woensdag 24 mei 2017

Interview Jos Burgers: Waarom hij alle royalty's op een succesvol boek weggeeft (Boekblad)

Jos Burgers, succesvol auteur van managementboeken, geeft alle royalty's van De Wet van Snuf (2014) aan Stichting Hulphond. Inmiddels heeft hij 50.000 euro overgemaakt. Hij heeft veel baat bij Van Duuren Management – vooral als sparring partner. Hij is blij dat ook zijn uitgeverij aan zijn boeken verdient.

Waarom heeft u de royalty's van De Wet van Snuf weggegeven?
'Ik geloof in practice what you preach. Dus als je een boekje over geven schrijft, weet je dat de eerste vraag van journalisten zal zijn: wat geef je zelf weg? Het lag dus voor de hand om iets te doen. En omdat ik de metafoor van de hond gebruik, was Stichting Hulphond een logische keuze. Toen ik het bedacht, wist ik ook niet dat het bedrag zo enorm zou oplopen.'

Maar waarom alle royalty's en niet bijvoorbeeld de helft?
'Boeken zijn voor mij geen bron van inkomsten. Boeken zijn een uithangbord voor mijn presentaties. Daar leef ik van. Die leveren mij ook meer dan genoeg op. Ik kon het geld dus missen. Een tweede factor is het geringe bedrag dat je als schrijver aan een boek overhoudt – 2,50 euro bruto ongeveer. Als je dat aan mensen vertelt, schrikken ze van hoe weinig dat is. Stel dat je daar de helft van weggeeft, dan denkt iedereen: nou nou, zeg, wat is die man gul.'

Het past ook bij de gedachte achter het boek: wat je geeft, krijg je terug. Wat heeft u teruggekregen voor uw liefdadigheid?
'Veel. Bijvoorbeeld: een grote bierbrouwer kocht duizend exemplaren, omdat ze wisten dat de opbrengsten naar een goed doel gingen. Zij deden het cadeau aan relaties in de horeca. En daarbij vroegen ze of ik vier avonden een presentatie kon geven. Betaald uiteraard, zodat ik tóch geld aan mijn actie heb verdiend. Niet dat ik het daar voor het gedaan overigens. Als je geeft, moet je dat doen zonder er iets voor terug te verwachten. Anders is het ruilen, geen geven.'

Waarom wilde u niet dat uw uitgeverij ook een bijdrage aan Stichting Hulphond overmaakte?
'Ik kan me niet herinneren of ik heb gezegd dat Van Duuren Management niets mócht doen. Ik heb wel gezegd dat het uitgeven van boeken voor de uitgeverij een primaire inkomstenbron is. Er werken daar mensen, het kantoor moet blijven draaien, dan kan ik niet zeggen: geven jullie ook maar alles weg. Dat kan ik de uitgeverij gewoon niet vragen.'

De uitgeverij verdiende dus wél veel aan 30.000 exemplaren van De Wet van Snuf?
'Veel? Dat weet ik niet. Ze hebben er in ieder geval iets aan verdiend, dat kun je van de meeste uitgaven niet zeggen. Frank Kwakman, hoogleraar aan Nyenrode, heeft eens uitgezocht dat negen van de tien managementboeken niet boven de 1500 verkochte exemplaren uitkomen. Dan hoef je niet heel goed te kunnen rekenen om vast te stellen dat uitgeverijen weinig aan die boeken overhouden. Ik vind het fijn voor de uitgeverij dat mijn boeken niet tot die categorie horen. Ik heb veel baat bij hen.'

Waarom?
'Van Duuren Management helpt mij mijn naam in de markt te zetten. Ten eerste door eerlijke feedback. Als je een idee hebt, zegt iedereen: heel leuk, werk dat uit in een boek. Maar een uitgeverij moet geld aan boeken verdienen, dus zij geven jou de eerlijkste respons die je je kunt wensen. Dat is vaak teleurstellend voor jonge auteurs die denken een gouden idee te hebben en van een uitgever te horen krijgen dat het niets voorstelt. Zij worden dan boos op een uitgever, maar ik vind die eerlijkheid een groot goed.'

En ten tweede?
'Ten tweede heeft een uitgeverij veel ervaring met de markt. Van de titel tot de visuals: zij weten wat loopt en wat niet. Ook is concepten bedenken en schrijven een eenzame bezigheid. Hoe heerlijk is het dan om een soort tijdelijke collega's te hebben die je steunen, met wie je kunt overleggen, aan wie je dingen kwijt kunt.'

