijd oordeelde. Zelden heb ik een biografie zo veel negatieve recensies en commentaren gelezen op het werk van de hoofdpersoon. Steeds weer werd het afgedaan als gammel maakwerk van een denker, in wiens stroeve zinnen hooguit af en toe een fraai en origineel beeld te vinden is. Zo noemde Van Deyssel genoemde Jacoba van Beieren zo 'onleesbaar van vervelendheid' dat hij meende dat Verwey '"de Kunst", ons hoogste en heiligste bezit, verkracht, en ons harde, stoffige gedrochten voorzet alsof het frisse levende gedichten waren.'
Ook een jongere generatie maakte de bundels die Verwey rond 1900 publiceerde, met de grond gelijk. 'Voor hen was de nieuwe dichtkunst van Tachtig de norm,' redeneert De Keizer. 'Behalve dat zij schreven dat de dichter Verwey te weinig van emoties blijk gaf en te veel een verstandelijk dichter was geworden, vonden ze zijn poëzie ook gewoon niet mooi. Die maakte een gewilde indruk en zijn verzen liepen vaak stroef en behelsden slordigheden, foutieve beeldspraak en onbegrijpelijkheden, meenden ze. Met nostalgie keken ze terug op het werk van de "jonge" lyricus Verwey, de gevierde Tachtiger.'

Het lijkt erop dat Verwey, die in zijn eenzame jeugd aan de poëzie verslingerd was geraakt, door zijn leeftijd en zijn Amsterdamse netwerk slechts bij toeval tot de Beweging van Tachtig was gaan horen. Wat als hij ergens in de provincie was geboren en slechts vele jaren later had gehoord van de revolutie in de poëzie? Wat als hij niet bij Willem Doorenbos in de klas had gezeten, die de mentor was van zoveel Tachtigers? Wat als hij tien jaar ouder was geweest en niet in discussies met de iets oudere Willem Kloos de idealen van een nieuwe poëzie mee had kunnen vormen? Hij was alleen maar op het juiste moment op de juiste plaats.
Pas toen de revolutie van Tachtig doofde vond Verwey zijn ware bestemming – al zou hij, die de dichter aan de top van de maatschappelijke piramide plaatste, dat nooit hebben onderschrijven. Hij was een noeste werker die in de literatuur carrière maakte omdat daar nu eenmaal zijn passie lag. Hij deed dat als tijdschriftredacteur van achtereenvolgens De Nieuwe GidsHet Tweemaandelijksch Tijdschrift en De Beweging, waarin hij steeds bepalender werd. In het eerste blad was hij slechts drijvende kracht van een groepje gelijkgestemden, voor het laatste blad was hij de omnipotente alleenheerser. Op zijn zestigste bekroonde hij zijn loopbaan met de benoeming tot hoogleraar in de Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Leiden.
De Keizer volgt dat traject getrouw. Zij legt helder uit hoe Verwey bij alle nieuwe stromingen, oplaaiende debatten en maatschappelijke ontwikkelingen – waarvan de Eerste Wereldoorlog de ingrijpendste was – steeds opnieuw in gedichten, essays en privé-notities zijn positie bepaalde. Hoe hij met behulp van vrienden als de Duitse dichter Stefan George en paladijnen als P.N. van Eyk en Maurits Uyldert opereerde in het literaire veld en hoe hij met het klimmen der jaren steeds meer een quantité non-négligeable werd, die bij zijn verscheiden uiteindelijk werd geroemd als een van Neerlands' grootste schrijvers.
Verweys opvattingen zijn in hedendaagse ogen hopeloos verouderd. Voor hem was een dichter een superieure ziener die – het Idee vormgevend waarnaar hij leeft – leiding geeft aan zijn lezers en zorgt voor eenheid in de maatschappij. Een dichter kon bijvoorbeeld ook dankzij zijn intuïtie en inlevingsvermogen een beter beeld van het verleden geven dan een historicus. Maar het is desalniettemin verhelderend hoe hij een nieuwe invulling probeerde te geven aan het dichterschap nadat de stichtende taak van de domineedichters die nog hun lezers geacht werden op te voeden, niet langer geldig was.

Het is alleen jammer dat De Keizer deze intellectuele biografie, die psychologische duiding schuwt, niet in een chronologische volgorde heeft opgedist. Ze heeft een thematische keuze gemaakt om aan de hand van Verweys verhoudingen met anderen een beeld te geven van zijn ontwikkeling. Zo staat Jan Veth voor Verweys verhouding tot de Beweging van Tachtig, Willem Kloos voor zijn relatie met de Tachtigers, zijn vrouw Kitty van Vloten voor zijn privéleven, Van Deyssel voor zijn individuele ontwikkeling nadat hij zich los heeft gemaakt van Tachtig. Enzovoorts. En steeds voert De Keizer iedere relatie tot het einde – dus tot de dood van een van beiden.
Het effect daarvan is dat je pas rond pagina 200 iets te lezen krijgt over de jeugd van Verwey. Dat is merkwaardig, maar vooruit. Storender is dat je soms het overzicht verliest. Als De Keizer bijvoorbeeld een bepaalde dichtbundel noemt en de ontvangst ervan bespreekt, is niet altijd even duidelijk of die voor of na eerder genoemde bundels is verschenen. En de herhaling irriteert natuurlijk. In een chronologisch opgebouwde biografie is toch minder ergerlijk als nóg eens Verweys standpunten over de oorlog of de grote concurrent De Gids uit de doeken wordt gedaan.
(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl) 

woensdag 31 januari 2018

Meten en weten in de literatuur – hoe gelijk heeft Maarten Asscher?

Heeft big data iets toe te voegen aan het gesprek over literatuur? Je zult goed moeten zoeken om een schrijver, literatuurwetenschapper, literaire uitgever of criticus te vinden die deze vraag positief beantwoordt. Als big data al iets te bieden heeft aan de literaire wereld, dan aan uitgevers van commerciële fictie die met behulp van gedetailleerde computeranalyses van successen uit het verleden de ideale thriller in elkaar draaien en zo hopen nooit meer winkeldochters op de markt te brengen.
Maarten Asscher denkt er niet anders over. Het essay 'Meten en weten in de literatuur' (uit Toch zit het anders) laat daar geen misverstand over bestaan. 'De minste manier om over literatuur te spreken is de kwantitatieve manier', luidt de eerste zin. Vervolgens volgt een prijzenswaardig genuanceerd betoog, waarin hij ook de voordelen van bijvoorbeeld bestsellerlijsten benoemt (ze zorgen voor een smaakconvergentie, waardoor het gesprek over boeken wordt vergemakkelijkt), maar uiteindelijk voegt ook een kwantitatief onderzoek naar woordfrequentie of etymologische patronen niets toe aan het gesprek over literatuur.
'Het is zeker de moeite waard om te bestuderen', aldus Asscher, 'maar de inhoudelijke waarde van datgene wat wordt bestudeerd, staat er los van.' En: 'Er zijn vast allerlei gebieden waarop de waarheid [van meten is weten] staat als een huis. Maar voor literatuur geldt dat het in feite niet om weten gaat, maar om kennen, om begrijpen, om wegen, om vergelijken en om waarderen.'
Kun je dat zo absoluut stellen? Nadat ik zelf The Bestseller Code van Jodie Archer en Matthew L. Jockers (St. Martin's Press, 2016) heb gelezen, durf ik dat niet meer. De literatuurwetenschappers doen in dit boek gedetailleerd de uitkomsten uit de doeken van een intensieve studie naar 5.000 romans – tien procent bestsellers die in de top 10 van New York Times hadden gestaan, de rest willekeurige titels – om het DNA van een bestseller te kraken. Ik vond dat bepaald een openbaring.
Om een voorbeeld uit te lichten. Archer en Jockers hadden alle voorkomende woorden voorzien van een emotionele lading. 'Liefde' is dan bijvoorbeeld +3, 'mogen' +1, 'afstandelijk' -1, 'pistool' -2 etcetera. Vervolgens kun je in batches van honderd of duizend woorden de gemiddelde emotionele lading van die passage berekenen. Als je al die waardes achter elkaar zet, ontstaat een curve. Of juist niet. Hoe vloeiender de curve, hoe meer de auteur erin is geslaagd zijn lezer mee te slepen. Hoe meer het lijkt op een staafdiagram, omdat de emotie heen en weer schiet, hoe meer weerstand een lezer tijdens het verhaal ervaart.
Wat bleek? Vijftig tinten grijs van E.L. James vertoonde een vloeiende curve. Haar succes viel dus niet te verklaren uit het feit dat het onderwerp van sadomasochistische seks mogelijk aansloot bij de tijdgeest of zoiets diffuus als een makkelijk leesbare stijl, maar eerder uit het feit dat haar lezer zonder dat ze het in de gaten hadden perfect werden meegevoerd met het wel en wee van de twee hoofdpersonen. Ze ervoeren geen merkwaardige breuken, maar een echt, authentiek verhaal.
Het deed me denken aan het beroemde onderzoek van A.L. Sötemann naar de structuur van Max Havelaar. De gewiekste opbouw van deze klassieke roman is er volledig op gericht om de lezers die de boodschap van Multatuli wellicht niet welgevallig is, toch te overtuigen. Wat zou Sötemann zijn onderzoek hebben kunnen verrijken als hij ook beschikte over data over de emotionele lading van Multatuli's woorden. Of diens woordfrequentie of de etymologische patronen in de tekst.
Het gaat in literatuur niet om weten, schrijft Asscher. Maar je maakt mij niet wijs dat een uitgebreide versie van Sötemanns studie niet kan bijdragen aan het kennen, begrijpen, wegen, vergelijken en waarderen van Max Havelaar.

Geschreven bij het afscheid van Maarten Asscher als directeur van Athenaeum Boekhandel – die vanaf morgen wordt opgevolgd door Caroline Reeders. Gepubliceerd op Athenaeum.nl, 24 jan.

maandag 29 januari 2018

Fontaine brengt herziene uitgave van 'Oei, ik groei' (Boekblad)

De Oei, ik groei-uitgaven verhuizen van Kosmos naar Fontaine. Begin maart verschijnt een volledige herziene versie van het boek waarvan sinds de eerste uitgave in 1992 honderdduizenden exemplaren zijn verkocht.