U zegt: Van Duuren helpt mij mijn naam in de markt te zetten. Vindt u marketing daarom de belangrijkste taak van de uitgeverij?
'Nee. Natuurlijk is alles welkom wat zij doen – de standaarddingen als het versturen van persberichten bijvoorbeeld – maar zij kunnen ook niet gek veel. Er verschijnt zó veel, zij moeten hun aandacht verdelen over alle titels. Nee, de marketing moet je als auteur grotendeels zelf doen. Het enige wat ik echt belangrijk vind is dat zij meedenken over het concept en hoe je dat kunt promoten. Zo bedachten de uitgeverij en ik samen om bij mijn laatste boek Eén fan per dag een koffiemok cadeau te doen in de boekhandel. Een superleuke actie, die goed werkt.'

Hebt u ooit overwogen om in eigen beheer uit te geven?
'O nee. Ik zie dergelijke uitgaven wel eens. Vaak denk ik: had daar net iets langer over nagedacht, of: had er iemand met verstand naar laten kijken. Daarbij vergeet ik nooit dat geen enkele uitgever mijn eerste boek Klanten zijn eigenlijk nét mensen! wilde hebben. Behalve Ina Boer, toen nog van Academic Service. Uiteindelijk zijn daar 65.000 exemplaren van verkocht. Moet ik dan later als het goed gaat weggaan? Omdat, als ik het goed zou uitrekenen, ik aan het einde van de rit iets meer overhoud? Ik geloof niet voor niets in: wat je geeft, krijg je terug. Ofwel: als je je relaties goed houdt en daar echt in investeert, komt er van alle kanten allerlei goeds op je af. Dat vind ik veel belangrijker dan een paar euro meer inkomsten.'

Ik vraag het ook, omdat u zo veel zelf doet. De marketing dus, maar ongetwijfeld ook de verkoop via uw presentaties en optredens.
'Dat is waar. Ik kom net terug van een optreden voor ambtenaren van 14 gemeenten in Twente, die dienstverlenender willen gaan werken. Zij kregen na afloop een exemplaar van mijn boek. Mijn ervaring is dat mensen die normaal niet zo snel managementboeken lezen, als ze geïnspireerd zijn door mijn lezing, het wél leuk vinden om mijn verhaal nog eens rustig na te lezen. In een boek staat ook altijd meer. Die combinatie presentatie-boek werkt goed. En het gaat meteen om grotere aantallen. Dat gaat sneller dan boekje voor boekje, zoals in de boekhandel gebeurt. Maar ik hoef dat niet buiten een uitgeverij om te doen.'

Neemt u die boeken met standaard inkoopkorting af van de uitgeverij?
'Nee. Ik koop met kwantumkorting bij Managementboek.nl. Die korting geef ik door aan de klant, die immers ook 80 of 150 boeken in één keer afneemt. Zoals gezegd: ik verdien wel aan mijn boeken – er zijn inmiddels meer dan 250.000 exemplaren van alle titels bij elkaar verkocht – maar het is niet mijn primaire inkomstenbron.'

Hoe belangrijk is de boekhandel dan voor u?
'Ik schat dat een derde via de boekhandel loopt. Dus ja, de boekhandel is ook belangrijk. De rest gaat via seminars of internetboekhandels als Bol.com en Managementboek.nl. Dat is eigenlijk hetzelfde. Mensen die zijn geïnspireerd door mijn presentaties, maar na afloop het boek niet krijgen, bestellen het dezelfde avond of de volgende dag online.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 17 mei) 

zondag 21 mei 2017

Baeckens Books concentreert zich op core-business met aantal nieuwe imprints (Boekblad)

Geen eigen distributie meer, geen vertegenwoordiging van buitenlandse uitgevers meer. De Vlaamse uitgeverij Baeckens Books concentreert zich op haar core-business: het ontwikkelen en vermarkten van kinderboeken.