Na een kwart eeuw had Oei, ik groei behoefte aan een nieuwe uitgever. 'Vijfentwintig jaar is ook een ontzettend lange tijd', legt Xaviera Plas-Plooij – dochter van auteur Frans X. Plooij en mede-auteur – uit. 'Dan wil je soms eens een andere kant op. Wij zien het gewoon als een sprongetje in onze ontwikkeling, om het in onze vaktermen te zeggen. Kosmos en wij zijn ook goed uit elkaar gegaan. Als je het vergelijkt met een scheiding, was het absoluut geen vechtscheiding.'
Oei, ik groei kwam 'bij toeval' in contact met Fontaine, zegt Plas-Plooij. 'Ik ken Michel Schoonheim, die nu de verkoop en marketing doet bij Nieuw Amsterdam en dus bij hun dochterbedrijf Fontaine, uit de tijd dat hij bij Kosmos werkte. We hebben altijd contact gehouden, zijn goede vrienden geworden. Hij wees me op Martin Fontijn van Fontaine. Hij zei dat onze passies goed bij elkaar pasten. Dat bleek het geval te zijn.'
Fontijn bevestigt de gang van zaken. 'Rond de Buchmesse werden we benaderd met de vraag of we wilden nadenken over een samenwerking. Het kwam voor mij uit de lucht vallen, maar dat was wel heel plezierig. Oei, ik groei is een geweldig merk. En deze samenwerking past goed bij wat we ook al doen met National Geographic en New Skool Media. Natuurlijk wil je overstappen omdat je verbetering verwacht. Wij hebben elkaar daarom de vraag gesteld: kunnen wij dat waarmaken? Nadat we een plan hebben opgesteld konden we die vraag positief beantwoorden.'
Fontaine en Oei, ik groei zijn er 'voor fifty-fifty ingestapt', vertelt Plas-Plooij. 'Normaal geeft een auteur zijn kindje uit handen en laat het een ander dat opvoeden. Wij doen het echt samen, dat vind ik belangrijk.' De samenwerking hield in eerste instantie de herziening van de klassieker in. Daarna verzorgt Fontaine de marketing en sales van dit boek – plus nog twee afgeleide titels en twee dagboeken. 'We zullen het basisboek in de eerste week van maart met de nodige tamtam publiceren', aldus Fontijn.
Plas-Plooij vond de herziening hoognodig omdat de maatschappij én de manier waarop mensen informatie tot zich nemen drastisch zijn veranderd. 'Toen ik jong was, nam mijn vader een of twee dagen per week vrij zodat mijn moeder haar PhD kon afronden. Dat was absoluut not done, terwijl het nu heel gewoon is dat vaders dat doen. Ook had je destijds alleen een boek om informatie tot je krijgen. Nu heb je ook internet en andere vluchtige media. Wij hebben al een app, voor als je snel iets wil weten. Het boek is nu meer voor wanneer je iets ook gedegen wil weten.'
Oei, ik groei is ook uitgebreid met een nieuwe hoofdstuk over slaap. Plas-Plooij: 'Dat is best een issue. Zodra je een baby krijgt, ga je wat dat betreft een paar tropenjaren tegemoet. Het werd hoog tijd om Nederlanders daar gedegen informatie over te zeggen. We leggen daarom bijvoorbeeld uit waarom een baby elke nacht een paar keer wakker wordt. Als alle baby's dat doen, is dat immers niet voor niets. We hebben daarvoor al het wetenschappelijk onderzoek gelezen en verwerkt – zoals we ook de andere hoofdstukken hebben bijgewerkt met de nieuwste inzichten.'
Fontijn is erg tevreden met de eerste bestellingen van de herziene editie die Fontaine inmiddels heeft kunnen noteren. Plas-Plooij verwacht echter niet dat het boek in maart opnieuw in de Bestseller 60 beland. 'Ik ga wel uit van een enorme toename in de verkoop, maar ik moet realistisch zijn. Er zijn al zó veel exemplaren in omloop. Het is mij ook niet te doen om een bestsellernotering. Ik heb liever dat het boek nog vijfentwintig jaar mee kan. En met deze herziening kan het absoluut weer een generatie mee. Achteraf hadden we de herziening ook sneller moeten doorvoeren.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 19 jan)

zondag 28 januari 2018

Interview Jeroen Overstijns (Standaard Uitgeverij): 'Wij blijven nog zeer lange tijd met WPG werken'

De primeur voor de toekomstplannen van Standaard Uitgeverij gunt directeur Jeroen Overstijns te zijner tijd aan zijn personeel. Wel vertelt hij over de nieuwe eigenaars, de verzelfstandiging van WPG – en een pop-up imprint.

Standaard Uitgeverij krijgt vijf eigenaars: Koen Clement, Maurits Lemmens, Raf Uten, Pieter Lambrecht en u. Hoe kwam u aan deze investeerders toen u een plan mocht schrijven voor de verzelfstandiging van WPG België?
'Met elk van deze personen had ik al een persoonlijke band. Ik wist ook dat ze een liefde voor het boekenvak hadden. En affiniteit met wat WPG België deed. Sommige van de aandeelhouders weten nog meer van Suske & Wiske dan ik, zal ik maar zeggen. Ze waren meteen enthousiast om mee te doen, en we deelden meteen de visie over de toekomst van een uitgeverij. Daarna hebben ze me gesteund tijdens de onderhandelingen.'

De opmerkelijkste naam is natuurlijk Koen Clement – van 2008 tot en met 2015 directeur van WPG.
'Ik heb hem heel bewust gevraagd omdat ik met hem kan praten over de inhoud én het bedrijf. Hij heeft heel veel liefde voor boeken en strips, hij is een heel warm mens. Hij snapt ook dat het enig echte kapitaal van een uitgeverij de auteurs zijn.'

Had u bij de onderhandelingen voordeel van zijn inside information?
'Dat hebben we deontologisch correct gedaan. Koen is heel bewust buiten de onderhandelingen gebleven. Maar het was ook duidelijk dat als we rond zouden zijn, we hem op de voorgrond zouden zetten als een van de aandeelhouders.'

Wat wordt zijn rol?
'Geen operationele. Hij wordt bestuurder en zal in die rol samen met mij de toekomstvisie voor het bedrijf verder uittekenen.'

Wat is de precieze eigendomsverhouding?
'We hebben afgesproken daar niet over te communiceren – net zomin als over de financiële aspecten van de overeenkomst. Wel hebben we met elkaar duidelijke afspraken zodat we duidelijk weten wat we aan elkaar hebben. Dat is dat we ons voor lange tijd aan het bedrijf verbinden. Geen van ons zal binnen een half jaar zijn aandeel doorverkopen.'

Waarom duurden de onderhandelingen met WPG uiteindelijk tamelijk lang?
'Dat had ermee te maken dat we in feite drie contracten moesten onderhandelen. Ten eerste de verkoop zelf, waarbij de centrale ondernemingsraad in Nederland en onze ondernemingsraad bij betrokken waren. Deze verkoop is zo essentieel voor WPG dat zij er nauw bij betrokken moesten zijn. Dan zit je eigenlijk met zo veel mensen om tafel, die allemaal hun eigen belangen hebben. Dat maakt het complex. Daarnaast hebben we tegelijk een nieuwe distributiedeal gesloten, zodat wij nog vele jaren de boeken van WPG in Vlaanderen blijven vertegenwoordigen. Ten derde blijft WPG onze IT-infrastructuur verzorgen.'

Ook voor vele jaren?
'Ik kan geen details over deze contracten geven, maar ja: WPG en wij werken nog een zeer lange tijd samen. Ik heb ook tegen het personeel gezegd dat het feit dat wij niet meer bij WPG horen, evengoed betekent dat we hun boeken blijven behandelen alsof het onze eigen kinderen zijn. Zoals we natuurlijk doen voor alle Nederlandse fondsen die wij vertegenwoordigen.'

Hoe is andersom de vertegenwoordiging van de titels van Standaard Uitgeverij in Nederland voor de toekomst geregeld?
'Ook dat verandert niet. WPG vertegenwoordigt een deel van onze boeken en blijft dat doen. New Book Collective vertegenwoordigt een aantal volwassen fondsen en blijft dat ook doen.'

Wat gaat er eigenlijk wel veranderen?
'Ik gun de primeur over onze plannen aan het personeel. Ik ga daar nu niet te veel over zeggen, we moeten de plannen ook nog verder uitwerken. Wat ik wel al heb gezegd is dat wij vertrekken vanuit ons erfgoed. Wij hebben een grote cultuurhistorische basis – of dat nu oude cultuur is met Magritte, wiens rechten wij beheren, of nieuwe cultuur zoals de kookboeken van Jeroen Meus. Wij zullen die traditie eren en van daar uit innoveren.'

Maar deze week maakte Standaard Uitgeverij ook bekend een nieuwe imprint te lanceren: Angèle. Een tijdelijke imprint nog wel. Wat betekent dat?
'Dat is een eerbetoon aan Angèle Manteau die in 2018 tachtig jaar geleden deze uitgeverij oprichtte en op een eigenzinnige en fantastische manier heeft uitgebouwd. Wij willen daarom de schijnwerpers op haar zetten door de betere fictie en verhalende non-fictie onder deze naam op de markt te brengen. Het is een pop up-imprint, die drie aanbiedingen brengt en dan weer ophoudt.'

Investeerders Maurits Lemmens en Raf Uten zijn mede-eigenaar van productiehuis De Mensen. Betekent dat dat Standaard Uitgeverij een crossmediaal bedrijf wordt?
'Absoluut niet. Dat heb ik ook heel duidelijk tegen het personeel gezegd. Wij hebben in het verleden de illusie gehad een mediabedrijf te kunnen worden en toen ook intern een tv-poot opgetuigd. Maar daar hebben we vooral van geleerd: schoenmaker, blijf bij uw leest. Wij zijn in het hart een uitgeverij en zullen dat blijven. Alles wat we gaan doen, start vanuit een boek of een strip.'

Maar jullie gaan natuurlijk wel door met samenwerkingen voor tv-programma's of een themapark als het Comics Station in Antwerpen?
'Zeker. En dat gaan we ook niet exclusief doen met De Mensen. De mensen van De Mensen weten dat ook. Wij hebben net in december een strip gelanceerd rond het tv-programma De buurtpolitie, dat heel succesvol is bij jongeren. Dat hebben we gedaan met een ander productiebedrijf [Zodiak Belgium, md].'

En blijft Pieter Aspe? In november kondigde hij aan voor zichzelf te beginnen.
'Wij zijn op een heel open en fijne manier nog met hem aan het babbelen. We bekijken daarbij alle pistes. We hopen dat het uiteindelijk tot een nieuwe samenwerking leidt, maar gun ons nog een paar weken de tijd om eruit te komen.'

Zullen de verzelfstandigen en strategische keuzes gevolgen hebben voor het personeel?
'Dat gaan we samen met het personeel rustig bekijken. We moeten eerst een goed inhoudelijk plan hebben. Daar gaan we de organisatie op inrichten.'

Tot slot: toen ik belde om dit interview te regelen, kreeg ik te horen: 'met WPG'? Hoe lang moet het bedrijf dat nog doen?
'Helemaal niet meer. Standaard Uitgeverij is feitelijk zelfstandig nu. Het grappige was: die medewerker kwam nadien naar mij om zich te verexcuseren dat ze de telefoon verkeerd had opgenomen. Maar ik vind het niet erg. We zijn zo lang onderdeel van WPG geweest en blijven ook nu nog lange tijd met hen samenwerken. De gewoonte zal vanzelf slijten.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 18 jan)

vrijdag 26 januari 2018

Interview Peter Verhelst over poëzie, theater en de openbare bibliotheek (Bibliotheekblad)

Een Poëzieweek over theater. Dáár kon de Vlaamse auteur Peter Verhelst wel iets mee. Uit enthousiasme over het thema schreef hij met veel genoegen het geschenk van de campagne van dit jaar. Ook het gedicht dat hij speciaal voor de openbare bibliotheek schreef, gaat hem aan het hart. Verhelst kan niet genoeg de lof van de bibliotheek zingen. 'De bibliotheek is het museum van het leven.'

Een eer om het geschenk voor de Poëzieweek te schrijven? Peter Verhelst denkt even na. Dan geeft de Vlaamse auteur toe dat het verzoek van de CPNB 'waarschijnlijk anderhalve seconde' zijn ijdelheid heeft gestreeld. Langer niet. 'Je hebt daar onmiddellijk lullige overwegingen bij als: kun je niet het hele jáár aandacht aan poëzie geven?', zegt hij. 'Toch begrijp ik het wel. Als je geen week ergens voor organiseert, komt het helemaal niet aan bod in deze snelle, luide tijden. De Poëzieweek is een noodzakelijk kwaad.'
De 55-jarige Verhelst aanvaardde de opdracht om tien gedichten te schrijven vooral omdat het thema van 2018 zo'n groot enthousiasme bij hem opriep: theater. 'Ik werk voor theater [als regisseur en schrijver voor het gezelschap NTGent, md.], ik hou ervan. Ik vond het goed om via mijn bundel de aandacht te kunnen vestigen op theater. Het bevindt zich in crisis, in Nederland georganiseerd door jullie regering die de subsidies heeft teruggedraaid. Er zit nu maar een derde zo veel mensen in de zaal als vijf jaar geleden. En: vooral nog de witte, rijke elite.'
Daar komt bij dat theaterteksten tegenwoordig 'worden behandeld als het debiele broertje van de literatuur. Als je je uitgever wil jennen, moet je zeggen dat je een theaterstuk wil publiceren. En dat terwijl er giganten als Shakespeare zijn, wiens teksten zo vaak opduiken dat je kunt zeggen dat ze tot ons DNA behoren. Ook Beckett vind ik zo'n reus, die helaas wat weggedeemsterd is omdat zijn erven niet toestaan dat ook maar een komma aan zijn regie-aanwijzingen wordt veranderd. Dankzij deze opdracht kon ik nog eens naar beide auteurs verwijzen.'