Baeckens Books heeft vorige maand haar hele voorraad verhuisd naar Distrimedia in Tielt, onderdeel van de Lannoo Groep. Het was niet meer te doen om als kleine speler de logistiek in eigen hand te houden, legt directeur Stijn Baeckens uit. 'Het verwachtingspatroon is veranderd. Vroeger ging iedereen ervan uit dat als je een boek bestelt, het er binnen een week was. Nu denken individuele consumenten maar ook steeds meer boekhandels en andere professionele klanten: voor 22 uur besteld, de volgende dag in huis. Dat vereist investeringen. Maar uit een analyse bleek dat we ons beter kunnen concentreren op uitgeven.'
Zeventig procent van de titels lag al in Tielt. 'Als wij bijvoorbeeld niet genoeg op voorraad deden, regelden zij de overload. Nu doen zij alles', zegt Stijn Baeckens. 'Ook in Nederland liggen de boeken op twee plekken: bij CB en Van Ditmar. Dat moet ook een plek worden. Welke, dat moeten we nog beslissen.' Daarnaast is het bedrijf in zee gegaan met de kleine distributeur EIC uit Willebroek, gespecialiseerd in levering van cd's en dvd's, voor het organiseren van boekenbeurzen op scholen. 'Zij versturen ook pakketten naar scholen.'
Tegelijkertijd heeft Baeckens Books per medio april de vertegenwoordiging van het Engelse Usborne gestaakt – dat is overgestapt naar WPG. Deze vertegenwoordiging was goed voor een omzet van 500.000 euro. Baeckens: 'De druk op de marges van Usborne neemt toe. Daarom wilde deze uitgeverij onze korting verlagen. Dat zagen wij niet zitten, ook omdat uit onze analyse blijkt dat als je zelf projecten ontwikkelt je daar uiteindelijk meer aan over houdt – en bovendien meer kans hebt op de internationale markt met rechtenverkoop. Alleen moet je de financiële ruimte hebben om in die projecten te investeren. Door te stoppen met distributie hebben we die financiële ruimte.'
In aanloop naar deze veranderingen – die vorige maand werd bekroond met een verhuizing van een industriële omgeving naar het centrum van Mechelen – heeft Baeckens Books al drie nieuwe imprints in de markt gezet. Vorig jaar waren dat HipHip en Smiley. 'De eerste richt zich op spelend leren. Kinderen hebben niet door dát ze leren, maar de nadruk ligt op het educatieve. Smiley zijn boeken die we zelf ontwikkelen gebaseerd op de smileys, waarvan we de licentie van SmileyWorld hebben gekocht. Boeken als het Smiley Mega Moppenboek verkopen supergoed.'
Daarnaast is Baeckens Books bij de afgelopen voorjaarsaanbieding gestart met Giraf – opgezet in samenwerking met het Nederlandse Kluitman – dat in wezen in plaats komt van Usborne. Baeckens: 'Dat zijn populaire, speelse, heel toegankelijke boeken. Maar: met hoge kwaliteit. We zetten het iets hoger in de markt neer. Zo hebben we nu een minigolfboek met ín het boek een mini-golfspel. Usborne had veel sticker- en kleurboeken, maar daar is geen geld mee te verdienen. Dat doen wij niet.'
Hier zal het niet bij blijven, verwacht Baeckens. 'We merken een maand na de verhuizing al dat de workload van onze mensen minder wordt. We zijn met tien vaste mensen, dus als het een keer druk was in het magazijn hielpen we allemaal mee met orderpicken. Ik ook. Nu dat niet meer hoeft, kunnen we ons concentreren op het ontwikkelen van de website, de marketing, nieuwe samenwerkingen met auteurs. Neem een boek dat we nu maken waarin we de verhalen van de Bijbel vergelijken met de verhalen van de Islam, uitgelegd voor kinderen. Zulke projecten kosten veel tijd. Er is nu meer ruimte om die tijd daar ook echt aan te besteden.'

Baeckens blijft wel samenwerken met Nederlandse uitgeverijen zoals Memphis Belle, Blossom Books, Pepper Books en Kluitman. De laatste twee vertegenwoordigt Baeckens sinds 1 januari.

zaterdag 20 mei 2017

Interview Mariolein Sabarte Belacortu over hervertaling 'Honderd jaar eenzaamheid' (Boekblad)

Mariolein Sabarte Belacortu (1944) waagde zich aan een vertaling van een van dé klassiekers uit haar taalgebied: Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez. Het boek verscheen deze week ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag.

Hoe bent u aan de opdracht gekomen?
'Ik heb het zelf voorgesteld. Op een goed moment zei een vriend: "Kun jij geen nieuwe vertaling maken? Er staan erg veel ongelukkige Nederlandse zinnen in." Ik was verbaasd. Ik had daar nooit over nagedacht. Ik had wel een herinnering aan de vertaling van Kees van den Broek uit 1972 die ik lang geleden gelezen had: ik was zelf ook gestruikeld over het Nederlands. Toen heb ik erover nagedacht en Meulenhoff uiteindelijk een voorstel gedaan. Dat het boek dit jaar vijftig jaar oud zou zijn was natuurlijk een mooie aanleiding. Om die reden wordt het in allerlei Europese landen opnieuw vertaald: Duitsland, Frankrijk, Italië en Griekenland.'

Uitgeverij Meulenhoff stemde meteen in?
'Eerst waren ze een beetje tegen. Tot ze opeens ja zeiden.'