Theater en poëzie
Veel mensen consumenten gedichten vooral als theater: door te luisteren naar een dichter in plaats van zijn bundel te lezen. Het is een verschijnsel dat de auteur van bekroonde dichtbundels als Obsidiaan (Paul Snoekprijs 1990), Nieuwe sterrenbeelden (Herman De Coninckprijs 2009) en Wij, totale vlam (Herman De Coninckprijs en nominatie VSB Poëzieprijs 2015) maar al te goed kent. 'Als iedereen die naar een dichter luistert in plaats daarvan zijn bundel koopt, woonden alle dichters in villa's,' lacht hij.
Toch zullen veel mensen hun wenkbrauwen fronsen bij het idee van theater als thema voor poëzie, vermoedt hij. Gedichten gaan toch altijd over liefde en dood? 'Maar de mogelijkheden van dit thema zijn juist zeer ruim. Zodra twee mensen bij elkaar in één ruimte zijn en zich tot elkaar verhouden, heb je theater. Tegelijk heeft theater de kracht uit te dijen. Als iemand op het podium zegt dat het een zee is, héb je een zee. Dat maakt theater tot een schitterend thema voor poëzie – het belangrijkste literaire genre omdat poëzie het laboratorium van de literatuur is.'

Heel goed kijken
Theater maken en gedichten schrijven hebben bovendien iets heel belangrijks met elkaar gemeen. Het begint allebei met heel goed kijken. 'Een dichter kijkt zeer goed. Hij door de dingen heen de laagjes die anderen niet zien. Maar een regisseur ook. Beiden doen er alleen iets anders mee. Poëzie richt zich op het concentraat van de dingen. Zoals je pruimen vier uur op het vuur zet en dan een wonderlijk sap overhoudt. Theater gaat over het vinden van vormen en betekenissen die discussie mogelijk maken over de wereld en over wie wij zijn.'
Het is daarom eerder vreemd dat Verhelst dertig jaar na zijn debuut als dichter en twintig jaar na zijn eerste toneelstuk nooit over theater had gedicht. Er waren gewoon te veel andere plannen, reageert hij laconiek. 'Ik kan me tijdens het regisseren, als ik met anderen samenwerk, ook moeilijk concentreren op poëzie. Ik moet juist buiten het theater zijn om erover te kunnen dichten. Wie weet ligt er nu over twee jaar een omvangrijke bundel over dit thema. De opdracht was tien gedichten, maar ik had zin om er nog veertig te schrijven.'

Museum van het leven
Ook al vindt de dichter de Poëzieweek een noodzakelijk kwaad, hij zal zich vanaf de start op 25 januari volledig inzetten en aan tal van activiteiten meedoen. Ook in bibliotheken, zoals aanstaande zaterdag een openbaar interview in de Centrale Bibliotheek van Utrecht en een dag later in de Centrale Bibliotheek van Den Haag. Speciaal voor de openbare bibliotheek schreef Verhelst bovendien het gedicht 'Hoe stil het ook zal worden'. Leden van de bibliotheek kunnen tijdens de Poëzieweek dat gedicht als poster ophalen.
'De bibliotheek is heel, heel belangrijk voor de poëzie', zegt hij. 'In boekwinkels heb je amper nog poëzie. Boekhandelaren kopen hooguit vier bundeltjes in, en als die weg zijn, vervangt men die niet. Zijn ze na drie maanden niet verkocht, dan moeten ze weg. Ik snap de economische reden waarom dat gebeurt. Maar daarom moet de bibliotheek de staalkaart van de poëzie, ook internationaal, kunnen blijven bieden. Ook voor oudere poëzie, waar boekhandels doen of dingen die twintig jaar oud zijn uit de prehistorie komen.'
Tot nu toe kan de bibliotheek een schatkamer zijn. 'De bibliotheek in Brugge, waar ik woon, houdt goed stand. Er is genoeg poëzie. Goede, nieuwe dingen liggen er ook snel. Ik ken het beleid niet, maar men lijkt er een erezaak van te maken een goede collectie te hebben. Maar Brugge is een stad. In het dorpje Nazareth, waar ik twintig jaar heb gewoond, was de collectie per definitie kleiner. Misschien kan er daarom ook een vermenging komen van een aanbod in de bibliotheek en via internet. Als de poëzie maar beschikbaar blijft voor mensen.'

Stop de barbarij
Maar hoe lang blijft dat het geval? Niet voor niets is de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatie (VVBAD) vorige week een campagne gestart om toekomstige bedreigingen tegen te gaan nu gemeenten sinds 2016 niet langer verplicht zijn om een bibliotheek te financieren. Een 'barbarij' noemt Verhelst die wetswijziging. 'In Nazareth was de bibliotheek het hart van het dorp. Ontzettend belangrijk. En nu het niet meer móét, gaat het zeker gebeuren dat bibliotheken sluiten en het sociale weefsel in plekken als Nazareth gevaar loopt.'
Verhelst gaat zelf niet vaak meer naar de bibliotheek, waar hij nog altijd lid van is.
'Hooguit af en toe, als ik meteen iets wil nazoeken op pagina zoveel van een boek, dat ik niet bij de hand heb. Dan spring ik op de fiets naar de bibliotheek. Maar dat is niet vaak, nu zo veel op internet te vinden is. Het zou erg spijtig zijn als jongeren om die reden minder vaak naar bibliotheken gaan. Vroeger kwam ik ook in de stille werkruimtes, maar jongeren hebben tegenwoordig de gewoonte om daar in groep te doen alsof ze werken. Daar kan ik me niet meer concentreren.'
Toch kan hij niet genoeg de lof van bibliotheken zingen. 'Men zegt altijd: er zijn zoveel dingen die je niet kunt beschrijven. Dikke zever. Ga naar de bibliotheken en daar vind je het allemaal. De bibliotheek is een groot museum van het leven. Het is ontzettend belangrijk als mensen daar toegang toe hebben. Dat was het voor mij ook. Mijn vader had heel veel boeken – die hij mij, passend voor die tijd, verbood te lezen, waardoor ik ze juist allemaal heb gelezen – en toch was de bibliotheek de schatkamer van Ali Baba. Dat mag absoluut niet verloren gaan.'
(Eerder gepubliceerd op Bibliotheekblad.nl, 24 jan)

woensdag 24 januari 2018

Interview Michel Krielaars over zijn overstap naar uitgeverij Pluim

Michel Krielaars is een van de zes auteurs die Atlas Contact verruilt voor Pluim, de nieuwe uitgeverij van Mizzi van der Pluijm. De chef van de NRC Handelsblad-boekenredactie, die in het verleden drie romans en een verhalenbundel bij Contact publiceerde, had de laatste jaren groot succes bij Atlas Contact met zijn non-fictieboeken Het brilletje van Tsjechov en Alles voor het moederland. 'Ik denk dat ze er bij de uitgeverij wel vanuit gingen dat iedereen die met Mizzi bevriend is ook met haar mee zou gaan.'

Waarom stap je over naar Pluim? 
'Ik ben al bevriend met Mizzi sinds 1992, toen ik bij Bert Bakker en zij bij Contact werkte. Toen ik bij de uitgeverij wegging en mijn eerste roman ging schrijven, bood zij gelijk aan die te publiceren. Dat is inmiddels meer dan twintig jaar geleden. Het contact met de uitgeverij liep meestal via Mizzi. Zij heeft me ook aangezet tot het schrijven van non-fictie over Rusland. Ik had wel een redacteur: Marijke Wempe, maar zij is een paar maanden geleden vertrokken naar de bibliotheek in Gouda. Ik heb dus met niemand echt contact bij Atlas Contact. Dat maakte de keuze heel simpel.' 

Was het aan haar te danken dat Het brilletje van Tsjechov zo'n succes was. 
'Jazeker. Er zijn zo'n 25.000 exemplaren van verkocht. Een enorm succes, waar de uitgeverij zich onder leiding van Mizzi erg voor heeft ingezet. Door reclame te maken in de boekhandel, te blijven zeggen hoe uitzonderlijk het was, het tijdelijk in prijs te verlagen. Al die marketingtechnische trucjes waar ik het fijne niet van weet. Zij heeft mij er ook toe aangespoord dat ik veel optrad in boekhandels. Samen met mijn vrouw, die zangeres is, heb ik een literair-muzikaal programma in elkaar gezet.' 

Hoe heeft Mizzi van der Pluijm je overgehaald mee te gaan? 
'Zij was altijd heel discreet over de troebelen bij Atlas Contact tegen mij, omdat ik bij de krant werk. We hebben amper gesproken over haar onenigheid met de directie over hun commerciële plannen, waar ik nog steeds het fijne niet van weet, of over de plannen voor de nieuwe uitgeverij. Pas toen we rond Kerst een wandeling maakten, hebben we er langer over gepraat. Afgelopen donderdag, toen ik op haar nieuwe kantoor was, vroeg ze of ik ook mee ging. Natuurlijk joh, reageerde ik. En een dag later stond het in mijn eigen krant. Dat bericht hadden collega-redacteuren gemaakt, ik wist er niets van. Ook niet dat Mizzi mijn naam zou noemen. Mijn nieuwe boek, over Russische musici in de Sovjet-tijd, is op zijn vroegst pas over twee jaar klaar.'

Wat maakt de nieuwe uitgeverij zo aantrekkelijk? 
'Alleen al dat hij nieuw is. Een frisse uitgeverij is altijd aantrekkelijk – zoals vijfentwintig jaar geleden Prometheus dat bijvoorbeeld was, toen Mai Spijkers die begon. Dat trok toen veel schrijvers aan. Mizzi wil het klein houden. Dat betekent: veel aandacht voor redactie en de marketing van de boeken. Maar ik kan natuurlijk niets over haar plannen vertellen. Dat is aan haarzelf [op de perspresentatie van Pluim op 25 januari aanstaande, md.].' 

Speelt ook boosheid over de gang van zaken in het afgelopen jaar een rol om bij Atlas Contact te vertrekken?
'Absoluut niet. Atlas Contact is een voortreffelijke uitgeverij, waar heel goede mensen werken die heel mooie boeken maken. Het mooiste was daarom geweest als Mizzi een compromis had kunnen sluiten met de directie of dat zij de hele boel had kunnen uitkopen, zodat het geheel behouden bleef. Een uitgeverij is een gemeenschap. De Atlas Contact-zomerborrel is altijd een leuk feest, met mensen als Adriaan van Dis, Jan Brokken en Mensje van Keulen. Dat gaat nu verloren. Heel tragisch. Deze zaak kent alleen maar verliezers, zoals ik in een column heb geschreven.' 

Maar uiteindelijk zoek je vooral het persoonlijke contact in een uitgeverij? 
'Ja. Daarom gingen schrijvers weg bij de Arbeiderspers toen Emile Brugman daar vertrok om Atlas te beginnen. Daarom gaan sommigen nu met Mizzi mee. Vriendschap is altijd een belangrijke reden. Mizzi is heel goed met Dimitri Verhulst. Ze is dik bevriend met P.F. Thomése. En Joris Luyendijk was echt háár project. Toen hij een uitgeverij zocht voor Dit kan niet waar zijn, heeft zij hem binnengehaald. Dat schept een band. Voeg daarbij dat ik bij Atlas Contact op dit moment met niemand een persoonlijke band heb als het over mijn boeken gaat. Leonoor Broeder die de non-fictie doet, is een geweldige uitgever, maar ik heb nog nooit met haar gewerkt.'

Wat houdt het persoonlijk contact met een uitgeverij in? 
'Het allerbelangrijkste is dat je iemand vertrouwt. Dat je gelooft dat die persoon je de waarheid over je boek zegt. En dus ook, als je met een ‘briljant’ idee aan komt zetten, durft te zeggen: maar over twee maanden verschijnt er al een vergelijkbaar boek in Amerika. Iemand ook die tijdens het schrijven af en toe koffie met je drinkt en zegt dat je op de goede weg bent of niet. Heel kinderlijk eigenlijk, maar je hebt behoefte aan een soort psychiater of schoolmeester. Daarnaast moet een uitgeverij natuurlijk iemand hebben die heel scherp en streng naar je eerste versie kijkt. Maar dat zit goed bij Pluim. Mizzi heeft twee jonge vrouwen aangetrokken: Evi Hoste en Nienke van Leverink, van wie iedereen hoog opgeeft.'