Was het ongelukkig geformuleerde Nederlands reden genoeg voor een nieuwe vertaling?
'O ja. Ik heb de eerste dertig pagina's met een potloodje gelezen en toen al allerlei dingen onderstreept. Eens in de zoveel tijd moet een vertaling gewoon worden afgestoft. Ook gebruiken we soms nu andere woorden. En we weten intussen veel meer over Zuid-Amerika en het boek dan destijds. Ook heb je tegenwoordig internet, waardoor je veel meer snel en beter kunt opzoeken. In een nieuwe vertaling kun je al die nieuwe kennis kwijt.'

U kwam geen elementaire vertaalfouten tegen?
'Dat weet ik niet. Ik heb na die dertig bladzijden zijn versie niet meer naast het Spaans gelegd, daar was helemaal geen tijd voor gezien de de deadline. Dat is iets voor studenten om uit te zoeken.'

Ik vind het namelijk zo opvallend dat Kees van den Broek voor dit boek nooit eerder uit het Spaans heeft vertaald en dat nadien nog zelden heeft gedaan. Hij vertaalde vooral uit het Engels en het Duits.
'Dat kun je merken, ja. Hij maakt dezelfde fouten als beginners. Bijvoorbeeld: proberen de Spaanse woordvolgorde te handhaven, waardoor er van alles ongelukkig staat. Het is eerder de bedoeling dat de vertaling goed leest: Honderd jaar eenzaamheid is met verve geschreven, dat moet in het Nederlands dan ook zo zijn.'

Is het nu ondenkbaar dat een vertaler uit het Engels zo makkelijk een Spaans boek kan vertalen?
'O ja. Hoewel ik destijds al voor Meulenhoff vertaalde – ik doe dit werk sinds 1969 – heb ik Kees van den Broek amper gekend. Maar ik wist dat hij dol was op het Spaans. Hij had een jaar in Spanje gewoond en zich daar de taal eigen gemaakt. Er was toen ontzettend weinig aanbod aan vertalers uit het Spaans. Dus toen werd gevraagd wie deze volledig onbekende auteur wilde vertalen stak hij zijn vinger op.'

Daarna deed hij nog maar een García Márquez.
'Vroeger bestond er een soort verdeelsysteem. Als iemand een paar boeken van een auteur had vertaald, vonden uitgevers het tijd dat een ander ook eens een kans kreeg. Nu is eerder de neiging om een vertaler die eenmaal is begonnen met een auteur daar ook mee door te laten gaan. Dat heeft voordelen: je raakt vertrouwd met iemands stijl. Maar ik ben tóch van het verdelen. Ik vind het goed als iedereen af en toe de kans krijgt om een goedverkopende auteur te doen.'

Geldt het vertalen van dé klassieker in de Spaanstalige literatuur, die in status misschien alleen wordt overtroffen door Don Quichot, als de grootste eer?
'De gróótste eer? Nee, vind ik niet. Ik heb ook andere schitterende boeken gedaan van bekende auteurs, waaronder vier of vijf andere boeken van Gabriel García Márquez. Maar het is natuurlijk een fantastische mogelijkheid. Ik nader het einde van mijn carrière en dan is het geweldig om ook dit boek een keer te doen.'

Verleidt de status van het boek u wel om extra u best te doen?
'Dat wel. Ik vind het ook een beetje eng. Halverwege de vertaling merkte ik dat ik zenuwachtig werd. Iedereen kent dit boek al, dacht ik, en dan ga ik er iets nieuws van maken, dat wordt linke soep. Later verdwenen die zenuwen wel. Maar bij de eerste recensie werd al vergeleken. Het Parool schreef dat ik de eerste zin had veranderd. Het was: "Vele jaren later, staande voor het vuurpeloton, moest kolonel Aureliano Buendía denken aan" enzovoort. Ik vind dat "staande" vreselijk lelijk Nederlands. Ik heb daarom: "Vele jaren later, toen hij voor het vuurpeloton stond". Op de site van Athenaeum Boekhandel leg ik het precies uit.'

De nieuwe vertaling is natuurlijk wel hét argument van de uitgeverij om de roman opnieuw onder de aandacht te brengen. Merkt u daar iets van?
'Tot nu toe is het stil. Ik weet dat de pr-medewerker van de uitgever ermee bezig is, maar ik weet niet hoe het er nu voor staat. Ik heb recent geen contact met haar gehad. Jij bent de eerste die me erover belt. Wel is er een gesprek over het boek in het Instituto Cervantes. En ik verwacht zeker nog meer.'

Bent u ook het type vertaler dat na gedane arbeid ook de boer opgaat om de vertaling aan de man te brengen?
'Dat is niet echt mijn stijl. Ik ga niets zelf aanzwengelen. Ik denk ook snel: iedereen heeft Honderd jaar eenzaamheid al gelezen, wat moet ik daar nog over vertellen? Goed, dat is misschien onzin. In ieder geval: als een boekhandel mij benaderd om een praatje te houden, kom ik zeker.'

Droomt u er van om net als Hans Boland voor zijn nieuwe vertaling van Anna Karenina bij De Wereld Draait Door te zitten?
'Nee hoor. Om in twee minuten iets te zeggen? Nee. En dat verwacht ik ook niet. De Russische literatuur is heel wat bekender dan de Spaanstalige literatuur. De Russische literatuur staat ook dichter bij onze leescultuur dan de Latijns-Amerikaanse. Colombia is de laatste tijd dan wel vaak in het nieuws. En de Colombiaanse wielrenners hebben veel succes. Maar het blijft een ver land, niet voor mij, maar in het algemeen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 12 mei) 

vrijdag 19 mei 2017

Jos Burgers schenkt 50.000 euro royalty's aan Stichting Hulphond (Boekblad)

Jos Burgers, een van de succesvolste auteurs van managementboeken in Nederland, heeft 50.000 euro geschonken aan Stichting Hulphond. Het zijn de volledige royalties van zijn boek De Wet van Snuf uit 2014.

Burgers gebruikt in dit boek het gedrag van zijn hond Snuf als metafoor om zijn centrale stelling uit te leggen: wat je geeft, krijg je terug. Immers: als een vreemde in Burgers' huis komt, werpt Snuf één blik op de gast en trekt zich dan terug. Maar als de auteur zélf thuiskomt, staat zijn hond te kwispelen van blijdschap. Hij weet: hoe warmer hij zijn baasje begroet, hoe enthousiaster hij wordt geknuffeld.
Wie zo'n boek schrijft, moet natuurlijk ook zelf weggeven, realiseerde Burgers zich. In zijn inleiding legt hij uit: 'Wie gelooft in geven, vraagt zich niet steeds af "wie kan mij helpen?", maar "wie kan ik helpen?" Toen ik me dat realiseerde, besloot ik om de daad bij het woord te voegen en de royalty’s van de verkoop van dit boek af te staan aan de stichting Hulphond Nederland. Practise what you preach is een eerste vereiste als je geloofwaardig een boodschap wilt uitdragen.'
Concreet betekent het dat Burgers sinds verschijnen ieder kwartaal de uitgekeerde royalty's van uitgeverij Van Duuren Management overmaakt aan Stichting Hulphond. 'Inmiddels zijn er bijna 30.000 exemplaren verkocht, waarmee de royalty's de grens van de 50.000 euro passeerde', legt Roderik Teunissen van Burgers' uitgeverij Van Duuren Management uit. 'Dat was een mooie gelegenheid om een moment te organiseren om Stichting Hulphond een cheque te overhandigen en alle lezers te bedanken.'
Auteur en uitgeverij hebben het goede doel dat met De Wet van Snuf wordt geholpen nooit commercieel uitgebuit. Dat zou de boodschap van het boek immers eerder ondermijnen. Om dezelfde reden draagt Van Duuren Management niet bij aan de actie door bijvoorbeeld 1% meer royalty te geven. 'Het is Burgers' wens om het zo te doen. Uiteraard respecteren wij dat. Wij helpen alleen met het organiseren van het moment eerder deze maand.'
Teunissen – met een verleden van inmiddels 25 jaar in de uitgeverij, bij Academic Service, Pearson Education en Het Spectrum – kan zich niet heugen dat een Nederlandse auteur ooit zo'n hoog bedrag aan inkomsten uit boeken doneerde. 'Maar Jos' verdienmodel is gebaseerd op het geven van lezingen en spreken op congressen met een boek als basis. Hij hoeft niet van de boekverkoop alleen te leven.'
Burgers is volgens Management Magazine de bestverkopende managementboekauteur van Nederland. Teunissen beaamt dat. 'Zijn boeken verkopen uiteindelijk altijd zulke aantallen. Zijn laatste boek, Een fan per dag, verscheen in januari. Daarvan zijn inmiddels ook al bijna 10.000 exemplaren verkocht. Dat loopt niet alleen via de boekhandel. Veel gaat via Bol.com en Managementboek.nl – en zeker ook via bedrijven.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 15 mei)

donderdag 18 mei 2017

Interview Stefan Brijs over het Spaanse boekenvak en ver weg van je uitgever wonen (Boekblad)

Stefan Brijs verruilde drie jaar geleden Vlaanderen voor Spanje. In 2016 hield hij een logboek bij over zijn regio en zijn leven daar – inclusief observaties over het Spaanse boekenvak. Zo ver weg wonen van zijn Nederlandstalige markt heeft ook voordelen voor de schrijver én uitgever van Andalusisch logboek.