Heeft Atlas Contact wel gereageerd op je overstap? 
'Nee. Ik had ze op de hoogte willen stellen voor het in de krant stond, maar het nieuws was me voor. Ik hoop echter binnenkort met iemand van de uitgeverij te spreken, onder andere over mijn backlist. Het zijn allemaal aardige mensen. En ik denk dat ze er wel vanuit gingen dat iedereen die met Mizzi bevriend is met haar mee zou gaan.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad, 17 jan) 

zondag 21 januari 2018

Concentratie in watersportboekenmarkt: Hollandia neemt De Alk & Heijnen over (Boekblad)

Hollandia, het watersportboekenfonds van Gottmer, heeft per 1 januari de titels van De Alk & Heijnen overgenomen. Directe aanleiding is het pensioen van Karel Heijnen die de uitgeverij twintig jaar geleden heeft opgezet.

'De Alk & Heijnen was onze grootste concurrent', zegt acquirerend redacteur Casper Schaaf van Hollandia. 'We hadden natuurlijk regelmatig contact in de kleine wereld van de watersport en hadden weleens geopperd dat we zijn fonds wilden overnemen als Heijnen ermee wilde stoppen. Toen hij recenter had laten doorschemeren zover te zijn, hebben we weer een balletje opgegooid en zijn we tot deze strategische overname gekomen.'
Karel Heijnen, die over vijf maanden 65 wordt, is er 'heel blij' mee. 'Eigenlijk waren er maar twee scenario's: of Hollandia zou het fonds overnemen of ik zou de uitgeverij nog twee jaar voortzetten en dan nog eens ergens aankloppen. Hollandia was de enig mogelijke kandidaat. Dus toen zij in september mij benaderden, ben ik daar op ingegaan. We konden toen vrij vlot een overeenkomst sluiten over een aanvaardbare overnamesom voor de boeken en de contracten.'
Heijen – begonnen in 1995 – werkt inmiddels ruim vijftien jaar samen met Henk Schuijt en later Martijn Schuijt van uitgeverij De Alk, die boeken over vervoer publiceert. De Alk verzorgde de logistiek, verkoop en administratie van zijn titels. 'Maar het fonds overnemen was voor Martijn geen optie. Hij heeft niet zo veel met watersport, en dat is wel nodig wil je kunnen bepalen of een titel geschikt is voor uitgave en de redactie.'
Het fonds van De Alk & Heijnen telt circa tachtig titels. Schaaf: 'De bekendste is de biografie van Laura Dekker, Het Zeilmeisje. Maar er is ook een mooie serie Boordboeken, een reeks onderhoudsboeken, twee kookboeken waaronder het recente Borreltijd aan boord met recepten voor cocktails en dranken, een aantal mooie reisverhalen, en een Logboek: een soort Moleskine-achtige boekje om zelf bij te houden dat verbazingwekkend goed verkocht. In de zomeraanbieding die we nu maken, zal ik tien titels uit dit fonds uitlichten.'
De Alk & Heijnen heeft daarnaast nog vijf Engelstalige titels gericht op zeevaartscholen en Naval Colleges in binnen- en buitenland, alle geschreven door dezelfde auteur: P.C. van Kluijven. 'Omdat Hollandia hiervoor geen belangstelling had, neemt De Alk deze boeken op termijn wel over', aldus Heijnen.
Hollandia blijft voorlopig alle tachtig titels voeren. 'Natuurlijk hebben we als de twee grote spelers op deze nichemarkt allebei onze titels over bootonderhoud, knopen, leren zeilen, noem maar op', zegt Schaaf. 'Maar er is nog genoeg voorraad. Als een titel op dreigt te raken en we moeten beslissen over een herdruk, zullen we kijken of we met allebei doorgaan of een van beide. Dat is op dit moment nog niet im Frage.'
Met de overname van De Alk & Heijen en, vijf jaar geleden, Het Goede Boek heeft Hollandia in feite geen concurrent meer. 'Er zijn nu alleen nog een paar heel kleintjes over, die af en toe een watersportboek uitbrengen. Ook de ANWB heeft een reeks van zes watersporttitels', somt Schaaf op. 'Maar een andere uitgeverij die structureel deze markt bedient, is er niet. Eigenlijk is de markt zo klein dat het al niet handig was dat er twee uitgeverijen waren.'
Dat Heijnen zijn levenswerk uitgerekend aan zijn grootste concurrent verkoopt, deert hem niet. Sterker: bij Hollandia heeft zijn fonds de beste kans op voortbestaan. 'De markt voor watersportboeken is erg veranderd. Gezinnen kopen geen boot meer, maar huren die eerder. De huidige generatie watersporters vergrijst. De informatiebehoefte is daardoor kleiner geworden. Waar ik ooit gerust 3000 exemplaren liet drukken, rekende ik op het laatst uit of 1500 exemplaren ook kon. Sommige titels zou ik nu misschien niet meer aandurven.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 17 jan)

donderdag 18 januari 2018

Interview Hans Hagen over de sluiting van kinderboekhandels - en het ontbreken van poëzie in winkels (Boekblad)

Wat is een kinderboekenschrijver zonder kinderboekhandels? Hans Hagen – samen met zijn vrouw Monique Hagen kinderboekenambassadeur – reageert op de aangekondigde sluiting van De Boekenwurm (Maastricht), een filiaal van De Kinderboekhandel (Amsterdam) en de Weesper Boekhandel, die voortkwam uit een kinderboekhandel. Het verlies aan kennis is het ergste, vindt Hagen.