Bezoek je veel boekhandels in Spanje?
'Iedereen keer als ik ergens kom, spring ik natuurlijk binnen. Maar goede boekhandels vind je alleen in grote steden als Madrid en Málaga. Er zijn er heel veel verdwenen door de crisis. Spanje is een van de landen die het hardst is getroffen door de crisis. Dat geldt zeker voor het boekenvak. Ik citeer cijfers in mijn boek. In 2014 verdwenen drie boekhandels per dag. Per dag! Ofwel 912 in één jaar. Sinds 2006 is het aantal boekhandels in acht jaar tijd gehalveerd van 7000 naar 3600. Deels is dat een marktcorrectie, maar die aantallen zijn ontzettend. In 2015 was er een beetje hoop. Er waren voor het eerst een paar boekhandels bijgekomen. Tegelijk bleek dat veertig procent van de Spanjaarden het afgelopen jaar geen enkel boek heeft opengeslagen. Heel erg.'

Is er wel een boekhandel in de buurt?
'In Vélez-Málaga, op een uurtje rijden, heb je twee kleine boekhandels. Dat zijn eigenlijk meer kantoorboekhandels – met 90% kantoor en 10% boeken. Voor literatuur zijn er misschien tien titels. En dat is een stad met 80.000 inwoners.'

Waar koop je boeken?
'Nederlandse via het internet: bij Proxis en Bol.com. Wat overigens een hele klucht is om die boeken bij mij te krijgen. Ik woon in de bergen. Koeriers kunnen dat niet vinden en dan moet ik soms driekwartier stappen om een pakje ergens op te pikken waar ze het toevallig hebben achtergelaten. Ook neem ik een extra koffer voor de boeken mee als ik naar Nederland of Vlaanderen kom. Zeker in Nederland zijn de boekhandels een feestje. In Amsterdam bezoek ik altijd Scheltema, Athenaeum en nog een paar. Je hebt hier maar dan in Spanje veel echte boekwinkels waarin ik me thuis voel.'

Digitaal lezen is geen optie?
'Nee. Daar begin ik niet aan.'

En waar koop je Spaanse boeken?
'Voor Andalusisch logboek heb ik heel veel Spaanse boeken gelezen. Overal waar ik kwam, nam ik wat mee. Musea hebben vaak redelijk goede collecties. De Junta de Andalucía – de autonome regionale overheid – geeft prachtige boeken uit van en over lokale helden. De drie grote schrijvers: Juan Ramón Jiménez, Rafael Alberti en Antonio Machado, maar ook van schilders. De overheid springt in het gat dat uitgevers door de crisis hebben achtergelaten. Al die uitgaven vind je in musea, zeker de grotere. En ik heb natuurlijk mijn vaste adres in Málaga.'

De overheid geeft uit? Er is ondanks de schaarste aan boekhandels wel een literaire cultuur die veel waardering geniet?
'Jazeker. Net als in Frankrijk vind je alle klassieke werken in de boekhandels. Een soort pantheon in pocket. En niet alleen Cervantes. Veel breder. En op de Spaanse radio 1 heb je iedere werkdag van 17 tot 18 uur – dus op primetime van de best beluisterde zender – Ojo de crítico, waar een uur lang over boeken wordt gesproken. Iedere dag een uur over proza en poëzie. Onvoorstelbaar.'

Van jou is één boek in het Spaans verschenen: El hacedor de ángeles ofwel De engelenmaker. Is die uitgave van Alianza uit 2009 nog te krijgen?
'Dat is al lang verramsjt. Het heeft het goed gedaan, hoor. Van de hardcover en de paperback die een jaar later uitkwam, zijn bij elkaar zo'n 5.000 exemplaren verkocht. Maar dat is niet genoeg om het levend te houden. In Nederland zou zo'n oud boek nu ook dood zijn. De uitgeefster wilde daarna meer boeken van mij doen, maar vanwege de crisis deed Alianza een tijdje helemaal geen vertalingen meer. Tot op de dag van vandaag hebben Spaanse uitgevers het verschrikkelijk moeilijk. Ik heb overigens nog steeds goed contact met haar. Misschien wil ze Andalusisch logboek proberen. Het is niet het zoveelste boek over Sevilla en Granada, waar ook in het Engels al honderden boeken over zijn verschenen, maar over andere plaatsen in Andalusië – en over mijn eigen brede interesses, van eten tot politiek, zodat het een scherp beeld geeft van het Andalusië van nu.'

Zit een vertaling erin?
'Dat is afwachten. Ik heb vaste uitgevers in Duitsland en Frankrijk, maar in alle andere landen willen uitgevers eerst recensies en verkoopcijfers zien. Dat is het eerste waar ze naar kijken.'

Het zal helpen dat jij zelf in Spanje bent en dus beschikbaar voor promotie.
'Zeker. Als er twijfel is kan dat doorslaggevend zijn om het boek toch te brengen. En ik spreek inmiddels Spaans. Niet perfect, maar goed genoeg om bijvoorbeeld de Spaanse literatuur te volgen. Vergeet niet dat 95% van de Spanjaarden geen Engels kan. Ook jongeren niet die de taal tien jaar op school hebben gehad.'

Wat is het effect geweest op je relatie met je Nederlandse uitgeverij Atlas Contact dat je zo ver weg ging wonen?
'Eigenlijk is er totaal niets veranderd. Ik heb het geluk dat Emile Brugman, de oud-uitgever van Atlas, al twintig jaar mijn redacteur is. Zeker voor dit boek, omdat hij Spanje goed kent. Ik heb ook een aantal reizen samen met hem gemaakt. En hij is hier een paar keer een dag of twee, drie geweest om aan het boek te werken. Net als de eindredacteur. Dat is trouwens wel een voordeel: nu in Spanje woon, komen mensen van de uitgeverij over. Als we dan samen aan een boek werken is dat veel intenser. Ben je ook heel gericht aan het werk. Ik ben Atlas Contact daarom dankbaar dat ze de eindredacteur toestonden te komen.'

Maar je bent minder beschikbaar voor promotie.
'Ja. Voor De engelenmaker en Post voor mevrouw Bromley heb ik honderden lezingen gehouden. Dat valt weg. Alle promotie voor dit boek wordt gebundeld in elf dagen: vijf dagen Nederland, zes dagen Vlaanderen. En dan in het najaar twee dagen op de Boekenbeurs. Maar dat vind ik niet erg. De lezingen leidden me ook enorm af. Voor een roman moet ik in een concentratie raken die maanden kan duren. Dat lukt me in Andalusië beter, zodat ik hoop dat ik mijn romans sneller kan schrijven. En vergis je niet: journalisten vinden het spannend om te zien hoe ik woon en komen daarom naar mij. Van De Standaard tot NRC Handelsblad, ik heb al veel media over de vloer gehad. En dan komen ze niet voor een kolommetje, maar voor twee of drie pagina's. Dat is ook wat waard.'

Het is voor je schrijven beter geweest dat je emigreerde?
'Ik heb weer lol in het schrijven gekregen. Dat kun je aflezen aan Andalusisch logboek. Voor mijn vorige boek Maan en zon heb ik me ingehouden, wat ook paste bij de toon van die roman. Maar nu zit weer schwung in mijn schrijven. Dat komt door dáár te zijn. Vanaf dag één heb ik me hier erg gelukkig gevoeld. Voor dit boek heb ik zoveel kunnen lezen en reizen. Er ging een wereld voor me open. Alsof ik opnieuw achttien jaar was. Heerlijk, als je dat als veertiger kan overkomen.'

Alle uitgevers zouden hun auteurs na een aantal boeken voor een nieuwe impuls moeten adviseren naar het buitenland te gaan.

'Ja. Of een andere vrouw nemen. Dat kan ook een impuls zijn.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 10 mei)

Zie ook:

woensdag 17 mei 2017

P.C. Hooftprijswinnaar Bas Heijne – Ook over de werkelijkheid van alledag kun je diepzinnig schrijven (Septentrion)

Bas Heijne, P.C. Hooftprijswinnaar 2017, zoekt al vijftien jaar in betrokken en analytische columns de diepere betekenis van de actualiteit. Het maakte hem tot de meest bewonderde essayisten van zijn tijd.

Dat hij nog eens als columnist de P.C. Hooftprijs voor beschouwend proza zou winnen. Dat had Bas Heijne eind jaren tachtig niet kunnen denken toen hij zelf in de literaire bijlage van het weekblad Vrij Nederland zich aan zijn eerste proeven in dit genre waagde. ‘Een column is op z’n hoogst een poor man’s essay’, noteerde hij destijds. ‘Hij wordt geschreven door schrijvers die wat willen verdienen en gelezen door lezers die er een hekel aan hebben zich geestelijk in te spannen.’
Toch klonk geen enkel protest toen de staatsprijs voor literatuur, die afwisselend aan prozaïsten, dichters en essayisten wordt toegekend, naar de 57-jarige Heijne ging. Integendeel. Sinds de auteur vanaf 2001 een wekelijkse korte beschouwing voor NRC Handelsblad wijden aan politiek en maatschappij heeft hij zich ontwikkeld tot de alom erkende beste columnist van het land. ‘Heb je Heijne al gelezen?’ Het is de vanzelfsprekende vraag die alle Nederlanders die mee willen tellen in het maatschappelijk debat elkaar iedere zaterdag stellen.