Wat dacht je toen je het nieuws hoorde?
'Ik wist al dat de winkel in Maastricht het moeilijk had. Maar er gaat veel kennis verloren. Ook in Weesp. Nathalie Scheffer van de Weesper Boekhandel was heel actief, ook voor scholen. Ik ben eens aan het begin van de Kinderboekenweek op een avond voor leerkrachten geweest, waar zij werden geïnformeerd over nieuwe titels. Daar kwamen veel mensen op af. Alleen in Amsterdam valt de schade mee. Het personeel van De Kinderboekhandel blijft werken op de hoofdvestiging. En die is maar een paar minuten fietsen verderop.'

Het verlies aan kennis is dus het ergste?
'Het vak van jeugdbibliothecaris is ook al aan het verdwijnen. Je kan er in ieder geval niet meer voor leren. Dan worden kinderboekhandels dé plek waar verkopers het overzicht hebben en advies kunnen geven. Als dat verdwijnt, is dat heel erg.'

Is het sluiten van de winkels ook een gevoelige klap voor de verkoopcijfers van kinderboekschrijvers?
'Dat kan ik niet beoordelen. Er zijn ook kinderboekhandels bijgekomen. In Alkmaar en Amsterdam-Noord bijvoorbeeld. En je mag hopen dat de klanten van deze winkels nu ergens anders heengaan. Naar een andere boekhandel, wat ik zou aanraden, of online. Ik heb helaas geen cijfers over het aantal speciaalzaken. Maar ik dacht dat Bart en Carole de Mooij lang naar opvolgers hebben gezocht voor hun kinderboekhandels in Arnhem en Nijmegen, dat geeft wellicht aan hoe moeilijk het voor sommigen is in deze specialistische sector. Aan de andere kant gaat het met De Giraf in Dordrecht bijvoorbeeld heel goed, hoorde ik gisteravond toen ik daar een lezing gaf, vooral ook door de contacten met heel veel basisscholen.'

Zie je de afdeling kinderboeken bij algemene boekhandels toenemen?
'Dat wel. Het kinderboek is een van de genres die weinig te lijden hebben gehad onder de crisis. De omzet is min of meer op peil gebleven en de laatste tijd zelfs gegroeid. Een op de vier verkochte boeken is een kinderboek. Ik kan me voorstellen dat algemene boekhandels daar dan meer ruimte voor maken.'

Is dat een vergelijkbaar aanbod?
'Het is redelijk schraal, eerlijk gezegd. Specialistische titels of backlist liggen er nauwelijks. In Maastricht kun je dan straks terecht bij Dominicanen. Een imposante winkel, maar toen ik daar was vond ik het assortiment – hoe zeg ik dat netjes? – vrij gemakkelijk. Toch wil ik er niet denigrerend over doen. Het is goed dat er iets ligt in algemene boekhandels. Maar het is niet vergelijkbaar.'

Als Kinderambassadeur maken jij en Monique je nu bijvoorbeeld sterk voor poëzie. Jullie hebben net een Tiplijst gemaakt met zeventig titels. Die vindt je alleen in kinderboekhandels?
'Poëzie blijft eigenlijk overal achter, op een enkele uitzondering na, zoals de Literaire Boekhandel in Utrecht. Poëzie is het eerste waar ik naar kijk als ik ergens binnenloop. Op het plankje ligt hooguit het bekende werk of nieuwe titels die een paar maanden de kans krijgen. Erg jammer.'

Hebben algemene boekhandels voldoende kennis van het kinderboek?
'Als ik lezingen geef voor leescoördinatoren van basisscholen die bijvoorbeeld de cursus Open Boek hebben gevolgd, is daar meestal een kinderboekhandel bij. Zij hebben echt de contacten met scholen. Maar algemene boekhandels kunnen dit opvangen, zeker als de mensen van kinderboekhandels in het vak blijven. Iemand als Marjoleine Wolf is na het einde van Helden & Boeven ook naar De Amsterdamse Boekhandel gegaan. Hanneke Koene van De Boekenwurm begint een cultureel centrum in haar eigen huis. Ze woont in een dorp buiten Maastricht. Daar zullen mensen haar toch moeilijker weten te vinden.'

Zijn de overgebleven kinderboekhandels mee met hun tijd?
'Dat vind ik wel. Ik zie wel steeds meer spullen eromheen: gadgets, veel Plint-spullen, opschrijfboekjes. Waarschijnlijk is dat nodig om het hoofd boven water te houden. Er wordt ook steeds meer plat gepresenteerd.'

Ze voelen ook nog als prettige, moderne winkels?
'O ja. Ik hou van gezellig rommelige winkels zoals Kakelbont in Utrecht, maar ook van strakke zoals de Utrechtse Kinderboekhandel. Mij maakt dat niet uit. De bestaande winkels hoeven niet te veranderen. Ik hoor wel dat een verbouwing veel aandacht geeft en nieuw publiek geeft en daarom vanuit bedrijfseconomisch oogpunt zinnig is. Maar voor de sfeer hoeft dat niet. Als het maar klopt.'

Kinderboekhandels zijn ook niet te klein, zoals Daniel Albering van De Kleine Kapitein in Rotterdam beweert?
'Dat was ook de reden om de vestiging van de Amsterdamse boekhandel te sluiten. Maar of dat in alle gevallen zo werkt? Daniel heeft zelf in zijn winkel heel veel dingen naast de boeken. In Rotterdam werkt dat blijkbaar, maar het kan ook een rommelig effect geven. Dan kan een winkel juist weer te groot zijn. Ik vind het daarom allemaal zo onvergelijkbaar. Ik vind het in ieder geval fijn dat het allemaal naast elkaar kan bestaan. Je zou ook niet willen dat alle kinderboekhandels op elkaar gaan lijken.'

Vind je het een taak van de kinderboekenambassadeur om ook te pleiten voor kinderboekhandels?
'We zijn in eerste instantie aangesteld om het belang van lezen bij een breed publiek onder de aandacht te brengen. Ouders vooral, bij wie we erop hameren dat een kind met een lezende ouder vijf keer zo veel kans heeft om later zelf een goede lezer te worden. Maar ook leerkrachten. We proberen een beetje boven de partijen te staan. Maar als daar aanleiding toe is zullen we op onze Facebook-pagina zeker wijzen op het belang van deze boekhandels.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 10 jan)