Toen Heijne zijn entree maakte in de literatuur kon hij onmogelijk verder af staan van zijn uiteindelijke bestemming. Ten tijde van verschijning van zijn debuutroman Laatste woorden in 1983 vond hij dat kunst niet mocht worden besmet door het alledaagse gemodder. Literatuur ging over zichzelf, lezers mochten zich niet in het verhaal herkennen. Niet voor niets golden de schrijvers uit het fin de siècle zoals Oscar Wilde, een van de luidruchtigste verdedigers van het principe van l’art pour l’art, als zijn grootste literaire helden.
Maar de estheet kwam ervan terug – zozeer dat hij na de verhalenbundel Vlees en bloed uit 1994 zich vrijwel nooit meer aan fictie heeft gewaagd. Hij begon de ogen te openen voor romans die iets zeiden over de werkelijkheid. En meer nog: hij ontdekte, als wel meer auteurs van zijn generatie, dat de maatschappen er toe dééd. Het drong tot hem door dat de vrijheid-blijheid uit zijn jeugd, waarin de mens als vanzelf in harmonie met zijn omgeving leefde, een fictie was.
Veel liever dan het schrijven van de ene, allesomvattende roman – een verlangen dat hij deelde met de hoofdpersoon van zijn debuut – bleek Heijne precies het tegenovergestelde te willen: in korte stukken het momentane analyseren, om de diepere betekenis achter de actualiteit te vatten. Het kan dan ook geen toeval zijn dat hij de schrijver uit Laatste woorden vernoemde naar Menno ter Braak. Aanvankelijk schrijver van een paar romans, maakte hij daarna in de jaren dertig, in de eerste plaats via de krant, naam als een van de grootste essayisten die Nederland ooit heeft gekend. En zodoende een voorganger van Heijne.

Net als Ter Braak had Heijne het geluk dat hij zijn jaren van bloei bereikte toen de actualiteit er meer dan ooit toe deed. Na de aanslagen van 9/11 en, in Nederland, de moord op Pim Fortuyn – een paar jaar later gevolgd door een ongekende economische crisis – ging het maatschappelijk debat niet meer over de maximale snelheid in de bebouwde kom of de normen voor voedselveiligheid maar over essentiële vragen als: Wie zijn wij? Hoe inclusief moet de maatschappij zijn? Hoe verhoudt Nederland zich tot Europa?
Heijne stortte zich erop, met de passie van een bekeerling en de inzet van zijn hele persoonlijkheid. Hij is daarbij, ondanks een onmiskenbare stilistische scherpte, steeds meer gaan opvallen als denker van het midden. Hij zoekt een weg tussen zijn soms zwartgallige kritiek op de politieke klasse die visieloos de uitkomsten van opiniepeilingen nabauwt, en de al te gemakzuchtige, populistische afkeer van de elite. Maar ook in andere discussies keert hij zich consequent tegen het radicale geluid. Analytisch, gefundeerd en bovenal betrokken.
Hij pleit daarbij voor een gemeenschap. In een samenleving waarin ieder geloof in godsdienst of ideologie is verdwenen, is de behoefte om ergens bij te horen niet afgenomen. Die gemeenschap creëer je niet door de maatschappij te managen met meetbare doelstellingen, de macht van statistieken en een streven naar efficiënte. Dat moet door een gezamenlijk verhaal te scheppen. En als de elite daar niet voor zorgt, waagt hij zelf maar een poging. Op zijn eigen bescheiden, nuchtere manier.

De vraag is alleen: Hoe lang blijft de beheerste moralist zijn lezers nog gidsen in verwarrende tijden? Nadat Heijne zich vijftien jaar heeft onderworpen aan het ritme en de omvang van de column, wordt het verlangen naar bredere en diepgravender essays – die hij altijd al, onder even veel waardering, schreef naast zijn verplichtingen voor de krant – zo langzamerhand te sterk. In 2016 nam hij al eens een half jaar pauze. Heeft hij er nog wel zin in?
Heijne’s reserves tegen de column heeft hij immers altijd behouden. ‘In het beste geval zijn de columns de humus waaruit het grotere werk ontstaat’, zei hij in een reactie op de toekenning van de P.C. Hooftprijs 2017.
(In Franse vertaling gepubliceerd in Septentrion)